'Tegenover elke zelffelicitatie staan twee vernederingen'

Print
'Tegenover elke zelffelicitatie staan twee vernederingen'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Omdat onze sportschool op Hemelvaartsdag dicht was, gingen we met een groepje rennen in het bos. Ik ben niet voor niks ooit een vechtsport en geen teamsport gaan doen: ik sport liever in mijn eentje.

Enig kinderen kun je socialiseren, maar het blijven enig kinderen. Het voordeel van hardlopen is dan weer dat je kunt zwijgen, ook wanneer je het samen doet.

Het groepje van zeven dat was komen opdagen was divers. Twee dertigers, drie veertigers, twee vijftigers. Vier vrijgezellen, drie met een relatie. Een hulpverlener, een makelaar, een portier, een boekhouder, een tolk. Een Jood, een Keniaan, een Jordanees, een Indo, een Limburger. Aangekomen in het Amsterdamse Bos in een oldtimer Mercedes 8-cilinder, in een gloednieuwe BMW 1-serie, in een oude Citroën en op de fiets.

We kenden elkaar niet goed. Goed beschouwd was liefde voor kickboksen en de wil om ook vandaag te sporten het enige dat ons verbond. De twee mannen die hier al jaren elke week kwamen, weer of geen weer, vertelden wat hun routine was, en daarmee de bedoeling van vanochtend. Twee kilometer inlopen, twaalf keer de heuvel, vijf korte sprints en een lange, oefeningen, nog een lange sprint, drie keer de heuvels maar dan andersom, twee kilometer terug naar de startplek, uitlopen. En dan koffie. De nieuwe mensen reageerden het meest enthousiast op dat laatste woord.

We begonnen. Het duurde nog geen vijf minuten voor iemand zei wat altíjd iemand zegt tijdens het sporten: “We zijn goed bezig.” Niemand was het daar mee oneens. Iedere sporter gunt zich geregeld een zelffelicitatie: iémand moet het compliment geven, desnoods dan maar jij zelf. We kwamen veel andere hardlopers tegen, vaak groepjes. Ook goed bezig, zoals ze zichzelf vast ook al hadden verteld. 

De heuvels waren pittig. Bij mijn achtste werd ik hard voorbij gerend door iemand uit een ander groepje. Ik moest denken aan die keer dat ik de marathon van New York rende, mijn tong inmiddels bijna over de grond sleepte, en iemand me werkelijk voorbij flítste. En hoe ik me voelde, toen ik zag dat het een man was in een schuimrubberen pak van voet tot hoofd, en de tekst ‘Save the rhino.org’ achterop zijn rug. Tegenover elke zelffelicitatie staan voor de sporter twee vernederingen.

De tweede keer dat ik dezelfde marathon rende, stond op het vervaarlijke punt waar iedereen de man met de hamer voelt beuken, onder Queensboro Bridge, een grijnzende Amerikaan met een bord met daarop de tekst: ‘It probably seemed a good idea a year ago’. Ik heb er een paar kilometer om gelachen, tot ook dat niet meer ging.

Na de twaalfde heuvel wachtten we tot ons groepje weer compleet was. Ik zag een man de heuvel opkomen. Hij had maar één been, het andere was een kunstbeen. Op zijn shirt stond de tekst: ‘Opgeven is geen optie’. Twee andere leden van mijn groepje en ik keken elkaar aan. Die koffie moest nog maar even wachten.