Loek Kessels: ‘Lieve Mona’ was mijn eigen eenzaamheidstherapie

Print
Als Lieve Mona was schrijfster Loek Kessels (86) vijfentwintig jaar lang een biechtmoeder voor lezeressen van het blad Story. De Landgraafse kreeg in al die jaren honderdduizenden brieven, maar die van jongeren over hun eenzaamheid raakten haar het meest. Persoonlijk ook, als kind van een moeder die alcoholiste was. "Die rubriek was mijn therapie."

"Eenzaamheid. Ik denk dat ieder mens zich wel eens eenzaam voelt. Daar hoef je niet letterlijk ook alleen voor te zijn. Het is een gevoel. Ik heb er veel over geschreven. Vijfentwintig jaar lang in Story en twee romans. Mijn laatste boek Een Kusje op je Ziel gaat er volledig over. Ik ben heel erg eenzaam geweest in mijn leven. Als mensen praten over eenzaamheid, gaat het vaak over ouderen. Ouderen die hun dierbaren verliezen, die lichamelijk achteruit gaan en minder mobiel worden. Dat is erg, vooral als je geen sociale contacten meer hebt."

Jongeren
"Maar wat ik het allerergste vind is eenzaamheid onder jongeren. In mijn Mona-tijd werd ik er veel mee geconfronteerd. Dat herkende ik helemaal, als kind van een moeder die alcoholiste was. Ze dronk, het kon niet erger. Als kind ben je dan enorm eenzaam. Je isoleert je, hebt geen aanspreekpunt. Je schaamt je, krijgt allerlei gevoelens. Een minderwaardigheidscomplex, angst. Je denkt dat jij de schuld bent van haar verslaving. Want zo handig zijn ze wel, die alcoholisten. Om het op jouw schouders te stapelen. Je vereenzaamt in jezelf. Je gaat toneelspelen. Je wordt het leuke meisje, er komen vriendinnen op je af. Van de buitenkant ben je het clowntje, aan de binnenkant het eenzame meisje."

"Als Mona kreeg ik brieven van jongeren, kinderen van ook alcoholisten of ouders die ergens anders aan verslaafd waren. Gokkers. Brieven over schrijnende eenzaamheid, die je niet zo één-twee-drie kunt oplossen. Je kunt er niet over praten, juist omdat het zo’n taboe is. Een Kusje op je Ziel gaat over mijn eigen leven, maar ik heb het geschreven voor al die anderen die zich net zo eenzaam voelen, of hebben gevoeld. Die kinderen krijgen vanaf het begin het gevoel dat ze anders zijn. Ze durven er niet mee naar buiten te komen. Bang om gestraft te worden door hun ouders, om nog meer ruzie te krijgen thuis. De schaamte tegenover vriendjes komt erbij."

Compenseren
"Iets anders is dat ouders steeds vaker allebei werken. Daar krijgen kinderen misschien geen schuldcomplex van, maar ze kunnen er wel eenzaam van worden. Want je hebt toch behoefte aan contact, behoefte om je te kunnen uiten. Dat heeft ieder mens. Als er thuis geen aandacht of tijd voor je is, ga je dat compenseren. Dan ga je op je iPhone zitten, op Facebook of Twitter. Het is gewoon compensatie wat een heleboel kinderen doen, en ze raken er verslaafd aan."

"Ouders die scheiden, vroeger deed je dat niet zo gauw. Tegenwoordig is het heel gewoon. De kinderen krijgen er hoe dan ook iets van mee. In de tijd voor de scheiding, als er ruzie is in huis.

Kinderen voelen zich schuldig, denken dat hun ouders ruzie hebben om hen. Ook die kinderen kunnen daar, zeker in het begin, moeilijk over praten. Schaamte. Eenzaamheid. Ik heb brieven gehad van ouderen - ik wil hun probleem beslist niet bagatelliseren - maar ook van jongeren die zeiden: het hoeft van mij niet meer. Ik wil niet meer leven. Dat is wat eenzaamheid kan doen."

Wat antwoordde je dan, wat was je advies als Mona?

"Mijn afspraak met de redactie was dat ik me niet persoonlijk met mensen zou bemoeien. Die afspraak, daar heb ik me niet altijd aan gehouden. Ik schreef ze terug, maar heb ook vaker met ze gepraat. Heb sommigen zelfs bij mij thuis uitgenodigd. Ik ben geen psycholoog of psychiater, maar ik heb wel gemerkt als je écht naar mensen luistert, écht aandacht hebt, dat werkt. Dat ze hun hart bij je kunnen uitstorten, dat lucht op. Nee, het was niet altijd slim. Sommigen laten je niet meer los, die klampen zich aan je vast. Ik heb ook te maken gehad met chantage, als jij niet vanavond om acht uur in Amsterdam bent, spring ik van de flat. Dan schakel je hulpinstanties in. Het is een schreeuw om hulp, ze zullen het niet zo gauw daadwerkelijk doen. Maar als ze het doen, dan zit je wel met een rotgevoel."

