Minister: ‘Iedereen kan een betere buur zijn’

Print
Minister: ‘Iedereen kan een betere buur zijn’

Minister De Jonge in woonzorgcentrum Oud Geleen. Afbeelding: De Limburger

Het kabinet bindt de strijd aan met de groeiende eenzaamheid in Nederland. Deze dinsdag lanceert Volksgezondheidsminister Hugo de Jonge het actieplan Eén tegen eenzaamheid.

 Op campagne in woonzorgcentrum Oud Geleen vertelde de CDA’er wat hij hoopt te bereiken. Dit artikel hoort bij: Actieplan tegen groeiende eenzaamheid.

Dit artikel hoort bij: Actieplan tegen groeiende eenzaamheid

De helft van alle 75-plussers in Nederland voelt zich eenzaam, blijkt uit onderzoek. De helft. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid herhaalt het getal nog eens, opdat het goed doordringt. "Dat zijn ruim 700.000 mensen. Mensen die echt in een isolement leven, die het idee hebben dat ze er niet meer toe doen. Niet meer meetellen. Achter veel voordeuren is eenzaamheid een pijnlijk vraagstuk. Er wordt wel gezegd: die eenzaamheid hoort bij een individualiserende samenleving, maar daar mogen we ons toch niet bij neerleggen? Een samenleving van ‘zoek het zelf maar uit’. Deze eenzaamheid moeten we doorbreken."

Actieplan
Actieplan Dat gaat het kabinet doen met het actieplan Eén Tegen Eenzaamheid. Het idee wordt deze dinsdag officieel gelanceerd. Kern van het plan is de oproep aan alle 380 gemeenten om lokaal een coalitie te vormen met betrokken organisaties en instellingen én de bundeling van bestaande initiatieven in de gezamenlijke strijd tegen wat de CDA-bewindsman "een van de grootste sociale vraagstukken van deze tijd" noemt.

"We kunnen én gaan veel van elkaar leren", aldus de minister. "Juist lokaal kun je het verschil maken". Om de lokale coalities te ondersteunen en om kennis en ervaring te delen komt er een landelijk centrum tegen eenzaamheid.

Nee, het kabinet gaat de wethouders en de gemeenteraden niet verplichten, maar probeert hen wel uit alle macht te doordringen van de noodzaak tot actie. Juist nu. Het plan is vooral gericht op krimpregio’s.

Offensief
Eenzaamheid is niet nieuw. Sterker, het is van alle tijden én van alle leeftijden, hoewel ook in Limburg vooral de alleroudsten het hoogst scoren in elk eenzaamheidsonderzoek. De Jonge’s actieplan is ook niet het eerste offensief. Wat geeft hem de hoop dat hij wel zal slagen?

"Nee, eenzaamheid doorbreken kan ik niet alleen. Maar iemands eenzaamheid doorbreken, dat kan iedereen. Iedereen kan er voor kiezen om een betere buur te zijn. Om morgen wat meer naar elkaar om te kijken dan vandaag. We zijn allemaal iemands zoon, dochter of kleinkind. Ja, ik probeer het zelf ook, al laten mijn werktijden als minister het niet altijd toe. Mensen zullen het niet altijd fijn vinden als ik ’s avonds zo laat nog bij ze op de stoep sta. Maar ik denk dat als we allemaal en tandje bij zetten, het omkijken naar elkaar weer in de vingers krijgen, dan creëren we met elkaar een betere samenleving."

Er zijn allerlei analyses te bedenken die het complexe probleem van eenzaamheid verklaren. De individualisering, kleinere gezinnen, kinderen die verder weg wonen van hun ouders, gemeenschappen die steeds minder dorps worden. Eenzaamheid is een veelkoppig vraagstuk. Als iemand zijn partner heeft verloren, dat verdriet, die leegte neem je niet zomaar weg. Dat is pijn die bij het leven hoort, maar er zijn ook andere vormen van eenzaamheid. We hebben een klus te klaren. Ik wil schouder aan schouder optrekken met alle wethouders, colleges én vrijwilligers die eenzaamheid tot hun prioriteit maken”.

Dood in huis
De Jonge was wethouder in Rotterdam toen daar in 2013 het lichaam werd gevonden van een vrouw die tien jaar lang dood in haar huis had gelegen. "Dat was een grote schok. Maar tegelijkertijd voor mij ook een keerpunt: nu moeten we écht met z’n allen aan de slag. Het mooie is, vorig jaar heeft Rotterdam de trend van het stijgende percentage eenzaamheid weten te doorbreken."

In Kerkrade werd recent een vrouw gevonden die vermoedelijk vier weken levenloos in huis lag. "Dat is dus vier weken te lang", reageert De Jonge. "Wellicht moeten we wat meer onze schroom overwinnen. Je wil niet te snel bij de buurvrouw op de stoep staan als de gordijnen ‘s morgens niet open gaan of een pannetje soep koken. Maar ik denk dat je beter te vaak dan te weinig kunt aanbellen".

Beleid
Is de eenzaamheid nu, niet mede het gevolg van eerder kabinetsbeleid, ingegeven door besparingen, om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen?

"Ik vind het te makkelijk om af te geven op vorige kabinetten. Langer thuis wonen is wat veel mensen juist graag willen. Maar inderdaad, soms gaat het niet langer. We zullen op zoek moeten naar nieuwe vormen van wonen en zorg, tussen thuis en het verpleeghuis in. Er zijn al mooie voorbeelden van speciale studentenhuizen voor ouderen."

Geld
Geen actieplan zonder geld. Het kabinet steekt jaarlijks 8 miljoen euro in het plan. Dat lijkt weinig vergeleken met de 2 miljard per jaar extra voor de verpleeghuiszorg. Waar overigens ook de eenzame ouderen weer van profiteren, omdat er zo meer tijd en aandacht voor ze komt. "Het is een optelsom" aldus de minister, die belooft dat "geld komende jaren het probleem niet zal zijn, wel het vinden van nieuw personeel."

Of de minister, die net 40 is geworden, bang is om later zelf ook eenzaam te worden? “Dat is moeilijk te voorspellen. Het kan iedereen overkomen. Daarom ook zullen we allemaal stappen moeten zetten om ons sociale netwerk te onderhouden. Ja, eenzaamheid vraagt ook iets van mensen zelf.”

Besparen
De Jonge’s voorganger als Volksgezondheidsminister Ab Klink becijferde ooit dat een betere aanpak van eenzaamheid een besparing kan opleveren van zo’n 2 miljard op de zorgkosten die eraan toegeschreven worden. Mensen die langdurig eenzaam zijn, kampen vaker met stress, slapeloosheid, obesitas, hart- en vaat aandoeningen en depressiviteit. Ze gaan vaker naar de dokter. Nee, zegt de minister stellig. “Geld besparen is absoluut niet de inzet van dit actieplan, dat mag niemand ook maar denken. Het doorbreken van de eenzaamheid, dar gaat het om. Mensen het gevoel geven dat ze er gewoon bij horen, dat we ze nodig hebben, dat er op hen wordt gerekend. Dat wil ik voor elkaar krijgen.”

Terug naar Wat beweegt Limburg