Een positief Marokkaans verhaal, en anders liever niets

Print
Een positief Marokkaans verhaal, en anders liever niets

Foto: De Limburger

Hoofdpersoon van dit verhaal is Aïcha, een Marokkaanse van midden dertig, ergens in Limburg.

In werkelijkheid heet ze anders. Maar ze wil haar verhaal, bij nader inzien, toch niet in de krant en op de website. Omdat het – volgens haar - niet "positief genoeg" was opgeschreven.

De gang van zaken rond het interview met Aïcha is veelzeggend. Daarom tóch dit verhaal – waarbij de hoofdpersoon anoniem blijft.

Schakel
Het begint allemaal met een mailtje van een collega van Aïcha. Beide dames werken op een onderwijsinstelling. Aïcha vormt de "onmisbare schakel" tussen inburgeraars en de Nederlandse samenleving, schrijft de collega. En ze is een "perfect voorbeeld van een hard werkende vrouw die vol in het leven staat." Of we Aïcha niet willen interviewen in het kader van het lopende project Allochtonen in Limburg?

De vraag terug luidt: wil Aïcha zélf meewerken? Weet ze er eigenlijk wel van? In een tweede mail schrijft de collega: "Ik heb de mail samen met Aïcha opgesteld. Ze vindt het heel leuk."

Positief
Bij aanvang van het interview zit die betreffende collega er eerst nog even bij. Ze zegt: "We hebben afgesproken: we maken er een positief verhaal van, toch Aïcha?”

Aïcha blijkt een uiterst aimabele, vriendelijke dame. Zo'n beetje de eerste vraag aan haar: hoe bevalt het in Nederland en Limburg, als Marokkaanse die bijna twintig jaar geleden naar Nederland kwam voor een huwelijk met een Marokkaanse Nederlander? "Nederlanders zijn wat meer gesloten, ze houden wat afstand. Ik vond het in het begin niet makkelijk om met Nederlanders om te gaan. Vooral niet met een hoofddoek. Dan krijg je op straat geen "hallo" terug”, zegt Aïcha.

Werk vinden
Die hoofddoek, door haarzelf ongevraagd aangekaart, komt al snel nogmaals terug in het gesprek, opnieuw op haar eigen initiatief. "Ik draag een hoofddoek omdat ik het wil. Het is een stukje geloof. (…) Ik merk trouwens wel dat het met een hoofddoek moeilijk is om werk te vinden”, klinkt het.

Hoe je zoiets merkt, is de vraag? Het is een gevoel, legt Aïcha uit. Zelf heeft ze het nooit meegemaakt. "Maar ik heb een vriendin die ooit niet is aangenomen omdat ze een hoofddoek droeg”. Ook dat was een gevoel van die vriendin, erkent Aïcha.

Opvoeding
Later gaat het over Marokkaanse probleemjongeren. Aïcha vertelt dat "in Marokkaanse gezinnen de opvoeding soms wel een stukje verkeerd gaat. Ik vind het niet fijn om dit te zeggen, maar het is wel zo." Kort gezegd: te autoritair. Zelf voedt ze haar kinderen anders op, met vrije keuzes. Dus als haar kinderen zelf een partner willen kiezen, desnoods een niet-moslim, dan kan dat.

En ze vertelt dat "Marokkaanse jongeren het gevoel hebben dat ze weinig kans krijgen, op school, met werk. Dat hoor ik in mijn familie, op feestjes, bij kennissen." Haar eigen kinderen hebben dat gevoel niet, zegt ze desgevraagd.

Bewijzen
Later leest ze ineens een paar vragen voor die haar eigen kind, tijdens de voorbereidingen op dit interview, weer aan háár had gesteld. "Mamma, waarom moeten wij altijd bewijzen dat we goed zijn? Waarom verwachten ze altijd dat wij de eerste stap nemen? En waarom moeten wij ons altijd verdedigen? Waarom kijkt iedereen altijd naar het negatieve van Marokkanen, niet naar het positieve? Misschien worden die Marokkaanse jongens daardóór wel crimineel”, aldus haar kind. Of meneer de journalist deze vragen ook even wil beantwoorden.

Bij het scheiden van de markt vraagt Aïcha of ze het verhaal vooraf even mag lezen. Ja hoor, dat mag. Na lezing belt ze. Ze heeft "geen goed gevoel bij het artikel." Haar woorden zijn "goed weergegeven", erkent ze ruiterlijk. Maar toch. "Het voelt niet goed."

