Dag 19: ‘Eens per vier jaar weten ze ons wél te vinden'

Print
Dag 19: ‘Eens per vier jaar weten ze ons wél te vinden'

Afbeelding: Stefan Koopmans

Het circus is in volle gang. Foldertje hier, foldertje daar. Ballonnetje erbij. Of een sticker. Verkiezingsdebatten zijn ook aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over al die met hoofden van kandidaat-raadsleden versierde lantaarnpalen.

Hoewel er campagne gevoerd wordt om stemmen te winnen, heeft die politieke reclame ook een tegengesteld effect. Ze voedt het cynisme over politiek bij burgers. En dan krijg je quotes als ‘eens per vier jaar weten ze ons wél te vinden, maar na de verkiezingen vergeten ze ons weer’. Of zoals communicatiedeskundige Paul ’t Lam het eerder bij Wat Beweegt Limburg verwoordde: "De gordijntjes van de poppenkast gaan maar een keer per vier jaar open.”

Zieltjes winnen
De campagne komt ook aan de orde in reacties van (kandidaat-)raadsleden die we binnenkrijgen. Sander Gorissen, kandidaat-raadslid voor de PvdA in Kerkrade, schrijft zich heel goed te kunnen voorstellen dat de gemiddelde kiezer de buik vol heeft van al die politieke aanzoeken in campagnetijd. "Maar geloof me, dat heeft een kandidaat ook. Het geeft veel meer voldoening om vier lang keihard te werken voor je eigen gemeente dan in enkele weken tijd de kiezer te overtuigen van je gelijk en – zo voelt dat soms -  zieltjes te winnen.” Tegelijkertijd acht hij verkiezingscampagnes ‘simpelweg’ noodzakelijk om ook de ruimte te creëren om daarna vier jaar lang invulling te geven aan die inzet voor de gemeente.

Twee werelden
Ook Thieu Wagemans, raadslid met heel wat jaren op de teller voor Ronduit Open in Leudal, memoreert de campagnetijd in het uitgebreide betoog dat hij ons toezond. Wagemans signaleert twee werelden. De ‘formele’ wereld, heel complex vol regels en verordeningen en de maatschappelijke werkelijkheid die niet in systemen past. Raadsleden leven vooral in die eerste wereld, burgers in de tweede.  In campagnetijd moeten die twee werelden noodgedwongen met elkaar communiceren stelt Wagemans. Raadsleden zijn dan afhankelijk van de steun van burgers aan wie nauwelijks nog uit te leggen is hoe complex het politieke speelveld is. En dus beperken politici zich tot goed bekkende oneliners en vaak niet na te komen beloftes.

Kruispunt
Wagemans pleit voor een grondige vernieuwing van de lokale politiek. Waarbij meer ruimte wordt gegeven aan de beleving van burgers. In het woud van regeltjes en verordeningen worden emoties van burgers voortdurend rationeel benaderd. Wagemans geeft het voorbeeld van een kruispunt dat in de beleving van omwonenden gevaarlijk is. De reactie van een overheid hierop is vaak om dat gevoel opzij te schuiven door  te wijzen op ‘objectieve’ maatstaven, bijvoorbeeld het aantal aanrijdingen. De politiek moet de "leefwereld van burgers” toelaten en er betekenis aan geven. Voor burgers is ook een taak weggelegd. Nu is te veel sprake van vrijblijvendheid, meent Wagemans. Wel kritiek uiten en klagen, maar geen verantwoordelijkheid nemen. Politici zouden burgers veel meer op die verantwoordelijkheid moeten aanspreken. Maar dat gebeurt volgens Wagemans te weinig. En in verkiezingstijd helemaal niet. "Dan is de burger minder belangrijk, maar zijn stem des te meer.”  

Terug naar Wat beweegt Limburg