Agueda, dat Spaanse meisje in een Limburgs dorp

Print
Dochter van een Spaanse gastarbeider. En in de vroege jaren zestig nog een bezienswaardigheid in het dorpje Belfeld, onder de rook van Venlo, aan de boorden van de Maas.

"Als ik naar school liep raakten kinderen me aan. Ze wilden kijken of ik, als donker meisje, niet afgaf", vertelt Agueda Rodrigo Rama (55). Als meisje van anderhalf kwam ze, vanuit het Spaanse dorpje Talavera de la Reina nabij Toledo, naar Noord-Limburg. Ze herinnert zich haar eerste jaren hier niet als een fijne periode - hoofdzakelijk omdat ze een vreemde Spaanse eend in de bijt was.

Anders
"Tot aan de lagere school sprak ik geen Nederlands, en dialect al helemaal niet. Thuis spraken we alleen Spaans, ik was veel alleen thuis met mijn moeder, vader had twee banen. In onze buurt woonden weinig Nederlandse kinderen. En daarbij was ik gewoon een van de eerste buitenlandse kinderen in Belfeld. Ik was anders".

Het gezin werd soms ronduit vijandig bejegend. "We kregen eieren tegen de ramen gesmeten, planten werden uit de tuin getrokken en buurjongetjes riepen ‘Jullie moeten weg, vieze buitenlanders!’ Dat maakte heel veel indruk op me. Het gaf me het gevoel: je bent hier niet welkom".

Toekomst
Haar vader was de klassieke gastarbeider. "Mijn ouders trouwden in november 1960 en in januari 1961 ging vader naar Duitsland. Hij wilde weg uit het Spanje van Franco". Vanuit Duitsland belandde de vader bij de toenmalige ijzergieterij De Globe in Belfeld. Zijn doel: hard werken en een goede toekomst voor zijn vier dochters – van wie er na Agueda drie werden geboren in Nederland. "Mijn vader had in Spanje honger geleden, echt uit prullenbakken gegeten. En hij heeft mensen onder het regime van Franco zien verdwijnen".

Het gezin werd in die beginjaren vreemd en argwanend bekeken, herinnert Agueda zich nog goed. "Een man met twee banen en als een van de weinigen toen een auto. Misschien waren de mensen jaloers, ik weet het eigenlijk niet".

Apart
Vriendinnetjes had Agueda niet echt. "Meisjes zeiden: we mogen niet met jullie omgaan van onze ouders. Ik heb me toen nooit 100% geaccepteerd gevoeld. Nooit werd ik bij mijn naam geroepen, altijd was het ‘dat Spaanse meisje’, ik was altijd ‘dat aparte kind’. De enige bij wie ik me echt op mijn gemak voelde was een meisje wiens moeder Jehovah-getuige was. Want we waren allebei een apart kind".

De jaren daarna werd het beter. Via de mavo in Tegelen en een zorgopleiding in Blerick belandde Agueda uiteindelijk in een baan in het Gooi en later in IJmuiden en Haarlem. "Ik wilde niet in Limburg blijven, ik wilde het huis uit, weg uit Belfeld, naar de Randstad".

Kinderen
Maar na enkele jaren, zwanger van haar eerste kind maar alleenstaand, keerde ze toch weer terug naar Noord-Limburg. "Mijn ouders drongen aan, ze wilden me in de buurt hebben om me te kunnen helpen". Via Belfeld, Blerick en Lomm belandde ze, inmiddels moeder van vier, in Tegelen. Daar schoolt ze, na banen in zorg, horeca en administratie, nu om tot zelfstandig werkend kok.

Ze voelt zich puur Spaanse. "Ik heb de Nederlandse nationaliteit rond 2005 aangevraagd in verband met mijn kinderen, zodat zij de keus hebben welke nationaliteit ze willen. Maar zelf heb ik nooit een Nederlands paspoort gehad".

Geaccepteerd
Na de slechte start als die vreemde Spaanse had ze sinds de lagere school geen echt slechte ervaringen meer. "Vanaf de middelbare school ging het OK, ik bloeide wel op. En later in de Randstad was ik ineens niet langer de Spaanse maar de Limburgse, vanwege mijn zachte g. Maar ik voelde me geaccepteerd, niet langer dat aparte meisje".

Ze peinst even. "De mensen hier in Limburg zijn geslotener. Hier heerst een ‘achter de gordijnen-mentaliteit’. Dat klinkt misschien wat negatief maar zo bedoel ik het niet. Mensen hier willen veel van je weten maar ze spreken je niet rechtstreeks aan. In de Randstad wel. Daar vragen ze gewoon: waar kom je vandaan, wat ben je aan het doen? In Limburg durven ze dat misschien niet zo goed. Ze gluren van achter de gordijnen hoe laat je thuis komt en zo".

Weinig rechtstreeks contact. "En dus, hoe lang je hier ook woont, je bent en blijft een vreemde. Ik hoor dat ook van mensen uit de Randstad die hier in de provincie zijn komen wonen. En mijn vader zei altijd: met carnaval kennen ze je hier allemaal en daarna zegt niemand je meer goeiedag".

Ze heeft het wel eens met kennissen en vriendinnen besproken. "Die zeggen dan: het is niet zo Agueda, jij voelt dat misschien zo, maar wij zien jou écht als een van ons. Ik zeg dan: ja, maar ik voel me niet een van jullie".

Zwakke plek
Oh zeker, voegt ze er aan toe, als alles koek en ei is zijn de mensen vriendelijk en nieuwsgierig, dat is haar eigen ervaring ook. "Maar weet je wanneer je het verschil ineens voelt? Als er een conflict of zelfs maar conflictje is. Dan ineens hoor je: ga terug naar je eigen land, vieze buitenlander. Dan ineens kijken ze niet naar de persoon maar naar de achtergrond. Dan gaan ze je pakken op je zwakke plek. Dat doet iedereen tijdens een conflict, twee Nederlanders onderling ook. Maar míjn zwakke plek is dat ik een persoon ben met een migratieachtergrond. Iemand die het daar vroeger lastig mee had. Al is het tevens óók mijn sterkste punt. Ik ben tegenwoordig best wel trots dat ik een Spaanse ben, met een andere cultuur en een andere achtergrond".

Accent
Grappig genoeg voelt ze die andere achtergrond op bezoek in Spanje ook weer. "Daar word ik uitgemaakt voor Hollandse, vanwege mijn accent en omdat ik hier woon. En zo val je eigenlijk altijd tussen de wal en het schip. Nu vind ik dat niet meer erg. Maar als jong kind zat ik er mee dat ik nergens echt bij hoorde".

En dat schelden, dat maken Syriërs en andere immigranten nu ook mee, zegt Agueda. "Weet je, je wilt je als buitenlander heel graag aanpassen, maar zo tolerant als Nederlanders zeggen dat ze zijn, zijn ze echt niet".

Haar droom is vertrekken naar het buitenland. "Niet uit anti-Nederlandse gevoelens! Maar gewoon om te reizen, de wereld te zien". Een wereld die groter is dan het dorpje Belfeld. "Waar ze ons trouwens nog altijd ‘de Spaanse familie’ noemen", glimlacht Agueda.

Terug naar Wat beweegt Limburg