Dit artikel stond in De Limburger op 24 mei 2016

Op de bres voor het Limburgs dialect

Print
Op de bres voor het Limburgs dialect

Keramist Thei Stauder heeft een reeks keramiekfiguren gemaakt die typische Limburgse uitspraken en figuren verbeelden. Afbeelding: De Limburger/Ermindo Armino

De Limburgse streektaal is springlevend en de taal van de intimiteit. Bij oud nog meer dan bij jong. Maar net als andere kleine talen krijgt het Limburgs het steeds lastiger. Limburgse taalkenners over een ‘deltaplan voor het Limburgs’ en ‘spelling-apostelen.’

Ze hoopten het. Maar dat de Limburgse streektaal nog altijd springlevend is, was een grote verrassing. "Een monsterscore, maar liefst 79 procent van de geënquêteerden spreekt het dialect waarmee ze zijn opgegroeid en 92 procent verstaat het dialect van zijn huidige woonplaats”, laat voorzitter Lei Pennings van dialectvereniging Veldeke weten in een reactie op de door deze krant gehouden enquête, waarvan de uitslag gisteren werd gepubliceerd. 

'Limburgs is springlevend'
Aangenaam verrast door de uitslag was ook Limburgs Streektaalfunctionaris Ton van de Wijngaard. "Dat 74 procent het dialect goed spreekt, is prachtig. Nog steeds heeft Limburg een positief beeld van zijn eigen taal, ook jongeren staan positief ten opzichte van de Limburgse taal.” 

Meld je hier aan voor het Groot Limburgs Dictee

Deputé Ger Koopmans is eveneens verheugd. "Het Limburgs is springlevend, gelukkig maar. Het Limburgs is voor zeer velen een wezenlijk onderdeel van wie we zijn.” 

Schrijver, dichter en professor Wiel Kusters laat zich gematigder uit. "Duidelijk is dat de Limburgse dialecten een goed imago hebben. Dat positieve beeld en de acceptatie van een als Limburgs herkenbaar accent bij het spreken van de Nederlandse standaardtaal kunnen alleen maar winst betekenen ten opzichte van het minderwaardigheidsgevoel. Daar hebben vroegere generaties Limburgers zichzelf soms op moeten betrappen.”

Dialectverlaters
Met uitzondering van deputé Koopmans, zijn de meeste taalkenners niet blind voor de duidelijke tekenen van verval die de enquête ook aan het licht heeft gebracht: steeds meer jongeren haken af en geven de voorkeur aan het Nederlands. Met name jongeren van de generatie 18- tot 30-jarigen zijn in toenemende mate ‘dialectverlaters’. "Uiterst zorgelijk”, vindt Veldeke-voorzitter Pennings. "Het Limburgs is misschien niet hip genoeg, jongeren twitteren tegenwoordig in het Engels en whatsappen in hun eigen taal”, merkt Paul Dolhain, cabaretier, columnist en barkeeper in Heerlen, op. 

Schrijver Ton van Reen is het oneens met de constatering dat de jeugd het Limburgs verlaat. "Het gaat juist heel goed met het spreken van dialect onder jongeren. In Helden hoor ik vaak jongens van Marokkaanse afkomst alleen maar in het Heldens met elkaar praten. En bij een wedstrijd dialect spreken voor kinderen, waarbij ik jurylid was, won een donker gekleurd meisje van Afrikaanse afkomst uit Echt.” 

Deltaplan
Veldeke is voorstander van een soort ‘deltaplan voor het Limburgse dialect in nood’. Vooral gezien de reeks bedreigingen die "de huidige positieve balans wel eens negatief kunnen beïnvloeden”, zoals de toenemende invloed van het Engels en onvoldoende aandacht voor streektaal in het onderwijs. Pennings is fel tegen het "dwingend” opleggen van het Nederlands als voertaal in de peuter- en kleuteropvang. "Dat is hakken aan de wortels van de streektaal.” 

Veldeke is dan ook diep teleurgesteld in het provinciaal cultuurbeleid. "Ondanks het gejuich van deputé Koopmans over de streektaal verliest die streektaal de politieke prioriteit in het provinciaal beleid.” 

Onafwendbaar proces
Daarom moet er snel actie komen, vindt Pennings. "Veldeke Limburg moet samen met andere organisaties in het culturele veld, het onderwijs en jongeren extra inspanningen doen om de jeugd te winnen voor het gebruik van dialect, thuis, op school en in de social media.”

Wiel Kusters en Leonie Cornips, bijzonder hoogleraar Taalkunde in Limburg aan de Universiteit Maastricht, twijfelen aan het nut van een ‘dialect deltaplan’. "Het afnemend gebruik van de Limburgse dialecten is een onafwendbaar proces, waar weinig aan gedaan kan worden. Ik geloof niet dat talen en dialecten kunstmatig in stand kunnen worden gehouden.” 

Cornips voegt daaraan toe: "mensen zeggen altijd dat taal verdwijnt. Maar in werkelijkheid ondergaan alle talen altijd variatie en verandering. Dialect verdwijnt pas echt als niemand het wil spreken, maar uit de enquête blijkt totaal niet dat Limburg zijn eigen taal niet meer wil spreken.” 

Lees meer over het dialect in ons dossier

'Dialect-hooligans'
Van Reen ziet Limburgse "dialect- zeloten” als het grootste gevaar. "de uniforme spelling die deze zeloten hanteren, maakt het lezen van dialect er vooral voor jongeren niet makkelijker op. Al die apostelen van de in Limburg gangbare dialecten breken daardoor meer af dan ze opbouwen.” 

‘Dialect hooligans’ zijn funest voor het Limburgs, meent Dolhain. "Ik kan erg slecht tegen mensen die alleen Limburgs spreken en mij verwijten maken dat ik geen Limburgs spreek. Alsof ze een ei meer in de vot hebben. Je bent ook Limburger als je het dialect niet beheerst.”