Dol op debatteren

Print
Dol op debatteren

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Op de warmste dag sinds de invoering van de temperatuurmeting, vorige week donderdag, stond ik de hele dag in de kantine van een middelbare school in Krommenie. In negen ronden van een half uur gingen 200 scholieren met elkaar in debat en ik mocht het in goede banen leiden.

Toen ik op de Albert Schweitzer Scholengemeenschap in Geleen zat, was ik gek op debatteren. En dus ook op het debatvak bij uitstek: maatschappijleer.

De leraar die het debat in Krommenie had georganiseerd gaf ook maatschappijleer, vertelde hij me bij onze kennismaking, maar dat had hij niet hoeven zeggen. Als je dol bent op debatteren, geef je nou eenmaal meestal geen vak dat zich laat vangen in formules.

Volgens mij was ik als middelbare scholier juist vanwege die debatliefde niet te harden voor mijn omgeving. Ik had overal een uitgesproken mening over (meestal: ‘tegen’) en over de meningen van anderen had ik ook een mening. Die luidde eigenlijk altijd: ‘te rechts’.

Ik zag al die scholieren in Krommenie hun kantine binnenkomen. Sommigen wandelend, anderen slenterend. Die tweede hadden er geen zin in, dat was meteen duidelijk. Het waren de scholieren die tijdens het debat mijn blik ontweken, in de hoop dan geen vraag te krijgen. Grappig vond ik dat; ik deed als scholier tijdens Duits en Frans precies hetzelfde. Ik dacht ook écht dat je dan niet opvalt. Pas als je aan de andere kant staat, zie je hoe je dan juist extra opvalt.

De fanatiekelingen waren ook meteen herkenbaar. Op rij één, strakke blik, hun argumenten paraat, plus een ingestudeerd grapje. En woedend op zichzelf wanneer ze tijdens hun speech toch de draad van hun betoog kwijtraakten van de zenuwen die ze zichzelf hadden bezorgd, ironisch genoeg juist door die grondige voorbereiding.

Eén debat ging over de verwachte explosie aan klimaatvluchtelingen: mensen die hun land ontvluchten omdat het bijvoorbeeld overstroomt. Een jongen uit 5 atheneum ging staan en zei ferm: "Ik geloof niet in antropogene klimaatverandering." Van die term had ik nog nooit gehoord, dus ik vroeg hem wat dat betekende. Het bleek klimaatverandering door menselijk handelen. Ik stond hier tegenover een klimaatscepticus. Hij had zelfs een beetje dezelfde branie als Baudet. Zijn klasgenoten links en rechts van hem, allemaal jongens, knikten grijnzend: hij had het maar mooi gezegd namens zijn klas. Hij gebruikte het woord vervolgens nog twee keer, want dat doen mensen die een woord kennen waarvan anderen de betekenis niet weten altijd: dan blijven ze het herhalen, als een omhooggehouden trofee. Let maar op mensen die ‘discrepantie’ of ‘ambigu’ zeggen, nooit eenmalig.

Iets later ging het over de vraag of er een vleestaks moet komen. Nee, zei een jongen uit 3 havo, want dan worden de hamburgers bij McDonald’s duurder en dan gaat McDonald’s failliet en waar moet je dan nog lekkere frieten eten? Hij kreeg applaus.

Ik had dat zelf op de middelbare school nooit kunnen bedenken. Alleen al omdat ik ook over een McDonald’s een mening had. Tegen.