Julia en het Glazen Plafond voor mensen van buiten Limburg

Print
Het Glazen Plafond voor vrouwen, we kennen het allemaal. Maar er is ook een Glazen Plafond voor Limburgers. Of preciezer: voor mensen van buiten die onderdeel van Limburg willen worden.

Dat is de ervaring van Julia Zeltserman (56), geboren in de Oekraïne en inmiddels 22 jaar in Limburg – in Heerlen. "Je moet hier geboren zijn, echt Limburger zijn, om grotere carrièrekansen en een betere maatschappelijke positie te verwerven." Julia voelt zichzelf volledig ingeburgerd: "Ik ben een gelijke, in taal, beleving, dagelijkse gebruiken. Ik ken de codes die hier gelden. Maar uiteindelijk stoot je op dat glazen plafond."

Een barrière die wordt gemarkeerd door het dialect. "Vaak wordt me gevraagd of ik het versta. Ja, zeg ik, ik begrijp het wel maar ik spreek het niet. Laatst vroegen goede vrienden me ineens: zou je het dialect niet gaan leren? In de zin van: dat is nóg beter. Het was geen vraag maar een verwachting. En waarom eigenlijk? Iemand die hier vanuit Amsterdam komt leert toch ook geen dialect?”

Chauvinistisch
Ze vervolgt: "Het karakteriseert de houding van veel Limburgers ten opzichte van de wereld om hen heen. Een beetje chauvinistisch. En dat is eigenlijk niet eens verkeerd. Limburg wordt ondergewaardeerd, de Randstad is arrogant. Maar als niet-Limburger word je hier dus maar tot een bepaald punt écht opgenomen. Het is heel erg ‘ons kent ons’ in Limburg.”

Opnieuw beginnen in een ander land, het is een grote stap, weet ze. "Mensen realiseren zich vaak niet hoeveel energie, kracht en moeite het kost om de taal te leren, nieuwe gewoontes te leren en je aan te passen.” En dat laatste, het aanpassen, dat geldt ‘voor álles’, zegt ze heel beslist. Ze herinnert zich hoe ze, net in Nederland, brieven aan haar familie thuis stuurde. ,,Ze vroegen me: wat zijn dat voor mensen waar je tussen terecht bent gekomen? Ik antwoordde: als we aan tafel zitten en praten over de toekomst van de kinderen en over eten, dan zijn we hetzelfde. En daar houden de overeenkomsten op. Voor de rest zijn er alleen maar verschillen.”

Voorbeelden
Ze schudt de voorbeelden moeiteloos uit de mouw.

"Boterhammen. Hier eet je die voor ontbijt en lunch. Bij ons eten we brood bij de warme maaltijd. Eten: hier eet iedereen om zes uur. In Moskou ging je ’s avonds om 21 uur de straat op en dan was het overal druk. Vervolgens kwam ik in Limburg….. De rolluiken waren ’s avonds dicht, niemand op straat, ik vond het een griezelige ervaring. Ik dacht: waar zijn alle mensen?! En later ontdek je dan dat Nederlanders ook wel degelijk socializen, maar op een andere manier. In het café, in het theater, of ze gaan samen een weekendje weg of zo.”

Julia’s Nederlandse avontuur begon in de zomer van 1994, toen ze haar huidige man leerde kennen. Hij was op vakantie in Moskou, zij werkte daar en ze sprak als een van de weinigen Engels. Ze raakten in gesprek, de vonk sloeg over en na een proefbezoek van drie maanden kwam ze in april 1996 definitief over, met haar zoon.

Limburgs accentje
Julia had zich inmiddels al wat Nederlands eigen gemaakt, met een lesboek en met cassettebandjes voor de uitspraak. "Die had mijn man voor mij ingesproken dus ik leerde Nederlands met een Limburgs accentje", lacht ze.

Eenmaal hier belandde ze tussen de dialectsprekende familieleden van haar man. "Dus ik vroeg me wel af: welke taal ben ik eigenlijk aan het leren?”

