Groep 8’ers slechter in vangen van bal en slingeren aan touw

Print
Groep 8’ers slechter in vangen van bal en slingeren aan touw

Scholieren tijdens de gymles Afbeelding: AD/ANP

Basisschoolleerlingen zijn de afgelopen tien jaar slechter gaan bewegen. Meer groep 8-leerlingen scoren zwak op hardlooptesten, ze springen niet ver en gooien en vangen drastisch slechter. Dat blijkt uit een representatieve steekproef onder leerlingen die de Onderwijsinspectie heeft laten uitvoeren.

Groep 8-leerlingen moesten hele specifieke gymoefeningen doen om te laten zien wat ze kunnen. De prestaties van bijna 2000 leerlingen op 69 basisscholen en ruim 500 scholieren op 20 locaties voor speciaal basisonderwijs (sbo) zijn vergeleken met die van tien jaar geleden. Omdat niet precies dezelfde gymoefeningen in 2006 zijn gedaan, hebben de onderzoekers ook gekeken hoe kinderen scoren ten opzichte van wat mag worden verwacht. 

Vangen
De basisschoolleerlingen zijn minder behendig dan tien jaar geleden. Ze vinden het moeilijker een bal te gooien en vangen. De groep 8’ers moesten vanaf verschillende afstanden een bal tegen een muur gooien en weer vangen. 18 procent van de leerlingen op basisscholen en 33 procent op sbo-scholen ving geen enkele terugstuiterende bal.  

Ook het slingeren aan een touw en landen met een halve draai blijkt problematisch. Dat afspringen lukt veel leerlingen niet. En als de groep 8’ers over een instabiele bank - die met één kant in de ringen hangt - omhoog en naar beneden moeten lopen, lukt dat bij het gros niet zonder zich vast te houden. Bovendien lukt het veel leerlingen niet binnen de gestelde vier seconden, omdat ze te langzaam lopen. 

10x5-meterloop
Bij de oefeningen waarin de groep 8’ers niet per se slechter zijn geworden, zijn ze in al die tijd óók geen millimeter vooruit gegaan. Zoals voor een 10x5-meterloop, waarbij de leerlingen heen en weer moesten sprinten tussen pionnen die vijf meter uit elkaar stonden, presteerde meer dan 80 procent van de basisschoolleerlingen laag. 

De onderzoekers zien dat de basisschool kan helpen om leerlingen beter te laten bewegen. "12 procent van de verschillen in hoe goed kinderen bewegen is te verklaren door verschillen tussen scholen. Die hebben dus invloed op de prestaties," constateert Marleen van der Lubbe, programmamanager bij de Onderwijsinspectie. Op de scholen waar opgeleide gymleerkrachten de lessen geven, bewegen de leerlingen bijvoorbeeld beter. Er is al langere tijd discussie over hoeveel uren gymles de kinderen moeten krijgen en in hoeverre scholen vakleerkrachten moeten aannemen. 

Achtergrond
Tegelijkertijd spelen de achtergronden van de kinderen zelf een grote rol. Leerlingen met een hoog BMI (gezond gewicht op basis van lengte) scoren slechter bij veel gymoefeningen. En jongens doen het bij bijna alle opdrachten beter. Alleen bij balanceren (tien seconden op één been staan, over een lijn op de vloer lopen) lopen de meiden voorop. Daarbij helpt het als een kind het zelf leuk vindt om te sporten en ook denkt dat het er goed in is. 

De PO-Raad, sectororganisatie van de basisscholen, noemt de resultaten zorgelijk en denkt dat basisscholen kinderen kunnen helpen beter te bewegen. "Kinderen zijn drieduizend uur per jaar wakker en daarvan zitten ze er duizend op school. Serieus investeren in de gezondheid van kinderen, betekent dat we allemaal ons steentje moeten bijdragen’’, stelt voorzitter Rinda den Besten. Basisscholen kunnen kinderen stimuleren om ook meer te bewegen buiten de gymles om, bijvoorbeeld tijdens de rekenles of op het schoolplein. Ook willen ze nog steeds meer uren gym per week gaan geven.