Hoe ben je er zelf overheen gekomen, die schuldgevoelens, de eenzaamheid?

"Dat heeft bijna vijftig jaar geduurd. Mijn moeder, de actrice Leonie Brandt-Putz, leefde toen nog. Je wordt er iedere keer weer mee geconfronteerd. Ik heb een vreselijke jeugd gehad. Heel langzaam ben ik erover heen gekomen. Ik weet nu dat ik toen niet schuldig was. Ik heb er heel veel van geleerd. Ik veroordeel geen mens, zelfs niet mensen die drinken. Er hoeft geen reden voor te zijn. Ik heb er met een psychiater over gepraat: die zegt, dat is romantiek dat ze drinken om een verloren liefde, of met welke reden ze ook komen. Onzin: het is een ziekte. Zo is het. Ik heb zelf tot mijn 28-ste geen druppel gedronken. Af en toe, als we gezellig zitten te eten, neem ik wel eens een glaasje wijn. Maar na het tweede gaat mijn keel dicht zitten, dan krijg ik er niets meer doorheen. Dat is de angst. Ik wil niet worden zoals zij was. Ik ben nog nooit teut geweest. Ik heb lang met een grote boog om dronken kerels heen gelopen die over de straat waggelden. Waarom? Ik was doodsbang, wist niet wat ze gingen doen. Net als mijn moeder. Ze kon van het ene op het andere moment agressief worden, boos, slaan. Zoals die keer dat ze me aanviel met een mes. Ik ben er doorheen nu, maar heb veel moeten overwinnen."

Waarom dronk uw moeder dan? Ze was een overlevende van het nazi-kamp Ravensbrück...

"Mijn moeder zei ‘ik drink niet’. Dat zegt iedere alcoholist: ik drink niet, hoe kom je erbij? Ze verstoppen flessen, weten altijd wel weer aan wat te komen. Mijn moeder had de drank in de medicijnflesjes zitten. Ze zijn zo ontzettend leep. Je kunt het je niet voorstellen."

Wanneer was voor uzelf het taboe eraf, is dat eigenlijk pas nu met Een Kusje op je Ziel?

"Ja, ik denk dat de laatste restjes zijn opgeruimd met dit boek. Er is nog veel meer in mijn leven gebeurd waar ik nooit over heb durven praten. Eigenlijk door ons hele ontwrichte gezin. Ik heb de afgelopen jaren veel steun gehad aan Al Anon, een zelfhulporganisatie voor partners, familie en vrienden van alcoholisten. Zo’n beetje de enige in zijn soort. Als je zelf verslaafd bent, zijn er allerlei instanties die voor je klaar staan om je te helpen, maar voor hen die er omheen staan en de ellende te verdragen krijgen, is er eigenlijk zo goed als niets. Toen ik bezig was met dit boek schrijven, was ik benieuwd hoe mensen daar zouden reageren. Ik heb ze stukjes voorgelezen. Er zaten mensen te huilen. Van herkenning. Dit zijn wij, dit hebben wij ook meegemaakt. Dat heeft zo’n indruk op me gemaakt, dat ik dacht: dit boek moet er gewoon komen. Voor al die mensen die niet naar zo’n praatgroep durven, die nog steeds denken dat zij gek zijn, dat zij schuld zijn."

Luisteren en erover durven praten is belangrijk?

"Je kunt je niet voorstellen als jongeren eenzaam zijn, wat er dan voor frustraties gaan spelen. Oudere mensen die eenzaam zijn: ze missen iemand, hebben geen aanspraak meer. Niemand komt ze nog opzoeken. Nogmaals, dat is minstens even erg. Maar het is anders. Je voelt je niet gek, niet gefrustreerd. Je bent niet bang dat er elk moment een bom kan ontploffen. Zo was het bij mij thuis wel. Je gaat aan jezelf twijfelen, je hoort er niet meer bij. Je houdt er trauma’s aan over. Ik heb nu nog bepaalde trauma’s, toen schaamde ik me ervoor, nu niet meer."

En wij intussen maar denken wat een sterke vrouw die Mona, dat ze vijfentwintig jaar lang het leed van zoveel Story-lezers op haar schouders kon dragen, zoveel mensen heeft geholpen…

"Dat is dus niet helemaal waar. Ik ben blij als ik één of enkele mensen heb geholpen, maar die mensen hebben net zo goed mij geholpen. Ik herkende allerlei dingen. Voor mij is het een hele belangrijke periode geweest. Omdat ik erachter kwam: ik ben niet de enige. Anderen hebben precies dezelfde gevoelens en frustraties. Die Mona-rubriek is voor mij een therapie geweest. In die tijd mocht ik dat niet zeggen. Ik mocht niet over mezelf praten, niet schrijven ‘dat heb ik ook meegemaakt’. Dat was de afspraak. Dus speelde ik maar een spelletje, maar ik ben wel degelijk geholpen door die briefschrijvers. Mona is, als zodanig, een geneesmiddel voor me geweest."

