Voor Marokkaan Ilias is Nederland als een stiefvader

Print
Een Marokkaanse naam. Maar ‘een oer-Nederlandse canon’, zoals hij het zelf zegt. "Oranje in 1988, de Bijlmerramp, Rons Honeymoonquiz, de aardbeving in 1992 in Roermond: dat is allemaal míjn referentiekader. En door mijn opleiding hier weet ik meer van de Nederlandse geschiedenis dan van de Marokkaanse."

Aldus Ilias T. Alami. 39 jaar oud. Geboren in Geleen, opgegroeid en nog steeds woonachtig in Beek. "Mijn vader behoorde tot de eerste gastarbeiders. Ze kwamen met een hele groep in oktober 1970 en zaten eerst in een pension in Urmond. Hij werkte zijn hele leven bij de Volvo, nu Nedcar."

Ilias tovert een Youtube-filmpje op zijn telefoon tevoorschijn. "Kijk: zo ging dat, met die gastarbeiders toen.

Op eigen kracht
In eerdere interviews in deze serie werd gewezen op het verschil tussen vluchtelingen en Marokkanen. Dat stoorde me wel”, zegt Ilias. "Mijn moeder zei altijd: er is een groot verschil tussen ons en mensen die zijn gevlucht. Vluchtelingen moeten, gevoelsmatig, dankjewel zeggen voor de hulp die ze hier krijgen. In ons geval ligt dat toch anders. Wij zijn gevraagd en hier op eigen kracht gekomen om te proberen hier een goed bestaan op te bouwen."

En migratie in die jaren was nog écht migratie, zegt Ilias. "Ik vind het wel sneu voor die eerste generatie. Zij hebben echt de prijs betaald. Dat telefoontje dat je vader of moeder in Marokko was overleden bijvoorbeeld. In die tijd moest je ook half Limburg door rijden om ergens halal vlees te kunnen kopen. Marokko was gevoelsmatig erg ver weg en die eerste generatie wilde uiteindelijk zijn hele leven terug naar dat Marokko."

"Maar inmiddels zijn ze te oud, te zwak of blijkt Marokko niet meer het Marokko van toen. Die ‘echte’ gastarbeiders, dat waren de échte ontheemden, afgesneden van hun vaderland en hun familie. Ze deden het omdat ze het beter wilden voor hun kinderen. Zelf hebben ze nooit een politiebureau van binnen gezien. En dan die kinderen wel. Het heeft allemaal toch iets heel triests in zich”, zegt Ilias.

Katholiek
Hij groeide op in Beek. "Een katholieke basisschool. Een échte katholieke hè, waar de pastoor op woensdag nog kwam en waar kruistekens hingen en zo. Bij de voorbereidingen voor de Heilige Communie en het Heilige Vormsel maakte ook ik van die stickerboekjes, dat was helemaal geen issue toen. Ook thuis niet."

Daarna Atheneum, een jaar bouwkunde, en uiteindelijk een studie psychologie aan de Universiteit Maastricht. Later nog een studie gezondheidswetenschappen en de docentenopleiding aan de Radboud Universiteit. Inmiddels schoolpsycholoog en docent maatschappijwetenschappen aan een ROC in Heerlen. Getrouwd. Kinderen. En bezig met promotieonderzoek in de sociolinguïstiek. "Over sociale en religieuze identiteitsconstructie onder Marokkaanse jongeren door middel van de standaard-Arabische taal”, lepelt Ilias op. "Mijn vader overleed vóór mijn afstuderen. Altijd was hij bang dat ik op het verkeerde pad zou belanden. Hij heeft niet meer zelf kunnen zien dat ik op het juiste pad ben gebleven."

Goed terecht gekomen.

En toch.

"Je hebt altijd geweten dat je anders bent. Racisme ís er wel. Maar ik wil voorkomen dat dit een zielig verhaal wordt”, zegt Ilias. Hij begint meermaals over de ‘wetmatigheid van de kleine cijfertjes’. "Ik bedoel dit: als je kijkt naar de vele kleine dingen: eens in de zoveel tijd haalt een onderzoek de media waarmee onomstotelijk wordt aangetoond dat allochtonen worden achtergesteld. Bij het vinden van een baan, van woonruimte, stageplek. Een lager schooladvies, ik heb het zelf meegemaakt. Ik kreeg mavo/havo-advies, mijn vader belde de conrector en ik mocht toch naar de havo/atheneum-brugklas. Tien jaar later overkwam mijn broertje precies hetzelfde. Etnisch profileren door de politie: ik heb het zelf meegemaakt. Mijn eerste auto was een Audi A4, ik ben meermaals aan de kant gezet en gecontroleerd. Ik ben geweigerd in disco’s, ik heb bij sollicitaties na twee afwijzingen mijn naam veranderd en toen werd ik wél gebeld. Wat ik wil zeggen: als Marokkaanse jongen, als je niet wordt gevangen door het ene, dan wel door het andere. De kans op negatieve ervaringen is gewoon groter."