Jas aan
Ze geeft een voorbeeld. "We hebben besproken dat inburgeraars soms hun jas aanhouden in de klas. Vanwege religie, omdat er strakke kleding onder die jas zit, heb ik gezegd. Maar óók omdat ze in eigen land dit misschien gewoon gewend zijn. Ik lees in het verhaal alleen het eerste”.

Ze krijgt het aanbod om wat tekstsuggesties aan te brengen die aan haar bezwaren tegemoet komen. Een uur later komt het artikel terug. Het is een volledig nieuw artikel. Geschrapt, herschreven, doorgehaald, toegevoegd, nieuwe formuleringen, en zaken erbij geschreven die in het interview niet zijn gezegd.

Gegroet
Dat ze niet wordt gegroet vanwege haar hoofddoek: geschrapt. Dat het moeilijk is om met hoofddoek werk te vinden: geschrapt. Dat in Marokkaanse gezinnen de opvoeding "soms wel een stukje verkeerd gaat": geschrapt. Er staat nu dat die opvoeding "anders gaat dan in Nederland."

Vrije partnerkeuze voor haar kinderen: geschrapt. Haar uitspraak dat "nergens in de islam staat dat een vrouw geen contact mag hebben met een vreemde man": geschrapt.

Wrijfpunten
Alle wrijfpunten over islam, hoofddoeken en Marokkaanse cultuur, alle kritische opmerkingen uit haar eigen mond tijdens het anderhalf uur durende interview zijn uit het verhaal gehaald. Wel uitvoerig besproken maar het mag niet op papier.

En de reden? Is het schaamte? Is het angst? Is het schrik om de eigen - soms harde - woorden terug te zien? Het wordt niet duidelijk.

Via telefoon en mail volgt nieuw, uitgebreid overleg. Haar wordt meegedeeld dat het niet de bedoeling is dat ze het verhaal volledig herschrijft – temeer niet omdat ze erkent dat haar eigen woorden correct zijn opgeschreven. De citaten kloppen dus, maar toch is het totale verhaal "gewoon niet wat ze had verwacht of gehoopt."

Nagedacht
Ze stuurt een mail: “Ik heb er nog even over nagedacht. Helaas geeft de tekst voor mij niet het juiste beeld van het gesprek dat we hebben gevoerd. Ik heb het gesprek als erg prettig en positief ervaren. Dit is helaas niet het gevoel dat ik krijg vanuit de tekst. Het is voor mij belangrijk dat ik een goed gevoel heb bij deze tekst en dat ik er trots op kan zijn. Helaas heb ik dat gevoel niet en denk ik eigenlijk alleen maar dat ik er misschien problemen door krijg. Ik geef er dan ook de voorkeur aan om het stuk niet te publiceren. Ik wil het morgen ook telefonisch met je bespreken, als je dat wilt. Ik vind het echt jammer, want het was een erg leuk gesprek gisteren”.

Bij De Limburger valt vervolgens het besluit om het oorspronkelijke verhaal niet te publiceren – maar wél een nieuw verhaal te maken over de kwestie, waarbij de hoofdpersoon anoniem zal blijven.

Meer aandacht
Dat wordt Aïcha ook meegedeeld. Nógmaals wordt besproken wat er volgens haar aan het verhaal mankeerde. "Mijn bedoeling was: een positief verhaal. Ik ben heel gelukkig in Limburg en ik ben nooit gediscrimineerd. Dat van moeilijk werk vinden met een hoofddoek moet mijn vriendin zelf maar vertellen. Zelf heb ik deze baan toch ook gevonden mét hoofddoek? En over die partnerkeuze voor mijn kinderen en zo: dat is privé. Maar ik snap het wel, je hebt alleen de gevoelige punten beschreven om zo meer aandacht voor het artikel te trekken”.

Privéleven
Op de vraag welke problemen ze nu precies verwachtte rond het oorspronkelijke verhaal, zegt ze: "In mijn privéleven. Ik heb over mijn kinderen gesproken en zo en dat is gewoon privé. En nogmaals: ik wilde gewoon een positief verhaal”.

En dus vooral geen moeilijk verhaal over interculturele knelpunten.

Vandaar dit nieuwe verhaal.

Terug naar Wat beweegt Limburg