Hay Wijnans: leven lang eenzaam door broeder E.

Print
Hay Wijnans (65) uit Venlo werd op de lagere school herhaaldelijk seksueel misbruikt door de broeder die hem les gaf. Een half leven lang durfde én kon hij er met niemand over praten. Hij verwerkte zijn pijn in eenzaamheid.

Het was in de derde klas. De toenmalige Mattheusschool aan de Wildveldstraat in Venlo-Oost. De orde van de ‘broeders van Maastricht’ gaf er les. De negenjarige Hay moest van broeder E. regelmatig voor straf nablijven. Waarom? Hij weet het eigenlijk nog steeds niet. "Omdat ik me tijdens de les had omgedraaid in de bank. Die broeder verzon van alles. Hij nam me vervolgens mee naar het kolenhok in de kelder. Daar ging de pij omhoog en moest ik hem bevredigen. Tot zijn smurrie op mijn lippen stond."

Tranen
Hay krijgt opnieuw tranen in zijn ogen als hij erover vertelt. "De viespeuk, wat een smeerlap. Ik was een makkelijk slachtoffer voor hem. Hij probeerde me ook in de klas al te kussen. Ik ruik nu nog die smerige lucht uit zijn mond. Hij rookte sigaren. Ik moest dat schooljaar toen over doen. Later heb ik vaker gedacht: zou die broeder dat hebben geregeld, zodat ie me nog een jaar kon misbruiken?" Hij krijgt de gedachte niet meer uit zijn hoofd.

Hay woont in die tijd bij zijn oma. Daar is hij gekomen als baby van vijf maanden oud, omdat zijn moeder het thuis te druk had met nog acht kinderen. "Mijn oma was lief en zorgzaam voor me. Ik zag er altijd netjes verzorgd uit, ze smeerde boterhammen voor me op school. Maar oma was ook zeer katholiek. Een pilaarbijter. Ze miste geen mis. ’s Ochtends nog voor ik naar school ging, moest ik vaak al mee naar de kerk. We hebben het over 1961. De kerk was nog machtig in Limburg. Hoe kon ik mijn oma vertellen wat die broeder allemaal uitvrat met me? Ik durfde het niet. Ze zou me nooit geloven, een pak slag had ik kunnen krijgen."

Berichten
Dus zwijgt hij. Jarenlang. Totdat de media voor het eerst berichten over seksueel misbruik in de katholieke kerk. In de Verenigde Staten en in Engeland. Daarna duiken er, onvermijdelijk, ook berichten op over misbruik door pastoors, kapelaans, paters en broeders in eigen land. De orde van de ‘Broeders van Maastricht’, van wie de leden les gaven op een groot aantal scholen, keert in de jaren erna honderdduizenden euro’s aan smartengeld uit aan misbruikslachtoffers.

Ook Hay krijgt geld. Een ‘aanzienlijk bedrag’, hoeveel precies wil hij niet zeggen. Hij ziet nog het ‘tribunaal van de kerk’ - de commissie seksueel misbruik - voor zich waar hij zijn verhaal moest komen doen. "Of mijn aanklacht wel serieus was. Al die vragen die ze stelden, alles kwam weer boven. Het blijft je een heel leven achtervolgen."

Schijnheilig
Later hoort Hay dat broeder E. het ook ‘deed’ met andere klasgenootjes. "Ik sprak er ooit een, maar die heb ik beloofd er nooit iets over te zeggen. ‘Ik heb een vrouw en kinderen, die weten van niets en dat wil ik zo houden’, zei die man me. Als ik nu met Pasen de paus het Urbi et Orbi hoor uitspreken en ik zie al die jurken erachter lopen, de schijnheiligheid. Ik walg ervan, echt."

De pijn waar hij met niemand over kon praten. Het heeft Hays leven getekend. Hij durft er ook tegen zijn ouders niet over te beginnen. De sfeer is er niet naar. "Mijn moeder had haar handen vol met het huishouden, mijn vader werkte overdag in onze groente-groothandel of was op de veiling. ’s Avonds zat-ie meestal in de kroeg. Dan kwam hij vaak met ‘losse handjes’ terug, mijn moeder was regelmatig ‘tegen de deur gelopen’, als je begrijpt wat ik bedoel. Ja, ik was bang."

Oma
Nee, een normaal gemoedelijk gezinsleven heeft Hay eigenlijk nooit gehad, concludeert hij, zijn eigen levensverhaal aanhorend. "Ik heb vooral bij mijn oma gewoond, wisselde regelmatig. Dan weer eens thuis, dan weer bij oma. Zij was eigenlijk mijn ‘moeder’ voor me. 98 is ze geworden. Later, toen mijn ouders al gescheiden waren, heeft mijn échte moeder me toevertrouwd dat ze het ‘zo allemaal niet had gewild’. Ik neem haar niets kwalijk."

