Nergens stegen de huizenprijzen zo weinig als hier

Print
Nergens stegen de huizenprijzen zo weinig als hier

De huizenprijzen stegen in Limburg minder hard dan in andere provincies. Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

Nergens in Nederland zijn de huizenprijzen sinds 1995 zo weinig gestegen als in Limburg. Dat blijkt uit een analyse van cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag presenteerde. ‘We’ doen het ook slechter dan andere provincies in de periferie, zelfs dan Groningen. Maar is dat erg?

Onthutsend die cijfers van het CBS. Mag je dat zeggen? Ja, dat mag.

Goedkoper
Oordeel zelf: in 1995 kostte een huis in Limburg iets meer dan de gemiddelde woning in het land. Gemiddelde verkoopprijs in onze bronsgroene provincie 94.311 euro tegen landelijk 93.750 euro. In 2017 - het jaar waarover het CBS bericht - is het beeld compleet anders. Een huis in Limburg is dan gemiddeld 50.375 euro goedkoper dan de landelijk gemiddelde koopprijs.

Alleen al van het verschil in waardestijging zou de ‘gemiddelde Nederlander’ een Jaguar XE kopen. Of twee Mini’s. De woningeigenaar in ‘booming’ Noord-Holland is sinds 1995 vergeleken met de Limburger gemiddeld 113.165 euro extra ‘rijker’ geworden. Daar heeft hij een gloednieuwe Porsche Cayenne voor. En resteren nog wat duizendjes voor leuke accessoires.

Groningen
Van een mooie, gemiddelde plek in de Nederlandse huizenprijzenranglijst in 1995 is Limburg in de loop der jaren naar de onderste regionen geduikeld: ‘we’ staan nu boven Friesland en hekkensluiter Groningen. Waar de huizenbezitter in Limburg tussen 1995-2017 zijn eigendom met 126 procent in waarde zag aandikken, vloog die in Friesland en Groningen met respectievelijk 196 en 187 procent omhoog.

Gemiddelde verkoopprijs bestaande koopwoningen (Limburg):

Huizen in Limburg kostten in 1995 gemiddeld een kwart méér dan in die andere ‘uithoekprovincie’: Zeeland. Nu dokken de Zeeuwen (iets) meer dan de Limburgers voor een woning.

Het CBS laat cijfers zien vanaf 1995; de Heerlense woningmarktdeskundige Leo van de Pas verzamelt die al sinds 1993. Zijn beeld is niet anders. Ook over de periode 1993-2017 genomen bungelt Limburg helemaal onderaan in het lijstje met de koopsomstijgingen.

We zijn ingehaald
Hoe zit het dan in Limburg zelf met de huizenprijzen ? Uit gedetailleerde cijfers van Van de Pas over alle gemeenten in de provincie blijkt -niet verrassend- dat eigenaren in Parkstad hun huis het minst in verkoopprijs zagen groeien. Daartegenover is de grootste gemiddelde ‘waardestijger’ Roermond. Toch zitten de woningbezitters in deze stad nog steeds dik onder het landelijke gemiddelde qua toename van de huizenprijzen.

Gunstig
"Kortom", oordeelt Leo van de Pas, "we zijn door een groot deel van het land ingehaald." Oorzaken zijn bekend, zoals de bevolkingskrimp, minder banen, lagere inkomens en nog veel meer. Hamvraag: is die uiterst matige stijging van de huizenprijzen eigenlijk slecht voor Limburg?

Gemiddelde verkoopprijs bestaande koopwoningen (landelijk):

Van de Pas: "Voor de betaalbaarheid van woningen is die ontwikkeling gunstig. In het land ontwikkelt Limburg zich zo tot een oase van comfortabele woningen voor aantrekkelijke prijzen."

Duur
Hoogleraar macro-economie Clemens Kool van de Universiteit Maastricht stelt dat de waardestijging in Limburg zo gering is, omdat de huizen in 1995 "voor een perifere provincie als Limburg wel erg duur waren. Duurder zelfs dan in Zuid-Holland. Blijkbaar was destijds Limburg veel meer in trek dan nu."

Een duidelijke nadeel is dat Limburgse huizenbezitters hun vermogen veel minder hebben zien groeien dan eigenaren elders. Dat geeft geen goed gevoel. Clemens Kool: "En dat kan zo leiden tot een voorzichtiger bestedingspatroon." Anders zou het zijn wanneer "er veel méér overwaarde in je huis zit; dan ben je geneigd meer uit te geven." En dan neemt de huiseigenaar die zich ‘rijker’ voelt die nieuwe keuken of badkamer. Goed voor de economie.

Huizenprijspiek
Overigens is het de vraag hoeveel eigenaren nog in hetzelfde huis wonen als in 1995, zegt Kool: "Gemiddeld wordt in Nederland eens in de zeven, acht jaar verhuisd." Ofwel: de geluksvogel die op het goede moment kocht of verkocht, is spekkoper. Wie in 2007 zijn stulpje tijdens de huizenprijspiek verwierf, heeft echter vette pech.

Van de Pas ziet tot slot nog een groot pluspunt voor Limburgers die een eigen huis hebben: "Ze houden meer geld over om te besteden dan iemand in Amsterdam met hetzelfde inkomen, maar met veel hogere woonlasten."