Amine loopt soms in colbert, soms in djellaba

Print
Kom bij Amine Oulad LMaroudia (30) niet aan dat hij Nederlander ‘moet zijn’.

"Ik eet geen zuurkool. Ik eet geen bloemkool, geen rookworst. Ik doe geen Heilige Communie. Ik ga niet naar de kerk. Ik doe niet mee aan spijkerpoepen op feestjes. En ik heb geen vrijdagmiddagborrel. Ik ga op vrijdagmiddag naar de moskee".

In die zin is Amine geen Nederlander, zegt hij zelf. "Niet qua culturele identiteit, nee. Ik ben wél Nederlander qua staatsburger, maar ik ben niet Nederlands-cultureel. Ik zie mezelf als moslim-Marokkaan. Net als iemand kan zeggen: ik ben christelijk Limburger. Daar kan niemand iets op tegen hebben. Al is Limburg onderdeel van Nederland en Marokko niet, dus de vergelijking ligt toch weer ietsje anders", peinst Amine hardop.

Zelf beslissen
"Het gaat er om: ik beslis zelf wie en wat ik ben, of ik mezelf moslim of Marokkaan of wat dan ook. Dat is mijn culturele identiteit en ik wil niet dat iemand anders me opdringt welke culturele identiteit ik moet hebben. Ik ben hier geboren, en tegen personen die willen dat ik me aanpas zeg ik: je hébt niks te willen".

Amine maakt de vergelijking met een Nederlands echtpaar dat naar China verhuist. "Hun kinderen zijn geen Chinezen. Het zijn Nederlandse kinderen die in China opgroeien, Chinees spreken en misschien een Chinese partner krijgen. Je culturele identiteit Nederlands, Marokkaans of Chinees, dat is net zoiets als skater, hippie, rocker of motorbiker. Iedereen bepaalt helemaal zelf wat hij is of wil zijn".

Tweede generatie
Dit gevoel is iets van de tweede generatie immigranten, zoals hijzelf, zegt Amine. "Ik heb het gevoel, en dat lees ik ook in eerdere artikelen in deze serie, dat de eerste generatie immigranten veel meer geneigd is om zich aan te passen. Een drang heeft om zichzelf te bewijzen, dat ze hier een plek verdienen of zo. Ik heb dat niet".

Amine bepaalt zelf wie hij is. Máár, haast hij zich er aan toe te voegen: "Dit klinkt als afzetten tegen Nederland, maar dat is het niet! Dingen als zuurkool eten en op vrijdag borrelen horen gewoon niet bij mij, maar dat laat onverlet dat ik van Nederland houd, want anders was ik hier niet. Nederland is een mooi land en heel veel, zo niet alles, is goed geregeld hier. En zelf heb ik ook al veel bijgedragen aan deze samenleving. Mensen die hier aan twijfelen moet ik toch teleurstellen", zegt hij trots en strijdvaardig.

Gemeenteraad
"Ik heb honderden, zo niet duizenden studenten opgeleid", aldus de docent Engels aan een hogeschool in Eindhoven. "Ik zit in mijn woonplaats Heerlen in de gemeenteraad namens D66. Dat doe ik voor de Heerlense burgers, om de stad nóg leefbaarder te maken. Ik heb bij omroep L1 in een denktank gezeten. Ik ben vrijwilliger met eten uitdelen tijdens de ramadan. En ik zit in het PPD, het Provinciaal Platform Diversiteit".

Hij wil maar zeggen: hij is actief burger. En heeft recht van spreken als ieder ander.     

Met moeder
Amines wieg stond in Heerlen. Als baby verhuisde hij terug naar Marokko met zijn ouders, die kort daarna gingen scheiden. Met moeder keerde hij weer terug naar Heerlen. Daar woonde hij tot zijn 19e, waarna hij voor studie verhuisde naar Den Haag en Rotterdam. Na het behalen van twee masters (Engelse taalwetenschappen en onderwijswetenschappen) werd hij docent Engels. En ging, vanwege zijn ouder wordende moeder, ook weer wonen in Zuid-Limburg.