Hay gaat op z’n vijftiende van school om als magazijnmedewerker bij grutter De Gruyter te gaan werken. Twee jaar later verhuist hij naar Océ. Hay begint er op de papiersnijafdeling. Hij trouwt jong, maar het huwelijk loopt al snel spaak. Ook een tweede eindigt al na een paar jaar in een echtscheiding. Beide vrouwen vertelt hij nooit iets over zijn misbruikverleden. Zijn derde vrouw hoort Hays geheim pas na jaren. "Ze was verbijsterd, maar wist zich er eigenlijk niet zo goed raad mee." Na achttien jaar komt ook aan die relatie een eind.

De drank
Drie mislukte huwelijken. "Ik denk toch dat het de drank is geweest", klinkt het verrassend. Zo vader zo zoon, lijkt het. Het doet pijn, maar Hay kan het niet ontkennen. Vroeger ging het nog, een paar biertjes op een avond. Elke dag, dat wel. Later ontspoorde het, vindt Hay eigenlijk nu zelf ook. "Het begon voor de gezelligheid". Maar het werd drinken uit gewoonte. De gewoonte om te willen vergeten, gevoelens weg te duwen die ter verwerking een uitweg zoeken.

Sinds zijn derde vrouw vier jaar geleden vertrok, zit Hay alleen. Zijn rug zit vol schroeven, na drie hernia-operaties. Na omzwervingen in Stramproy en Weert, kwam hij weer terug in Venlo. Hay gaat door een dal van eenzaamheid, maar weet zich wonderbaarlijk te herpakken. Hij stopt met drinken. Resoluut. "Al jaren geen druppel meer. Nog geen bonbon met kersenlikeur."

Rugzak
Hij durft niet goed nog eens een nieuwe relatie aan te gaan: welke vrouw wil nu met mij? "Een man die al drie mislukte huwelijken op zijn naam heeft staan? Dat zal wel niet deugen, hoor je de mensen dan denken. Daarbij: als het al met iemand klikt, zo’n vrouw brengt op deze leeftijd ook een heel leven, een rugzak, met zich mee. Wil ik dat wel?"

Het alternatief is alleen zijn en blijven. Ook daar ziet hij tegenop. De eenzaamheid. Wat als er straks nog meer gebreken komen? Wie zorgt er dan voor mij? Hay is trots op wat hij de laatste jaren in z’n uppie allemaal heeft bereikt. Zijn eigen flatje. "Ik heb de kosten-koper betaald van het smartengeld van de kerk".

Eenlingen
Hij heeft gelezen dat er hier in zijn stadsdeel, Venlo-Noord, veel meer mensen eenzaam zijn. 23 procent van de bewoners in wijken als Genooi is ernstig tot zeer ernstig eenzaam, leren cijfers van de GGD. Hay schrikt er niet van. "Onze maatschappij is veranderd. Individualistisch. We zijn allemaal eenlingen geworden. Mensen zijn steeds meer op zichzelf. Buren die elkaar niet eens meer kennen. Vroeger stond na het werk iedereen op straat te kletsen, kijk nu eens. Niets."

Flynn is tegenwoordig zijn beste vriend. De veertien maanden jonge Duitse herder geniet van Hays aanhalingen. De hond krijgt al zijn liefde. Liefde die Hay zelf in zijn leven tekort kwam. De kamer hangt vol foto’s. Van Flynn, en van herders die hem voorgingen en die Hay liefdevol liet cremeren. Ook daar heeft hij beelden van.

Honden
"In andere woonkamers zie je foto’s van kinderen hangen. Die heb ik niet. Het is er nooit van gekomen." Ja, zegt hij zonder enige aarzeling, die honden zijn altijd mijn kinderen geweest. Dankzij Flynn kom ik buiten, blijf ik onder de mensen. We wandelen samen naar het centrum, ik drink er een kop koffie en lees er de krant. Met Flynn - als hem een leeftijd van vijftien jaar is gegeven - wil ik samen oud worden."

Maar ja, een hond zegt weinig terug als je er tegen praat. De man van de krant wel. Bij het afscheid wordt Hay opnieuw emotioneel. "Dank dat je bent gekomen. Dank dat je écht naar me hebt geluisterd, want dat heeft ieder mens af en toe nodig." Zo is het.

 

Terug naar Wat beweegt Limburg