Daar zit je dan, als vluchteling tussen de dialectsprekers

Print
Hij heeft het op zich prima voor elkaar, Wessam Al Halabi. Na een heftige vluchtgeschiedenis is de 33-jarige Syriër goed geaard in Nederland.

Binnen twee jaar het Nederlands nagenoeg vlekkeloos onder de knie gekregen. Maar in Limburg ben je er daarmee nog niet. Want hier wordt grotendeels dialect gesproken.

Toneel
"In Syrië was ik naast mijn gewone werk zanger, acteur en liedjesschrijver. Hier ben ik al drie keer naar de toneelclub in Sittard geweest, maar alles gaat in het dialect. Ik kan er dus niks doen", zegt Wessam met grote spijt in zijn stem.

Terwijl activiteiten met Nederlanders juist zo belangrijk zijn om de taal goed onder de knie te krijgen, benadrukt hij tijdens het gesprek meerdere keren. "Taal, taal, taal, het is echt het allerbelangrijkste! Want wat doe je zonder taal? Je kunt niet werken, je kunt geen vrijwilligerswerk doen, niks."

Activiteiten
Om taal te verwerven zijn dus activiteiten voor vluchtelingen nodig, en daar schort het wat Wessam betreft wel een beetje aan in Limburg. En dan met name activiteiten voor families. "Ik ben alleenstaand, ik kan zo de deur uit, naar een café of waar ik maar mensen wil ontmoeten. Maar als gezin is dat minder eenvoudig." En dus is hij bezig om taalcafés op te zetten voor met name oudere vluchtelingen. Een soort bingoavonden waar migranten samen met Nederlanders taalspelletjes kunnen doen.

Wessam heeft een talenknobbel, beseft hij zelf. Én hij is actief op zoek gegaan naar mogelijkheden om de taal te kunnen oefenen. "Want op school, bij de inburgering, krijg je alleen grammatica. Daarmee leer je het niet. Je zult het moeten gaan spreken." Met echte mensen dus.

Aleppo
Wessam woonde in Aleppo, werkte daar als apothekersassistent. Toen de oorlog ook zijn thuisstad bereikte, werd eerst zijn eigen huis aan puin geschoten. Hij kreeg onderdak in de apotheek waar hij werkte, tot die ook werd vernield. Plus: de dienstplicht dreigde. Hij besloot naar Turkije te gaan, waar zijn zus en moeder reeds waren. Wessams vader is lang geleden reeds overleden.

In Turkije werkte Wessam lange dagen voor een hongerloontje. Toekomstperspectief was er niet. Zijn zus was inmiddels in Nederland beland en nodigde hem uit. Met geleend geld betaalde hij 1200 euro aan mensensmokkelaars voor de overtocht per boot naar Griekenland. Vandaar "op de slechte manier" verder naar Nederland: deels lopen, soms een stukje met de bus, één keer met de trein. 

Azc's
In september 2015 begon zijn dwaaltocht binnen Nederland langs vijf of zes verschillende azc’s. En na zijn laatste azc in Heumensoord (Nijmegen) belandde hij, met een verblijfsvergunning voor vijf jaar op zak, in een flatje in Geleen. Het is de zoveelste loot aan de diasporaboom van het gezin Al Halabi: drie broers en één zus in Aleppo, moeder in Turkije, één zus in het nabije Guttecoven, één broer in Dubai en één in Glasgow.

Wessam schenkt koffie. Op de vraag of hij geen ramadan houdt, en of het dus niet vervelend is als een ander voor zijn neus iets eet of drinkt, antwoordt hij: "Ik vast inderdaad, maar dat is míjn ding". Hij stáát er op dat de gast gewoon koffie neemt.

Gelijkwaardigheid
Zijn eerste indrukken in Nederland? "Niet echt verrassend, ik had best een goed beeld van dit land. Op één punt na: de mensen. Ik had niet verwacht dat ze zó aardig en vriendelijk zouden zijn. Heel eerlijk gezegd had ik, op grond van social media, het idee dat Europese mensen altijd maar bezig zijn met hun werk en dat ze ons haten. Ons en onze cultuur, de islam. Maar de meeste mensen hielpen ons op een fijne manier! Discriminatie heb ik hier nooit meegemaakt. Ik voel gelijkwaardigheid".

Wessam ging aan de slag als tolkvrijwilliger Arabisch-Nederlands bij Vluchtelingenwerk en werkt in die rol inmiddels ook parttime voor de gemeente. "Misschien ga ik de tolkenopleiding wel doen", kijkt hij vooruit.

Contact
Heel intensief contact met Nederlanders heeft hij niet, "met de buren hier heb ik bijvoorbeeld nog nooit gepraat". Terwijl, hij herhaalt het nog maar eens, contact met Nederlanders júist voor vluchtelingen van essentieel belang is om de taal goed te leren spreken. "Belangrijk voor die mensen zelf maar óók voor de maatschappij. Jullie willen toch dat die vluchtelingen snel aan het werk gaan?"

En in Limburg gaan die contacten nog nét wat lastiger dan in Amsterdam of Utrecht, is Wessams ervaring. "Daar spreken ze je op straat toch iets sneller aan". Al staat daar tegenover dat de Limburgers vriendelijker zijn, vindt hij.

Wat het dialect betreft: Wessam verstaat het inmiddels redelijk. Spreken lukt nog niet zo. Of hij het nog gaat leren? "Ik weet het nog niet. Kijk, ik ben ook jeugdtrainer bij de voetbalclub in Limbricht. Maar als ik Limbrichts leer kan ik daar niks mee in Amsterdam of Almere of waar dan ook. Ik heb er alleen wat aan als ik voor altijd hier in de regio blijf".

Terug naar Wat beweegt Limburg