De boze brief van Hassan Es-Sadki

Print
Dat was een nijdig briefje, vorige week, naar aanleiding van de lopende serie ‘Allochtonen in Limburg’.

Of iets preciezer: naar aanleiding van het beginartikel voor dit project in de krant van maandag 7 mei.

Indirecte discriminatie
Hassan Es-Sadki (69) uit Maastricht vond het maar niks, en liet dat in duidelijke woorden merken. ‘Een tamelijk doelloze en onsamenhangende opsomming van provocerend bedoelde vragen waarin stellingen, meningen en vooroordelen zijn verweven die je als indirecte discriminatie kunt beschouwen. Een negatieve leeservaring’, zo vatte hij het artikel samen.
 

Allochtoon, vertel het ons 

Terugkijkend op dit artikel moeten me een aantal dingen van het hart. Het stuk is in mijn ogen een tamelijk doelloze en onsamenhangende opsomming van provocerend bedoelde vragen waarin stellingen, meningen en vooroordelen zijn verweven die je als indirecte discriminatie kunt beschouwen. Een groot aantal vragen had de journalist zelf kunnen beantwoorden als hij onderzoek had gedaan. Het labelen van mensen in groepen zonder recht te doen aan individuele verschillen voelt niet goed. En als je dan toch het gedrag van individuen gelijkschakelt met dat van een groep, waarom worden dan niet, bijvoorbeeld, de prestaties van Marokkanen in het hoger onderwijs benoemd? Ik vond dit een negatieve leeservaring. Ik heb een tegenvraag: wat denkt u als krant te gaan bijdragen aan het verbeteren van de participatie van minderheden?

Hassan Es Sadki, Maastricht


Klare taal. En taal die vraagt om een toelichting. Die wil Hassan ook best geven, meldt hij desgevraagd aan de telefoon. En dus zitten we twee dagen later aan de koffie.

Kennismaking
Eerst maar eens kennismaken: wie is Hassan Es-Sadki? Geboren in Marokko, als 21-jarige naar Nederland gekomen. Gewerkt in de fabriek, "net als iedereen toen”, inmiddels gepensioneerd. Zeer actief in de Marokkaanse gemeenschap, de moske en de buurt, daarvoor ook geridderd in 2009. Voormalig raadslid voor de PvdA, eind 2017 overgestapt naar CDA, en bij de laatste verkiezingen niet in de raad verkozen. Wel is hij burgerraadslid.

Wat in het artikel was volgens u ‘indirecte discriminatie’?
"Vragen stellen op de Nederlandse, directe manier is prima. Maar wij allochtonen lezen zoiets toch anders. Toen ik het artikel las vroeg ik mezelf af: wat is de bedoeling? Wil je mensen helpen of ze in de put duwen? Zo ervaren wij dat. Het gaat om de toon, hè. C’est le ton qui fait la musique."

En wat precies maakte u zo boos in dat artikel?
"De fout die Nederland heeft gemaakt is dat er vroeger niet is geluisterd naar onze verhalen. Vroeger dacht men: die Hassan, dat is een arbeider, die heeft niet op school gezeten. Mensen waren bevooroordeeld, er was een afstand tussen u en mij. We werden gezien als minderwaardig, het beleid was om ons dom te houden. We waren hier om te werken en verder niet. Tussen 1970 en 1990 is daarmee een hele generatie in feite overgeslagen. Maar nu is het anders! De samenleving is verkleurd. Nu participeren allochtonen wél, we schrijven ook stukken in de krant en zo, maar we moeten hen nog meer aanzetten om mee te gaan praten. Kijk eens Maastricht: zó veel allochtone bedrijven, taxibedrijven, horeca. Aan de universiteit enorm veel allochtone studenten, in het AZM heel veel allochtone artsen. Tegenwoordig is het heel normaal als je een donkere arts hebt. De effectiviteit en de betrokkenheid van allochtonen is enorm, het zijn op hun manier Maastrichtenaren, ze doen méé. Maar veel mensen hebben er nog steeds geen oog voor.”

Maar wat is het probleem volgens u dan?
"We moeten nog veel méér investeren! Kiezen voor nóg meer diversiteit in de stad. Neem nu de gemeente: aan de balies werken wel een paar allochtonen, maar het zijn er niet genoeg. Of kijk naar de besturen van sportverenigingen, van scholen. Te weinig allochtonen! Het wordt tijd dat we mogen meebeslissen, meedoen als gewone Maastrichtenaren.”

En hoe komt het dat er te weinig allochtonen in besturen zitten?
"De clubs kunnen de mensen niet bereiken. Of…. er zijn clubs waar een paar vriendjes zitten die geen verandering willen. Ik ben zelf eigenlijk ook wel benieuwd wat de oorzaak is. Feit is dat de allochtonen meer benaderd moeten worden om mee te doen. Dit is ook óns land."