Buiten werk en politiek is Amine ook actief op religieus gebied. In Den Haag volgde hij in zijn vrije tijd lessen theologie en jurisprudentie bij een islamitische klassieke imam. Verder is hij adviseur bij uitgeverij Het Kennishuis, dat Nederlandstalige traditioneel-islamitische boeken uitgeeft. Die uitgeverij is weer onderdeel van een ‘brede beweging in heel Nederland die het traditionele, klassieke geluid van de islam laat horen’, aldus Amine.

Ben je, als Marokkaan en om die reden, wel eens slecht behandeld in Nederland?
"Eh… nee. Wel heb ik soms momenten gehad dat ik me afvroeg of het met mijn achtergrond had te maken. Maar misschien heeft het ook te maken met opleidingsniveau. Als je zelf actiever bent in de samenleving kom je wellicht minder met discriminatie in aanraking".

Hij haalt een eerder interview aan met de Algerijn Nanou Medjadji.

"Die meneer zegt dat het bewijs is dat er niet gediscrimineerd wordt als je raadslid bent. Maar het ís helemaal geen bewijs! Het kan best dat er heel veel Marokkanen op die Marokkaanse kandidaat hebben gestemd en dat er tóch superveel discriminatie is. Want laten we eerlijk zijn: er ís discriminatie, dat moeten we erkennen. Als uitzendbureaus hardop zeggen dat ze geen Marokkanen willen… Hoe duidelijk wil je het hebben?"

Slechte ervaringen
Maar als een werkgever nou vijf keer een Marokkaanse werknemer heeft gehad, vijf keer slechte ervaringen daarmee heeft opgedaan, en de zesde keer zegt: vanaf nu liever geen Marokkaan meer?

"Dat noem ik ‘ervaringsdiscriminatie’, ik bedenk het woord nu ter plekke. Maar daar kan ik nog begrip voor hebben ook. Die werkgever heeft het tenminste geprobeerd. Als ik alleen om ga met Limburgers die dom zijn, dan ga ik op den duur vanzelf denken dat álle Limburgers dom zijn. En er ís iets met Marokkaanse jongens, natuurlijk, je moet wel heel stom zijn om dat te ontkennen. Maar wát het precies is? Ik heb het antwoord niet onmiddellijk paraat".

Veel tuig
Hij denkt even na. "Het zal zeker niet aan één ding liggen. Het gaat om meerdere factoren. Armoede, de buurt waar je woont. Als er in jouw wijk veel tuig woont, is de kans groter dat je zelf ook tuig wordt. En de opvoeding. Marokkaanse ouders hebben misschien niet de middelen om te disciplineren zoals ze dat in Marokko wel kunnen. Daar voeden opa, leraar en oom ook mee op. De ouders hier zijn misschien ook te oud, ze zitten te veel in de moskee, je kent het wel, de cliché-verklaringen".

Maar, vult hij aan: "Ik ben geen specialist in het analyseren van Marokkaanse problemen natuurlijk. Mijn eigen milieu bestaat uit succesvolle, hoogopgeleide Marokkanen. Advocaten, ook op de Zuidas. Business entrepreneurs, sommige miljonair zelfs. Maar die kom je dus niet tegen omdat ze niet naar de vrijdagmiddagborrel gaan maar naar de moskee".

Gebrek aan geloof
Hetgeen hem brengt op nog een verklarende factor rond Marokkaanse probleemjongeren: "Een gebrek aan geloof. De islam spoort niet aan tot het dealen van drugs of het lastigvallen van meisjes. Met de jongens die bezig zijn met hun geloof gaat het stukken beter. Die vind je niet in de sisha-lounge, in een disco waar ze zich lam zuipen of als drugsdealer op straat. Iets meer praktizerend moslim zijn zou dus welkom zijn".

