'Liedjes móeten schrijven, vind ik te inspannend'

Print
Afwisselend vragen De Knöppele, Dieter Koblenz en Eddy Wannabe Limburgse artiesten het hemd van het lijf. Deze keer Dieter Koblenz op bezoek bij Ron ‘Skinnie’ van der Burgt. Een interview met een knipoog.

De tegeltjeswijsheden vliegen in Sittard door de woonkamer als Dieter Koblenz op de bank zit bij Ron ‘Skinnie’ van der Burgt: ‘Soms moet je naar het oosten kijken om de zon te zien opkomen’, ‘je kunt een vuurpijl maar een keer afschieten’ en ‘Waarom zou je vis bij de poelier gaan halen?’

De gevierde schlagerzanger heeft bij de 53-jarige gitarist aangeklopt nadat deze een verrassende wending aan zijn carrière heeft gegeven. Vijfendertig jaar na zijn eerste platencontract is de broer van Mo’ Jones geswitcht van Engelstalig repertoire naar Limburgtalige liedjes. Zo toert hij op dit moment langs de Limburgse theaters met Linda Zijlmans uit Venlo en Tom Lanjouw uit Munstergeleen met het programma Tösje Venlo en Zitterd

"Ik heb al eerder Limburgse liedjes geschreven. Voor de Voedselbankactie van L1 Neemes en voor het Herberg de Troost-project van Jack Poels en Tren van Enckevort Geine zin vandaag. Eigenlijk is dit een logische vervolgstap in mijn schrijfcarrière. Zeg nou zelf: Daddy, I love you klinkt leuk maar Pap, ich hawt van dich komt direct binnen. En het frappante is, nu ik Limburgs zing, lijkt het pas alsof de mensen weten wat ik doe. Terwijl ik jaren voor m’n broer heb geschreven.”

"Dan kommen die Wuchergewinne jetzt in deine Richtung” jubelt Koblenz. "Aber...baal je daarvan?” "Nee”, zegt Van der Burgt. "Ik baal wel als ze me weer eens per abuis voor mijn broer aanzien, voor de rest niet.” "Oh, dat valt dan reuze mee”, reageert Koblenz. "Sommige typen balen schon wenn die Kaffeemilch op is.”

Van der Burgt onthult dat hij nooit bewust liedjes schrijft. "Ik pak meestal mijn gitaar en begin wat te pielen. Liedjes móeten schrijven, vind ik te inspannend. Ik ben ook niet echt een entertainer”, klinkt het bescheiden. "Ik ga zitten en ik speel.” "Aber die Theaters fliessen voll.” Van der Burgt (opnieuw bescheiden): "Er komen wel mensen luisteren. Die het ook nog leuk vinden wat ik doe.”

"Maar toch”, zegt Koblenz. "Ik pluis elke krant in Limburg uit, guck jeden Abend nach L1 Fernsehen, maar zie je nooit.” "Misschien komt daar verandering in als ik mijn Limburgstalige plaat heb opgenomen, maar het ontbreekt me nog aan budget”, bekent de beroepsmuzikant. "Meer dan een paar microfoons heb je toch niet nodig?”, zegt Koblenz. "Nou”, zegt Van der Burgt: "Wat dacht je van drie bandleden die hun geld gewoon waard zijn. Die ga ik toch niet om een vriendendienst vragen.” "Hoezo niet?”, countert Koblenz. "Als die plaat een hit wordt verdienen jullie toch een godsvermogen? En denk je dat voetballers in het Nederlands elftal soms voor geld spelen?”

Van der Burgt knikt: "Misschien speelt mijn eigen trots me parten.” "Genau”, zegt Koblenz. "Waarom vis bij de poelier halen? Soms moet je ook eens naar het oosten kijken om de zon te zien opkomen. Meer dan een studio, een kop koffie, twee gitaren en een trommel en een fluit heb je niet nodig.”

Van der Burgt knikt en beseft dan dat succes eigenlijk zeer relatief is. "Ik heb twee weken terug op de crematie van een vijftienjarige jongen gezongen. Wat zeur ik dan eigenlijk nog over meer willen spelen?” Woorden waar Koblenz het mee eens is. "Op begrafenissen zingen is zeer eervol, al is het jammer dat degene zelf er niet meer bij is.”

Van der Burgt: "Klopt. Maar toch voelde het ook als bewijs dat het niet allemaal onzichtbaar is wat ik doe. Mooier dan een grammy.”  "Nou”, zegt Koblenz. "Ik heb nooit een prijs gewonnen maar zingen op eine Heirat ist ook mooi. Zeker als ze voor de vierde keer trouwen en zeggen dat dit de ware is, haha. Geloof me: je kunt de vuurpijl maar een keer afschieten.”