Moet zoiets niet ook van twee kanten komen? Mimoun Boulbaroud, secretaris van de moskee in Venlo, zei laatst dat vrijwilligerswerk onder Marokkanen, en zeker onder de oudere generatie, niet heel vanzelfsprekend is.
"Het is waar dat vrijwilligerswerk in Marokko niet heel veel voorkomt. En áls het al voorkomt is het voor religieuze doeleinden. Hier in Nederland gebeurt het meer op sociale gronden, en terecht! Maar vergeet niet; hier heeft iedereen een salaris of een uitkering, in arme landen zoals Marokko niet. Je kunt geen vrijwilligerswerk doen als je een lege maag hebt. Maar daarnaast is het systeem hier in Nederland nog niet open genoeg. Een gemeente moet zorgen dat clubjes voor iedereen toegankelijk worden. Kijk nou eens naar het aantal arbiters in het voetbal. Bijna geen allochtonen! Een gemeente moet dan tegen zo’n club zeggen: luister, we geven je subsidie, maar dan moet je wel bijdragen aan integratie."

Meer allochtone scheidsrechters? Dat is toch geen taak van de gemeente?
"Het klopt dat zoiets in principe uit de persoon zélf moet voortkomen. Maar instanties moeten zich óók veel intensiever inzetten voor diversiteit. Hoe open ben je als organisatie? Als er acceptatie is kun je zaken veranderen. De tweede generatie is al vijftig jaar hier. Wat heb je hen te bieden? Mensen moeten worden gestimuleerd om mee te doen, dat is uw en mijn taak."

En hoe kan dat stimuleren concreet vorm krijgen?
"Als ik bestuurder was, zou ik beginnen met trainingen. Leer allochtonen wat er bij komt kijken om in een bestuur te zitten of om vrijwilligerswerk te doen. Leer hen vergaderen, omgaan met mensen of met kinderen, dat soort dingen. Leg hen uit hoe politiek besluitvorming werkt.

* Heeft - naast de Nederlandse samenleving - de Marokkaanse gemeenschap zelf ook steken laten vallen tijdens het hele proces van integratie?

"Ik verwijt mijn eerste generatie dat ze zichzelf te weinig de vraag stellen: ben ik een goede burger? Als je niks uitvoert voor je burgerschap, ben je in mijn ogen dus geen goede burger. Kijk, als je ’s nachts om één uur voor een rood verkeerslicht staat en je stopt, dán ben je een loyaal burger. Als je je netjes

gedraagt ook als niemand kijkt, dán ben je degelijk geïntegreerd. Een goede burger laat zijn sporen na in de samenleving, als mantelzorger of hoe dan ook. Dat streven moet iedereen hebben. En de eerste generatie van de Marokkaanse gemeenschap heeft toch wat te weinig geparticipeerd, te weinig deelgenomen aan inspraakbijeenkomsten en dergelijke."

Hoe komt dat, denkt u?
"Die eerste generatie begreep de samenleving niet goed. Maar er was ook te weinig acceptatie. We waren hier alleen om te werken. Er was geen bijsturing en er was geen tijd voor participeren en integreren. Maar als je een Marokkaan goed benadert staat hij zeker open voor integratie en contact met Nederlanders."

Nu gaat het met Marokkaanse jongens niet altijd even goed….
"Dat klopt. Ze schaden ons imago. Maar zijn dat Marokkanen of Nederlanders? Ik zeg: Nederlanders, ze zijn hier geboren. Als hun onderwijzers beter hun best hadden gedaan waren die jongens misschien beter terecht gekomen. Of kijk naar die Marokkaanse drugsdealers. Wie gebruikt die drugs, en wie verkoopt hen de drugs? Dat zijn autochtonen! En soms denk ik wel eens: die jongens verzetten zich gewoon tegen de samenleving omdat ze toch al het gevoel hebben dat ze er niet bij horen. Of het echt zo is…? Ik weet het niet… misschien is het ook gewoon een excuus om snel rijk te worden."

Wie is er verantwoordelijk als die jongeren ontsporen, de ouders of de samenleving?
"Een hele moeilijke discussie…. Gebrek aan goede opvoeding, aan goede scholing, geen acceptatie door de maatschappij, geen werk vinden…. Kijk, ik kan mijn kinderen niet goed opvoeden als ik zelf niet ben opgevoed. In Marokko doen de ouders, de buurt, de ooms en tantes mee met de opvoeding, iedereen helpt. Hier ben je alleen. En de discipline op scholen is soms ook ver te zoeken. Bij de school van mijn kind werd gerookt. Ik ben toen naar de directeur gestapt en heb gezegd: wat doe je er aan? Hij zei: niets. Persoonlijk vind ik: je kunt niet altijd zeggen dat het de schuld van de ouders is. Je vertrouwt je kind voor een deel van de tijd toe aan de school, toch?”

Bij het afscheid zegt Hassan: "Misschien moeten we aan het einde van dit project eens een stadsdebat organiseren over dit soort vraagstukken."

Wilt u uw visie ook kwijt over integratie, allochtonen, acceptatie door Nederland en aanverwante thema’s?

Mail naar sjors.vanbeek@delimburger.nl

Terug naar Wat beweegt Limburg