Hij bedenkt een vergelijking om zijn gevoel uit te drukken. "Mijn relatie met Nederland is als met een stiefvader. Hij is getrouwd met je moeder, hij brengt je naar zwemles en naar je vriendjes. Heel lief! Maar als moeder en stiefvader samen nog een eigen kind krijgen, zal die stiefvader dat soms, misschien, tóch wat voortrekken. Je voelt het kortom bijna, een klein beetje, als voorwaardelijke liefde."

Liefde die dus kan omslaan of ineens verdwenen zijn.

"Als wij tweeën bijvoorbeeld, als goede vrienden, over politiek zitten te praten. En ineens zeg jij: hoe is dat eigenlijk bij jullie?" Ilias schuift zijn stoel met een ruk naar achteren. "Dan bouw je met zo’n opmerking ineens een kloof in. En dáár begint de loyaliteit dan óók te knagen. Dan voel ik: ik heb de onvoorwaardelijke liefde niet gekregen. Er zit altijd een kanttekening aan. En dat zie je momenteel ook in het landelijke discours. Voor wie ben je? Kies! Ik weet niet of aan het einde van de dag de loyaliteit die je zelf toont, wel wordt beloond."

Het brengt Ilias, psycholoog van beroep, op het gevoel van minderwaardigheid waar veel Marokkanen volgens hem toch mee kampen. "Een gevoel van: accepteer me! Zo van: ik wéét dat wij geen goede reputatie hebben, dus maak ik zelf maar Marokkanen-grapjes om geaccepteerd te worden. Je gaat dingen doen om mensen te pleasen. Om te proberen bij hen de nasmaak weg te nemen."

Maar omgekeerd? Kan een autochtone Nederlander ooit aantonen dat jouw aanname over ‘voorwaardelijke loyaliteit’ ónterecht is?

"Nee”, zegt Ilias na enig nadenken. "Dat klopt. Dat is dus een patstelling."

Of hoe zit het met de acceptatie andersom? Een autochtone ‘kaaskop’-Nederlander mag niet trouwen met een Marokkaanse vrouw. Tenzij hij moslim wordt. Dat helpt ook niet echt bij integratie.

"Lastig”, is de eerste reactie. "Dit hangt samen met geloof en principes rond het geloof. Ik onderken dat we hier nog een pad hebben te gaan. Het is geen kwestie van ‘minderwaardige christenen’. Het is gewoon een islamitische regel: voor moslimvrouwen is het verboden met een christen te trouwen. Overigens bestáán die gemengde huwelijken wel. In mijn directe omgeving zie ik voorbeelden van Marokkaanse vrouwen die met een Nederlander zijn getrouwd nádat hij moslim is geworden."

En als je zelf met een Nederlands meisje was thuis gekomen?

"Ook dat was lastig geworden. Mijn vader drukte ons ook altijd op het hart: blijf Marokkaans spreken. Hij wees me op wie we zijn en waar we vandaan komen. Wij zijn ‘chorfa’, een traditionele Arabische titel die wordt gegeven aan nakomelingen van de profeet. Ik denk dat hij een zekere identiteit en trots mee wilde geven. En misschien heerste bij hem toch het idee dat het uiteindelijk mis gaat als je twee identiteiten mengt, met name als er kinderen komen."

Over identiteiten gesproken. Eerder in het gesprek komen de verschillende Marokkaanse identiteiten uitgebreid ter sprake. Ilias’ vader kwam uit Chefchaouen, iets ten zuiden van Tétouan. "We zijn dus géén Riffijnen uit de Rif”, aldus Ilias. "Wij heten ‘Jbella’, ‘mensen van de bergen’. Onze taal is Darija, een afgeleide van het standaard-Arabisch. Vergelijk het maar met Limburgs als afgeleide van het Nederlands. Wij zijn dus Arabieren, en daarnaast bestaat de bevolking van Marokko uit Berbers. Die zijn weer onderverdeeld in Rif, Sous en Atlas. Hun taal is Tamazight dat ook weer varianten kent."

Mix
De Limburgse Marokkaanse gemeenschap is veel gemengder dan die in bijvoorbeeld Amsterdam, zegt Ilias. "Veel meer een afspiegeling van de totale Marokkaanse bevolking. Een mix tussen Arabieren en Berbers." Zeventig procent van de Marokkaanse Nederlanders is Riffijns, legt Ilias uit, en die verschillen ook echt van de Arabieren. "Misschien hechten Riffijnen nóg meer waarde aan de rol van mannen in het gezin”, geeft hij een voorbeeld. "Er wordt meer verwacht van die jongens. Ze kunnen aanzien genereren door de rol als man naar zich toe te trekken." De broer dus die fel waakt over zijn zus – zelfs als ze ouder is. "Riffijnen op hun beurt zien Arabieren als te modern, al zijn uiteraard niet alle Riffijnen oer-traditioneel”, zegt Ilias.

