'Het piepenhoes, dat waor vreuger vaan mienen opa'

Print
'Het piepenhoes, dat waor vreuger vaan mienen opa'

Vivianne Rijnders wordt weemoedig als ze het Piepenhoes ziet. Afbeelding: Jeroen Janssen

Weet u het nog? De tijd dat de binnenstad van Maastricht nog geen voetgangersgebied was? Toen je nog met auto, brommer en fiets door de Wolfstraat, Achter het Vleeshuis, of de Platielstraat kon rijden? De binnenstad was nog het domein van plaatselijke ondernemers.

Zo had je in de Grote Staat de porseleinzaak van Schoonbrood, de brillenwinkel van Schmeck, kledingzaak Paddy Point. In de Kleine Staat was er het Kousenhuis en in de Maastrichter Brugstraat had je lunchroom Tuscho van de familie Schoonbrood. Vivianne Rijnders gaat op een nostalgische trip door het Maastricht van toen.

“We zagen ze vanuit Wyck de Aw Brögk op komen. De twee govies waarmee de Boonte Störm vaan Mestreech al sinds jaar en dag geopend wordt. Het balkonnetje van ’t Piepenhoes stond vol met Rijnders(klein-)kinderen om naar de Carnavalsoptocht te kijken. En die govies, dat was het startsein voor een paar uur pure ammesatie. Vanuit het naastgelegen café, dat iedereen ‘bij Irma’ noemde maar dat niet zo heette, werden de bladen pils naar boven gehaald. 

Hippe kokertjes
Met de hele familie daar bij elkaar komen om de Vastelaovend te starten, is mijn oudste en misschien wel mooiste herinnering aan ’t Piepenhoes, de sigarenzaak van mijn opa zaliger, gelegen op het hoekje van de Maastrichter Brugstraat. Roken was in die tijd heel normaal. Als wij visite kregen, stonden er tussen de nootjes en kaasprikkertjes ook hippe kokertjes met sigaretten. Wist je voor een jarige geen cadeautje; een asbak of mooie aansteker kwam altijd van pas. 
Mijn opa rookte alles: sigaren, sigaretten en pijp. Ik heb oma in mijn herinnering met een sigaret in haar hand. Volgens mij rookte onze hele familie toen. De consequenties voor de gezondheid waren toen nog niet zo bekend. Pakjes sigaretten zagen er toen nog mooi en gezellig uit, zonder lugubere waarschuwingen. 

Asbakken
’t Piepenhoes. Het rook er zo lekker, naar zoete tabak. Na al die jaren weet ik die geur nog zo terug te halen, ik ruik het gewoon weer! De pijpen in de vitrines fascineerden me, ik probeerde te tellen hoeveel verschillende dozen sigaren er achter de toonbank stonden en raakte altijd stiekem de asbakken even aan. 

Kentuurke speule
Wij kinderen werden meestal snel naar achteren gebonjourd want we mochten de klanten niet hinderen. Achter de winkel was een kantoortje waar het koffiezetapparaat de hele dag stond te pruttelen. We speelden er met zo’n rekenmachientje waar bonnetjes uitkwamen. Geweldig. ‘Kentuurke speule’. 
Voordat we van opa een knuffel kregen, waste hij zijn handen omdat hij geld had vast gehad. Daar was hij heel precies in. Gek dat je je zoiets herinnert. De zaak was van mijn opa maar werd gerund door meerdere Rijndersen. Na het overlijden van opa heeft een oom ’t Piepenhoes overgenomen en is met zijn gezin en mijn oma boven de winkel gaan wonen. 
Het trappenhuis met zijn oude, steile trappen stond garant voor heerlijke zondagmiddagen met alle neefjes en nichtjes. 

Weemoed
Zoals het veel oude Maastrichtse familiezaken is vergaan, zo verging het ook ’t Piepenhoes. Er kwam een einde aan een jarenlange traditie van de familie Rijnders in ’t Piepenhoes. 
Als kind vond ik dat jammer, maar stond daar niet echt bij stil. Pas later kwam het besef van de waarde van zo’n familiezaak. Gelukkig heeft de er nu zetelende lunchroom nog dezelfde naam, maar het is niet meer van ons. Ik kan er niet langs lopen zonder een weemoedig gevoel te krijgen. Wat was het een mooie zaak, wat was het een leuke tijd! 
En dat huis zelf, als we dat nog eens in de familie zouden hebben… Het gaat zoals het gaat. Maar ik voel me nog steeds heel ‘gruuts’ als ik kan zeggen: ’t Piepenhoes, dat waor vreuger vaan mienen opa.”