Dag 18: 'Ik ben arm, maar het voelt niet zo'

Print
Dag 18: 'Ik ben arm, maar het voelt niet zo'

Afbeelding: De Limburger

‘Volgens de gemeente ben ik arm. Maar ik voel dat niet zo.’ Peggy (26 jaar) uit Heerlen is een alleenstaande moeder in de bijstand met een dochtertje van drie. Armoede is volgens haar een kwestie van beleving.

“In Heerlen liggen de armoedecijfers hoog. Het hoogst in Limburg. Ik val formeel ook onder die armoedecijfers. Maar ik vind mezelf niet arm.

Al ruim twee jaar leef ik met mijn dochter van een bijstandsuitkering. Ik heb geen schulden. Ik ben afgekeurd en kan niet werken. We hebben 50 tot 80 euro per week te besteden. Elke maand houd ik datzelfde bedrag over om te sparen of voor iets extra's.Wehebben  alles wat we nodig hebben. Een huis, eten en kleding. De basisbehoeften, zeg maar. Nee, we hebben geen auto, maar een fiets. We gaan niet naar de Efteling, maar naar de speeltuin om de hoek. Vakantie is een luxe, vind ik. Maar misschien ben ik wel ouderwets.

Sokken
Mijn dochter komt niets tekort. Haar kleding koop ik tweedehands.  Alleen sokken, ondergoed en schoenen koop ik nieuw voor haar. Voor mezelf koop ik bijna nooit wat nieuws. Ik ben daar wel makkelijk in. We eten ook redelijk gezond.

Soms mogen dingen ook moeite kosten. Ik stap elk jaar over van internetaanbieders bijvoorbeeld. Kost me een dag te tijd om alles uit te zoeken. Ik kijk naar de koopjes en zo kan ik met weinig geld toch veel doen.

Armoede is ook de verwachting die je hebt en de prioriteiten die je stelt in het leven. Dat wordt ook door de sociale media versterkt, denk ik. Daar zie je alleen mensen die laten zien hoe goed ze het hebben. Ik kan me voorstellen dat iemand die dat leest, dat ook wil en zich misschien sneller achtergesteld voelt.

Speelgoed
Via de gemeente kom ik voor allerlei potjes in aanmerking. Laatst kregen we een brief dat ik een kledingpakket kon krijgen omdat mijn dochter in armoede opgroeit. Daarin zaten kleding, schoenen en nieuw speelgoed. Ok. Omdat er schoenen bij zaten, heb ik dat aangevraagd. Maar eerlijk gezegd hadden ze het beter aan iemand kunnen geven die het harder nodig heeft dan ik.

Ik ben blij dat ik in Nederland leef en dat ik ziek kan zijn zonder meteen op straat te staan. Wij hebben hier een sociaal vangnet. Woonden we in het buitenland, was ik slechter af geweest.”

 

Terug naar Wat beweegt Limburg