Dag 23: Honger heb ik niet gehad, oud brood wel

Print
Dag 23: Honger heb ik niet gehad, oud brood wel

Afbeelding: De Limburger

Julia Blommaert (31 jaar) uit Venlo groeide op in armoede. Ze schreef me het volgende: ‘In mijn jeugd was het geen vetpot. Emmers water bij de buren halen om de wc mee door te spoelen omdat het water was afgesloten. Opdringerige deurwaarders aan de deur. Ben ik er ongelukkig van geworden? Nee. Honger heb ik niet gehad, oud brood wel ;-). Ik heb de waarde van geld geleerd. Geld is relatief!’

“Ik woonde met mijn zus en mijn ouders in een flat. Toen ik jong was, zijn ze gescheiden en woonde ik deels bij mijn vader en deels bij mijn moeder. Ze hadden geen werk. Ook geen opleiding afgemaakt. Ze leefden van kleine baantjes altijd op de rand van de bijstand.

Als kind merkte ik er niet heel veel van. Met sinterklaas kregen we altijd kleren. Dat viel me wel op. Of een set potloden. Maar we waren blij met alles. Een keer per jaar gingen we kamperen bij de boer met mijn vader. Met ons drietjes in een tent. Mijn moeder werkte in de zomer op een camping in Frankrijk. Dan gingen wij mee. Dat was onze vakantie.

Jurk
Toen ik 11 jaar was – dat vergeet ik nooit- kreeg ik voor het eerste nieuwe kleren. Een jurk, met een legging. Met mijn moeder ging ik naar de winkel en ik mocht dat uitzoeken. Dat heeft indruk gemaakt. Ik kwam haast nooit in de stad. Wij kregen altijd tweedehands kleren. Eerst gingen ze naar mijn zus en dan naar mij.

Dat vond ik wel jammer. Want ik hield van mooie kleren. Als ik nu foto’s zie van mezelf dan vraag ik me af waarom ik nooit ben uitgelachen. Die kleren…veel te groot. Bij het boodschappen doen was het altijd spannend of we het zouden redden. Een keer zei mij moeder ‘breng gauw even het wagentje terug. Die 50 cent hebben we nog nodig.’ Ik weet dat ik dacht.. hoezo? Maar ik schaamde me dood.

Deurwaarders
Mijn moeder had de meeste moeite om met geld om te gaan. Vaak kregen we deurwaarders aan de deur die ook tegen mij heel lelijk en intimiderend deden. Toen het water werd afgesloten, moesten we de wc doorspoelen met emmers water van de buren. Daar wasten we ons dan ook maar mee. Achteraf denk ik wel eens ‘hoe is het mogelijk dat zij dit heeft laten gebeuren?’ En dat het waterbedrijf dit deed.

Ze had het er ook moeilijk mee, mijn moeder. Dat merkte ik ook. Ze had er spanning van. Ik probeerde haar te ontzien door niet meer over geld te beginnen. Als er een schoolreisje was, stapte ik zelf naar de docent en zei dat er thuis geen geld was voor een reisje. Ik vond het gênant om te zeggen, maar het had toch geen zin om het mijn moeder te vragen. Gelukkig heeft de school altijd wat kunnen regelen.

Bijbaantje
Toen ik zestien werd moest ik meebetalen in huis. Ik had bijbaantjes en een deel daarvan besteedde ik ook aan het huishouden. Maar ik was vooral heel blij dat ik iets voor mezelf kon kopen.

Ik weet niet of ik anders ben opgegroeid dan andere kinderen. Misschien wat eerder volwassen geworden. Ik heb mezelf wel altijd de vraag gesteld ‘hoe zorg ik ervoor dat het mij beter gaat?’ Opleiding is de sleutel denk ik. Ik heb mijn studie afgerond. Ik heb een baan – geen vetpot- maar ik hecht ook niet heel veel waarde aan geld. En ik heb geen gat in mijn hand.”

 

 

Terug naar Wat beweegt Limburg