Al klinkt dit ook wel wat paradoxaal, zegt Amine zelf. "Gezien alle dingen die er in de wereld gaande zijn. De connotatie is toch een beetje: praktizerend moslim dús niet meedoen in de samenleving. Geen baan krijgen vanwege geen handen schudden, dat soort dingen. Kijk, ik ben zelf een traditionele, orthodoxe moslim. Op vrijdag ga ik in een djellaba, zo’n traditioneel gewaad, naar de moskee. En wie dat niet aanstaat, heeft pech. Het is míjn moment, ik wil dat spiritueel beleven. Naar mijn werk ga ik netjes in een colbert, en naar de moskee ga ik in de mooiste gewaden, daar geef ik ook veel geld aan uit".

Ervaar je in Nederland tolerantie ten opzichte van de islam?
"Ten aanzien van wat er feitelijk, op de grond gebeurt, is de islam hier enorm geaccepteerd", reageert Amine. "Er worden moskeeën gebouwd en dergelijke. Als Nederland intolerant was zou dat niet kunnen. En dat de tolerantie van sommige mensen ergens stopt, dat snap ik ook wel. Het kan niet zo zijn dat hele wijken worden omgetoverd tot puur islamitische wijken. Of omgetoverd… nee, dat zeg ik niet goed. Dat ze niet meer toegankelijk zijn voor niet-moslims, dat bedoel ik. Maar daarnáást… in de discussies, wat er allemaal wordt gezegd over moslims, in kranten, in de politiek, in de praatprogramma’s op tv…. dat is misschien wel waar het over twintig jaar naar toe gaat", vreest hij.

En het omgekeerde? Hoe staat het met de tolerantie van moslims naar de rest van de samenleving?
"Poeh…. Om te beginnen: er zijn in Nederland bijna één miljoen moslims. Allemaal zeer verschillend, er is niet één gemeenschap met duidelijke zegslieden of opiniemakers. Maar zeker, intolerantie is er. Het is echter een kleine groep die veel tettert. Ken je het spreekwoord? Een lege pan met één steentje maakt meer kabaal dan een pan vol stenen. Maar dat ene steentje neemt wel veel goodwill weg. En het is net als met vertrouwen: als het eenmaal weg is kun je weer helemaal opnieuw beginnen".

Complex
Korte stilte. Dan ineens gebruikt Amine de term ‘het Marokkaanse complex’. Om zichzelf meteen daarna te corrigeren. "Het Marokkaanse dilemma is een beter woord. De indirecte druk dat je succesvol en eerlijk moet zijn, maar als het ook maar éffe mis gaat in je leven is de reactie: zie je wel! En beland je meteen weer in de foute statistieken van criminaliteit. Zit je weer midden in die tornado van Marokkaanse negativiteit. De startsituatie van een ‘normale’ blanke jongen is niet dat hij zich extra moet bewijzen. Als Marokkaanse jongen heb je dan toch een 1-0 achterstand. Je begint niet met een gelijkspel".

Bashing
Hij wijst op de toegenomen negatieve publiciteit voor Turken de afgelopen twee, drie jaar. ‘Turken-bashing’, noemt hij het. "In elk land met een omvangrijke minderheidsgroep presteert negentig procent van die minderheidsgroep altijd slechter. Zie de Mexicanen in de VS, de Pakistanen in Engeland, de Congolezen in België. Allemaal dezelfde problematiek van hangjongeren en dergelijke, vaak ook vooral in de grote steden. Dat heeft volgens mij dus meer te maken met het zijn van een minderheid dan met etnische of religieuze achtergrond. Zie vroeger de Italianen of de Ieren in de VS. Dat is het natuurlijke proces van minderheid zijn". 

Ongevraagd haalt hij nog even het interview aan met de Irakees Fadhel Al Hassouni

"Fadhel zegt dat Marokkanen alleen zijn gekomen voor het geld. Maar zo is het niet! De Nederlanders zijn indertijd naar Marokko gekomen om ons te hálen. Wij zijn hier op uitnodiging. En de tweede groep is ook alleen gekomen omdat eerst de eerste groep is gehaald".

En dat wordt nog wel eens vergeten, wil Amine maar zeggen.

Terug naar Wat beweegt Limburg