Criminaliteit
Het gesprek komt op de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongeren in de criminaliteit, en de mogelijke oorzaken hiervan.

Wat Marokkaanse jongens misschien wel wat vaker in de problemen brengt, analyseert Ilias, is hun gebrek aan incasseringsvermogen. "Ik maak het ook mee, als ik bij de Hornbach aan de kassa sta en een Nederlander zegt bijvoorbeeld tegen zijn vrouw: hé, sjuuf eins op, Ali mot d’r langs. Ik kan me dan beheersen. Als er een discussie of zelfs handgemeen komt win ik dat wel, maar wat schiet ik er mee op? Hoogstens dat mensen rond de ontstane situatie denken: dat is er weer zo een. Precies dát kunnen veel Marokkaanse jongeren niet: even iets wegslikken. De eerste generatie was heel inschikkelijk, zo van: kunt u me alsjeblieft helpen? De tweede generatie is in dat opzicht op en top Nederlands: assertief! Oók de meiden! Als iemand in de trein even te lang kijkt beginnen ook zij meteen ‘heb ik wat van je aan of zo!?’ Jammer dat die jongeren niet een beetje weten te laveren. Daarin zie je hun zwakke identiteitsconstructie. De derde generatie beheerst de taal minder, gaat niet jaarlijks naar Marokko en merkt daar hoe Nederlands ze zijn. Wat ben je dan? Nederlandse Marokkaan of Marokkaanse Nederlander?”

Ook opvallend: "Marokkanen zijn oververtegenwoordigd in de groep van uitreizigers naar Syrië. Een deel van die groep wordt gevormd door ex-criminelen. Eerst zaten ze in de hiphop: ruig, duur, sjiek. Alsof ze zich wilden afzetten tegen dat inschikkelijke beeld van de eerste generatie. Dan belanden ze in de criminaliteit, komen uit de bak, en gooien het over een andere boeg. Dan zetten ze een nieuwe stap: het geloof. Op zich niet verkeerd. Maar daar schieten ze dan weer helemaal in door."

Hij baalt er ontzettend van: "Dat de naam van Marokkanen zo bezoedeld is geraakt. Mijn moeder zegt vaak genoeg: de Nederlanders, dat zijn de echte moslims! Ze zijn barmhartig en van goede wil, ze helpen asielzoekers, ze zamelen kleren in voor anderen. En dan schaam je je, hè. Want je wilt die goede wil om je heen toch belonen."

De Vries
Ilias biecht op dat hij, werkend voor een call centre, wel eens de naam ‘De Vries’ gebruikte aan de telefoon. "Gewoon de eerste horde vermijden. Werkte een stuk makkelijker. Maar misschien is dat juist ook wel weer die Marokkaanse minderwaardigheid…”

Een vriend van Ilias is succesvol als eigenaar van vijf grillrooms. "Hij zegt: dit land gééft! In de zin van: als je het land goed bewerkt, kun je oogsten. En ik ben geen ontkenner hè. Ik weet best dat er problemen zijn. Ik moet er ook niet aan denken dat mijn eigen kinderen tot acht uur ’s avonds op straat zwerven. En stom genoeg: als ik een jonge Marokkaan in zo’n dure auto zie rijden dan denk ik zelf óók: hoe kan dat? Maar tegelijkertijd: geef de Marokkaanse gemeenschap ook een beetje tijd om de zaken aan te pakken, zelf ideeën te ontwikkelen. Met de Molukkers en de Surinamers waren vroeger ook problemen. We hebben als gemeenschap een eigen verantwoordelijkheid, dat klopt. Maar we zitten óók in een bijzondere situatie, de zaken zijn enorm gaan slepen en polariseren sinds 2001. Het proces van opgaan in de samenleving of integratie – ik haat dat woord overigens – had veel vlotter verlopen als 9/11 niet was gebeurd. We gaan sindsdien van incident naar incident. Op mijn telefoon maak ik wel eens schermafbeeldingen van nieuwsberichten. Je zou eigenlijk eens moeten turven hoe vaak het over Marokkanen, Turken, islam, asielzoekers of allochtonen gaat. Het geeft een totaal vertekend beeld van de werkelijkheid. De ‘silent majority’ werkt gewoon keihard en doet op zaterdag de boodschappen. Marokkanen en nu ook Turken zitten voortdurend in het oog van de orkaan. Geef moslims en Marokkanen eens een beetje tijd om in rustiger vaarwater te komen. Geef hen wat lucht. Dan kom je dichter bij de oplossing."

Terug naar Wat beweegt Limburg