Een geneesmiddel om je eigen pijn een plek te geven…

"Ja. Om te gaan begrijpen dat ik niet gek was. Dat ik geen minderwaardigheidscomplex hoefde te hebben, niet onzeker hoefde te zijn. Dat er meer mensen waren die dat hadden. Herkenning is erkenning en helpt. Het trieste is, het gaat nog steeds door. Er zijn nog steeds mensen die in een web gevangen zitten, waar ze niet uitkomen omdat ze er niet over durven te praten."

Wat meer échte aandacht voor elkaar, zou dat kunnen helpen?

"Dat is heel erg belangrijk. Maar onze maatschappij is er een die nogal vlug veroordeelt. Van moet je eens kijken ‘die idioot daar’. Mensen zijn bang om zich kwetsbaar op te stellen, om met gevoelige zaken naar buiten te komen. Bang voor een oordeel, een veroordeling. Er zijn, helaas maar waar, zoveel kortzichtige mensen in onze maatschappij."

Loek Kessels zelf heeft in elk geval na 86 jaar alle schroom om openlijk over haar emoties te praten overboord gezet, hoor ik…

"Ik ben blij dat ik er uiteindelijk op eigen kracht doorheen ben gekomen. Met hulp van Story en mijn boeken, dat wel. Er is een last van me afgevallen. Ik heb er lang over gedaan, maar toch. Ik heb geleerd dat ik van mezelf mag houden. Ik ben niet ijdel en ik loop niet naast mijn schoenen, maar ben nu eindelijk tevreden met mezelf. Ik heb wel ook het grote geluk dat mijn koppie het nog goed doet, geen dementie. Elke dag is voor mij nieuw, er gebeuren allerlei leuke dingen."

Maar toch overheerst het gevoel dat je tekort geschoten bent…

"Ik wil meer doen om jongeren uit die eenzaamheid te krijgen. Mijn eerste stap was het boek. Ik ben uitgenodigd door de Jellinekkliniek en het Trimbosinstituut, om op een familiedag voor ouders en familie van verslaafden een lezing te houden. Ze zijn zo blij met Een Kusje op je Ziel. Omdat het een probleem is dat zo weinig buitenstaanders begrijpen. Ik erger me soms kapot, mag je weten. Dan verschijnt er op televisie zo’n knul die roept: ‘kent u nog iemand die drinkt, we willen een programma maken over verslaafden en zoeken nog mensen?’. Zo’n show waarin iemand in zes weken tijd zogenaamd weer clean wordt. Dan denk ik vooral, dat heb ik al zo vaak gezien. Schenk nu eens aandacht aan de mensen die daar tussenin zitten en niet weten wat ze moeten doen. Voor verslaafden is er hulp, als ze dat willen. Ik ben ooit bij het Wit-Groene Kruis geweest, vroeger en zei: kunnen jullie mijn moeder helpen? Nu begrijp ik, wat ik eigenlijk vroeg was: ‘kun je mij helpen?’ Ze hebben mijn moeder bij dat Wit-Groene Kruis niet geholpen, want die wilde zelf niet stoppen. Maar als je dat wél wil, staan er twintig hulpverleners klaar. Voor de groep om de verslaafden heen, de jongeren die ook nu nog leven met een drinkende vader of moeder, daar is niks voor. Helemaal niks. Dat is een vergeten groep. Ik wil de ogen van mensen openen: op die ene verslaafde, zitten vier of vijf naasten die ermee te maken krijgen. Doe daar nu toch eens wat aan. Het lukt maar niet. Ja, in zoverre voel ik dat ik tekortgeschoten ben."

Was er nog een vader in uw leven?

"Carl Brandt. Die is gestorven toen ik net 17 jaar was. Natuurlijk wist hij dat mijn moeder dronk, maar hij heeft er nooit met mij over willen praten. Ik heb zoveel van hem gehouden. Hij was zo beschermend, zei altijd: "Leonie drink niet zoveel". Dat herinner ik me al toen ik een jaar of acht was. Naïef als ik was dacht ik toen nog: wat drinkt ze dan, limonade of thee? Je realiseert het je niet als je zo jong bent." 

Is het schrijverschap een eenzaam vak?

"Het meest eenzame in de wereld, want je moet je afzonderen. Althans, ik kan niet schrijven als er tien mensen in de kamer bij zitten. Er komt ook een enorme zelfdiscipline bij. Elk boek waar ik aan moet beginnen, zie ik tegenop als een huis. Ik duw het van me af en denk: niet weer. Niet weer dat isolement. Maar het idee voor een nieuw boek is als een duveltje. Het groeit en groeit en op zeker moment wordt het idee zo goed dat je denkt, ik moet er toch maar wat mee doen. Ik twijfel altijd. Twijfel of het goed genoeg is. Zelfs nadat het boek al is gepubliceerd. Ik heb echt altijd bevestiging nodig. Steeds weer. Ja, natuurlijk heeft dat met mijn verleden te maken."

Terug naar Wat beweegt Limburg