Ze is Colombiaans en ze noemen haar een ‘sjmoerk’

Print
Ze meldt zichzelf bij de krant, want ze wil wel wat vertellen over haar leven als Colombiaanse in deze provincie. "Ik woon hier al 23 jaar en merk van beide kanten de onrust."

Dat intrigeert. Welke onrust? Dus daarover voeren we een gesprek.

Een paar uur later mailt ze dat ze er toch liever weer van afziet. "Veel mensen hier in het dorp kennen me en ze zullen hun oordeel klaar hebben en dan komen we misschien in een nadelig daglicht te staan. Met mijn verhaal strijk ik misschien sommige mensen tegen de haren."

Wéér een week later stemt ze alsnog in met publicatie, mits anoniem.

En nadat het artikel in geanonimiseerde vorm online is gezet, neemt ze nógmaals contact op. "Het is precies goed onder woorden gebracht wat ik wilde zeggen. Daar ben ik heel erg blij mee. Kan mijn naam er alsnog bij worden gezet?"

Hier dus het verhaal van de 30-jarige Colombiaanse Jenifer Linssen. Woonplaats: Tegelen. Als kind van zes kwam ze naar Nederland, met haar Colombiaanse moeder die een relatie met een Nederlander kreeg. "Ik voel me nog steeds geen Nederlandse. Toen ik kwam wilde ik steeds terug en ik heb eigenlijk nooit geaccepteerd dat ik hier nu woon. Het is wel fijn hier, maar je merkt toch dat je anders bent".

Buitenbeentje
Op de lagere school was ze altijd het buitenbeentje. "Omdat ik buitenlander was". Op de extra taallessen raakte ze bevriend met andere allochtone kindjes: Marokkanen, Polen, Zuid-Amerikanen. "Want wij waren sámen buitenbeentje". Op de middelbare school verdween dat gevoel. "Toen kwam ik tussen meer buitenlanders te zitten". Inmiddels werkt ze in de zorg.

Haar zus is juist wel helemaal vernederlandst, zegt Jenifer. "Zij heeft de normen en waarden van hier overgenomen: meer op jezelf zijn, niet zo vaak samen met andere mensen. In onze cultuur ben je juist vaak met alle mensen in de straat.

Maar hier is het als buitenlander lastig om er tussen te komen, iedereen zit in zijn eigen kringetje. Ik heb weinig contact met de ‘echte’ Tegelenaren".

Sjmoerk
Soms wordt ze vreemd bekeken, nog altijd. "Als ik in een café kom, dan kijken de gasten wel eens om, zo van: die is anders, die hoort hier niet. Een keer hoorde ik mensen fluisteren: ‘Waat môt dae sjmoerk heej?’. ‘Sjmoerk’ is het dialect hier voor Turken en Marokkanen. Ik word er vaker voor uitgescholden. Op de markt roepen ze het me zelfs na: hé, sjmoerk!"

Maar Jenifer, lichtgetint, gitzwarte haren, merkt ook hoe ze door ‘de andere kant’ – haar woorden - met enige argwaan wordt bekeken. "Marokkanen en Turken van de oudere generatie kijken me heel vies en veroordelend aan als ik met hoge hakken en make-up door het dorp loop. Ze denken dat ik moslim ben en me niet netjes volgens de voorschriften kleedt. In hun eigen taal roepen ze me dan dingen na, geen idee wat".

Dat vindt ze het meest irritante: dat "allebei de kanten gelijk hun oordeel klaar hebben."

Moslims
"Moslimmannen zeggen wel eens dat ik als vrouw dit of dat niet mag. Niet in een café zitten bijvoorbeeld. Dat ergert me! Ik ben Colombiaanse, Zuid-Amerikaanse, katholiek. Wie denken die moslimmannen wel dat ze zijn, dat ze zo tegen me praten?! Ze zitten zelf ook in het café!! Kijk, die islamitische vrouwen kiezen er zélf voor om zo te leven. Maar ik niet. Ik hou er niet van als mensen hun mening aan mij opdringen. Het is niet míjn geloof hè."

Veel moslims hebben ook een oordeel over Nederlanders, zegt ze. Maar omgekeerd hebben veel Nederlanders de mond vol over moslims – in negatieve zin. "Terwijl er tegenwoordig zóveel moslims zijn die zich wél aanpassen, volledig meedraaien in de maatschappij, gewoon werken. Veel moslimklasgenootjes van me zijn heel succesvol geworden. Weet je, de meeste mensen die het hardste klagen over moslims hebben zelf een uitkering. Ze klagen vanwege dingen die ze zien op tv en social media en dat vind ik wel triest. Waarom gaan ze niet eens naar de moskee hier? Dat heb ik zelf ook gedaan en dan zie je hoe open en aardig de mensen daar zijn."

Moederland
Eén keer is ze op vakantie geweest in haar moederland. "Het was fijn, maar ook heel veel indrukken. Ik heb altijd gezegd: als mijn kinderen oud zijn ga ik terug. Maar inmiddels woon ik al zó lang in Nederland…. Ik weet het niet."

Ze komt nog even terug op wat haar opvalt aan ‘de Nederlandse cultuur’. "In positieve zin: als mensen weten hoe je bent accepteren ze je wel en stellen ze zich ook open. Maar in negatieve zin: heel veel mensen hier zijn racist, maar ze zeggen het niet openlijk. Vooral hier in Limburg. En het zijn de ouderen, niet zozeer de jongeren. Je merkt het gewoon als je op straat loopt."

Want dan roepen ze ‘sjmoerk’.

Terug naar Wat beweegt Limburg