Straatmuzikant uit vrije wil

Print

De Vliegende Limburger, zijn muziek bracht hem door heel Europa. Afbeelding: Jeroen Janssen

Op de hoek van de Maastrichtse Kersenmarkt / Achter het Vleeshuis klinkt Deense volksmuziek.

Viool en mondharmonica zijn de reisgenoten van deze straatmuzikant die zichzelf de Vliegende Limburger noemt. Met zijn eigen naam wil hij liever niet in de krant, maar een foto is geen bezwaar en voor een kop koffie neemt hij graag plaats op een terrasje om iets over zijn leven te vertellen. 

Iedere lente weer opnieuw stapt hij in zijn kleine bestelbusje en kiest het ruime sop vanuit zijn woonplaats, een klein dorpje op het Deense eiland Funen (Fyn), tussen Jutland en Kopenhagen. Zijn instrumenten brachten hem inmiddels door heel Europa. Een van zijn favoriete landen is Nederland. Niet alleen vindt hij in de meeste Nederlandse steden een gewillig en gul gehoor, hij heeft er ook familie en bekenden wonen want zijn wieg stond 73 jaar geleden in het Limburgse Grubbenvorst.

In de loop der jaren verruilde hij Nederland voor Denemarken en nam ook de Deense nationaliteit aan. “Denemarken was en is een heerlijk land om te wonen”, zo legt hij uit. “In de 60-er jaren, toen ik er neerstreek, was het al bijzonder vooruitstrevend en dat sprak me enorm aan. Zo kwam ik er terecht en ik ben er gebleven. Ik werkte als timmerman tot aan mijn pensionering nu acht jaar geleden. Mijn  kinderen zijn er geboren en die staan nu op eigen benen. Na mijn pensioen ben ik gaan reizen, en centje bijverdienend met mijn viool en mondharmonica. Ik vind het een heerlijke manier van onderweg zijn. Her en der bezoek ik vrienden en kennissen, maar ik blijf nooit lang op eenzelfde plek.”

Amsterdam, Den Bosch, Amersfoort, maar ook in tal van steden in Frankrijk, Spanje en Portugal klapte de Vliegende Limburger zijn instrumentenkast open om daar de volksmuziek die hem zo dierbaar is te vertolken. Het reizen verrijkt zijn leven en biedt steeds nieuwe horizonten al gaat ook het leven van een straatmuzikant beslist niet altijd over rozen. “In sommige steden ben je van harte welkom en mag je overal spelen, maar in andere steden, waaronder Maastricht, is het allesbehalve eenvoudig om een vergunning te krijgen.”

De administratie, het is hem een regelrechte gruwel. “Die papieren rompslomp, daar heb ik echt een hekel aan, maar ik begrijp het wel. Was die er niet dan zou op elke straathoek wel een muzikant te vinden zijn. En, het moet gezegd worden, Maastricht is vriendelijk en gul voor straatmuzikanten, dat is mijn ervaring. Amsterdam is ook een heerlijke stad om te spelen en kent een aanzienlijk minder strakke regelgeving voor mensen zoals ik.”

Ter illustratie haalt hij de Maastrichtse vergunning boven: een viertal A4-tjes met daarop de straten en tijdstippen waar de Vliegende Limburger zijn muziek mag presenteren want ook straatmuzikanten ontsnappen niet aan de o zo Hollandse regelgeving.

Over de opbrengst van zijn muzikale optredens wil de violist niet veel kwijt, hij ziet het meer als een tegemoetkoming in de reiskosten. “Je hebt goede en slechte dagen, maar je haalt altijd wel een voldoende geld op voor een maaltje en benzine. Ik hou van dit leven dat me overal brengt waar ik wil zijn. Van eenzaamheid heb ik geen last en ik geniet van de mensen die mijn muziek waarderen en als ze dat dan ook nog belonen door een kleine gift, ja dan vind ik dat perfect.”