Dag 25: Kinderen hebben steeds vaker en jonger een bijbaan

Print
Leren budgetteren, verzorgen, verstandige keuzes te maken, initiatief te nemen, solidair te zijn. De pogingen die de middelbare scholen in Maastricht doen om kinderen uit de armoedecirkel te halen zijn talrijk. En dan hebben we het nog niet eens over het signaleren en doorverwijzen van kinderen naar instanties die praktische hulp bieden.

Belinda Westera, locatiedirecteur van de praktijkschool Terra Nigra, Rosé Lemeer, teamleider vmbo en Guy de Munck, locatiedirecteur van het Sint Maartenscollege en het Porta Mosana College (vwo), over wat zij merken van kinderarmoede in de klas en wat kunnen ze doen.

Op de scholen neemt het aantal kinderen in armoede toe, merken zij. Bij het vwo is het aantal het laagst, maar in de afgelopen jaren wel verdubbeld tot 1 procent van de leerlingen. Op het vmbo groeit zo’n 15 procent van de kinderen op in armoede en op de praktijkschool is dat aantal nog veel groter.

Verzorging
Lemeer: “We merken het aan de verzorging van de kinderen. Sommigen komen in kleding die niet bij het seizoen past. Te warm of te koud. Soms zelfs zonder jas in de winter. ‘Die heb ik niet nodig’, zeggen ze dan. Of leerlingen die niet ontbijten, geen lunch bij zich hebben. Ik had op de vorige school waar ik werkte zelfs een leerling die in een auto woonde.”

Westera: “Maar ook met schooluitjes, aan ouders die bellen dat ze het niet kunnen betalen. Of die de ouderbijdrage met contant geld betalen. Ik had kinderen in de klas waar in huis niets stond. Geen eettafel of zelfs geen vloer.”

Lemeer: “En aan de bijbaantjes. We zien steeds meer kinderen, en steeds jongere kinderen ook, die naast school werken om bij te kunnen dragen aan de huishoudpot. En dat heeft gevolgen voor de leerprestaties, want niet alleen rennen ze na school meteen weg en kun je dus haast nooit even praten, en ze hebben geen tijd voor huiswerk.”

Westera: “We zorgen ervoor dat de uitjes niet duur zijn of gratis. Bij ons kost een uitstapje maximaal 30 euro. Dat is al veel geld. Boeken krijgen de kinderen van school. De vrijwillige ouderbijdrage kunnen ze in gedeelten betalen. We verwijzen ook altijd door naar instanties die ze hulp kunnen bieden, zoals de gemeente of stichting Leergeld. Als het nodig is vullen wij de formulieren met de ouders in. Daar kunnen ouders de ouderbijdrage of een laptop vergoed krijgen, maar het web van regels is zo ingewikkeld dat het ouders ook niet altijd lukt om de juiste pot te vinden. Soms zitten we aan tafels met bewindvoerders om te kijken wat mogelijk is.”

Stageplek
Westera: “In het praktijkonderwijs zetten we steeds hoger in als het gaat om stageplekken, zodat leerlingen op plekken komen waar ze mensen ontmoeten met een hele andere achtergrond. Een stage hoeft niet alleen bij een winkelketen te zijn, het kan ook bij een advocatenkantoor.  Zo kunnen ze laten zien dat ze ook echt iets kunnen. En we leren ze initiatief te nemen.”

De Munck: “De tweedeling op scholen groeit. En de solidariteit lijkt af te nemen. We hebben wel eens voorgesteld een deel van de ouderbijdrage te reserveren voor ouders die het niet kunnen betalen, maar dat kregen we toen niet voor elkaar. Schoolreizen organiseren we voor een deel  al anders dan vroeger. Nu wisselen meer uit met scholen uit andere landen. We bieden in een aantal gevallen een alternatief programma aan voor kinderen die niet mee willen of niet mee kunnen. Voor de activiteiten en reizen hebben we een betalingsregeling voor ouders. Ook verwijzen we hen naar bijvoorbeeld de stichting leergeld of andere instellingen. Of we laten leerlingen zelf hun reis financieren door sponsoren te zoeken.  Ongelijkheid speelt dan geen rol.

Cirkel
Westera: “Ik vind het zorgwekkend. Want hoe doorbreek je de cirkel? We proberen het wel. Door veel aan preventie te doen. Hoe ga je om me geld? Hoe voorkom je dat je zwanger raakt op je zeventiende? Onze doelgroep is snel zelfstandig, woont snel op zichzelf, maar is daar lang niet altijd op voorbereid. Sommigen weten gewoon niet hoe ze met geld om moeten gaan.”

De Munck: “Er is een correlatie tussen armoede en opleidingsniveau. En onze taak is om de emancipatie vorm te geven. En dat is moeilijk. Want als het kind thuis weinig begeleiding krijgt – als ouders laaggeletterd zijn bijvoorbeeld- hoe moet dat dan? Op school geven we die kinderen extra aandacht. Soms via externe bureaus. Maar voor de kinderen is dat niet altijd makkelijk. Die zijn loyaal naar hun ouders toe”

Westera: “We kunnen het niet oplossen. Wel signaleren of doorverwijzen naar plekken waar hulp is. Maar die hulp zou wel beter kunnen. De doorlooptijd van hulpverleners is vrij snel waardoor leerlingen steeds een andere hulpverlener zien. Dat vertraagt.

De Munck: “Belangrijk is de weg van de educatie. Kinderen budgetbewust maken, maar ze ook leren over solidariteit. Scholen doen al best veel. Maar soms wordt het ze ook lastig gemaakt, want het onderwijs verzakelijkt ook. Er is soms weinig ruimte. We kunnen ook niet altijd ja zeggen tegen alle  maatschappelijke vragen die er zijn, ook al zouden we dat graag willen.”

Terug naar Wat beweegt Limburg