Dag 26: Moet ik niet gaan werken, mama?

Print
Van 50-80 euro per week moeten Janneke (37 jaar uit Echt) en haar drie dochters (15, 12 en 5) zien rond te komen. Het gaat elke keer net. Maar ze leeft ‘altijd op een grens’. ”Het is altijd puzzelen. En dat al bijna veertien jaar.”

“Hoe het kan? Verkeerde keuzes in relaties. Pech. Ik ben jong getrouwd met een man die niet werkte en het geld dat ik verdiende opmaakte of naar zijn familie stuurde. We hadden samen een huis gekocht, maar toen ik ben vertrokken, wilde hij het huis niet verkopen en hij wilde niet scheiden. Maar de hypotheek betaalde hij ook niet. De bank heeft beslag op het huis gelegd en per opbod verkocht. Ik bleef achter met 50.000 schuld. Mijn ex was immers naar het buitenland vertrokken.

Agressief
Met mijn nieuwe partner kreeg ik twee dochters. De schulden die wij hadden, gooiden we op een hoop. Maar ook hij verdiende nauwelijks iets. En hij bleek ook nog eens verslaafd aan anabolen en agressief. Toen ik zwanger was van de tweede ben ik vertrokken. Met zijn schuld erbij, want hij bleek onvindbaar.

Met 80.000 euro schuld en twee kleine meisjes kwam ik te zitten. De ene na de andere deurwaarder kwam aan de deur. Ik wist niet meer wat ik moest doen. Ik zat echt aan de grond. Toen heb ik hulp gezocht en kwam ik in de schuldsanering terecht.

Als je in de schuldsanering zit, leef je eigenlijk niet. Ik was de hele tijd bezig alles bij elkaar te verzamelen. Pampers voor de baby, eten. Ik heb mijn ouders vaak huilend opgebeld voor hulp. Zelf at ik vaak niet zodat de kinderen konden eten. Ons eten haalden we bij de voedselbank. Ik heb nog twee maanden te goed. Die bewaar ik voor als het echt nodig is.

Sanering
Nu heb ik nog 10.000 schuld. Een ‘erfenis’ van de vader van mijn jongste dochter. Toen ik uit de sanering kwam, was ik schuldenvrij. Maar mijn nieuwe vriend had schulden die we van mijn geld afloste. Maar ja, zo maakte ik ook weer schuld. En toen bleek ook dat ik teveel toeslagen had ontvangen van de Belastingdienst die moest worden terugbetaald. En dan begin je weer bijna helemaal opnieuw.

Bij de kledingbank zijn we ook geweest. De meiden vonden het vreselijk. Ik moest dan snel wat uitzoeken en ze moesten het allemaal passen. En dan met van die kleintjes. Dat was altijd gedoe. De meeste kleren krijgen we van mensen uit de buurt. Mijn dochters vinden het vreselijk. Het is nooit hun smaak.



Kraaltjes
Mijn kinderen merken er heel veel van. De kinderen van mijn zus zijn nog echte kinderen, die spelen met kraaltjes en armbandjes. Die van mij niet. Die vragen ‘moet ik niet gaan werken mama?’ Ze nemen de rol van volwassenen aan. Ze proberen me dingen uit handen te nemen. En soms nemen ze mijn zorgen over. De oudste zit op de middelbare school maar wil nu al gaan werken om geld te verdienen.

Het geld dat mijn kinderen krijgen als ze jarig zijn, moeten ze gedeeltelijk inleveren. Waarom niet? We hebben het hard nodig. Maar het is wel heel erg als je erover nadenkt.

Het hele jaar spaar ik voor cadeautjes. En als het schoolgeld eraan komt, moet ik alles aan de kant zetten. In een Exelsheet staan alle uitgaven op een rij. Via Marktplaats haal ik wel een kapotte spullen af die ik dan repareer en weer op Marktplaats verkoop. Zo verdien ik een beetje geld. Dat houdt me overeind. Gelukkig ben ik handig. Maar de beugel voor mijn dochter moet even wachten.

Kapot
Alles in huis is kapot of oud. De laptop voor school is bijna stuk. Er is geen geld voor inkt voor de printer. Mijn dochter gaat met school naar Italië voor 400 euro. Daar heb ik het kindgeld deels voor gebruikt. Je wilt niet dat zij als enige niet kan gaan. De jongste gaat soms met een vriendinnetje mee naar dansles. Dan mag ze ook meedoen. Dan heeft ze ook een keer gedanst. De oudste kan ik nooit geld meegeven als ze met vriendinnen de stad in wil. Ze is 15. Die wil de stad in.

Armoede brengt niets goeds. Het versterkt de band met de kinderen niet, maar breekt die juist. Het maakt ziek. Mij en  de kinderen. Die hebben er hoofdpijn van.

Volgens Jeugdzorg mag ik mijn kinderen niet lastigvallen met mijn zorgen. Dat probeer ik ook niet. Maar ik ben zo gespannen dat zij dat ook voelen. De middelste kan af en toe uit het niets ontploffen. Zij begrijpt het wel, maar accepteert het niet. Armoede is elke dag een gevecht.”

 

Terug naar Wat beweegt Limburg