Nederlands dus. En dat ging hard. Binnen enkele maanden haalde ze het NT2-examen. "En toen was ik klaar. Dat wil zeggen: met de taal. Want taal en inburgering, dat zijn twee heel verschillende dingen." En die inburgering, die moest nog beginnen.

Diploma's
In haar vaderland was Julia elektrotechnisch ingenieur, en ze had enkele jaren psychologie gestudeerd. "Ik had dus een heel stapeltje diploma’s en die moesten allemaal officieel worden vertaald in het Nederlands. Dat kostte zo’n duizend gulden toen nog. Ik weet het nog goed want we hadden het samen niet breed indertijd.”

Om het geld voor de vertalingen bij elkaar te krijgen ging Julia aan de slag bij Nedcar. Een gediplomeerd ingenieur aan de lopende band. "Zwaar werk, monotoon. Ik had een walkman op en onder het werk ging ik door met Nederlands leren. Mijn collega’s waardeerden het erg dat ik hen in het Nederlands kon antwoorden."

Nieuwe functie
Na het vertalen van haar diploma’s kreeg Julia een gesprek met de leiding – en een nieuwe functie als productie-ingenieur. Ze was toen een maand of zes in Nederland.

Drie jaar later, bij een reorganisatie van Nedcar, verloor ze haar baan. Via een tussenstap als programmeur belandde ze uiteindelijk bij haar huidige werkgever in België, een tussenleverancier in de auto-industrie. Daar is ze veiligheidsadviseur.

In 1999 had Julia, eigenlijk ‘puur voor de lol’, ook nog een diploma behaald als beëdigd vertaler Russisch/Oekraïens/Nederlands. "Dat was gewoon sport voor me, ik wilde bewijzen dat ik het kon."

Waardering
Of taal het allerbelangrijkste is voor een immigrant? "Nee", antwoordt Julia beslist, "een papegaai spreekt ook taal. Het belangrijkste is de houding van de mensen om je heen. Je kunt niet zonder. Mensen moeten welwillend zijn om je op te nemen, te ondersteunen. Je krijgt waardering als je een van hen wilt worden. Maar die waardering moet je dus verdienen. Hoe? Door je aan te passen."

Daarbij heeft ze veel steun gehad van haar man en diens familie. "Zonder hen had ik het niet gekund. Mijn man is mijn kleine Nederland. Mijn aanpassingen deed ik volgens zijn richtlijnen, hij is mijn ijkpunt. Aan hem vraag ik hoe iets in Nederland werkt, of iets bijvoorbeeld onfatsoenlijk is en dat soort zaken." 

Inburgeren
Ze komt nog even terug op het verschil tussen de taal leren en inburgeren. "Dat laatste heeft te maken met je mindset. Het aanvaarden van bepaalde gewoontes. Je hoeft je die gewoontes niet zelf eigen te maken, maar je moet wel toelaten dat ze bestaan. Neem iets als gay bars. Er zijn mensen die naar Nederland komen en dat soort dingen altijd blijven veroordelen. Het heeft geen zin. Ik zeg: inburgeren betekent dat je burger wordt, met alle rechten én plichten die er bij horen."

En Nederland, zo is haar ervaring, maakt vrij. "Ik weet niet of het iets typisch van Nederland is of van heel West-Europa. Maar je kunt hier jezelf blijven. Ikzelf bijvoorbeeld ben na mijn vijftigste begonnen met schilderen. Zoiets was in de Sovjet-Unie heel ongebruikelijk. Dan ging je als vijftigplusser op de kleinkinderen passen, jam maken of in de datsja zitten. Maar je ging niet nog eens een hele nieuwe richting in."

Ze denkt even na. "Ik ben eigenlijk wel heel Nederlands geworden", zegt ze ineens. "Of misschien nog wel meer Belgische, door al die jaren dat ik er nu werk. Of eigenlijk: Limburgse. Denk ik. Alhoewel…. Ach, ik kan het niet zo beoordelen", besluit ze. 

Terug naar Wat beweegt Limburg