Soms roddelen ze wel over ‘dae Pruus’

Print
Soms roddelen ze wel over ‘dae Pruus’

Helmut wil liever anoniem blijven. Afbeelding: De Limburger

Helmut wil wel praten over wat hij meemaakt als Duitser in Nederland. Maar, zo bedingt hij vooraf, liever niet met naam en toenaam. Helmut is dan ook niet hoe hij werkelijk heet.

Dat wekt toch de verwachting dat het leven van een Duitser in Limburg bepaald niet over rozen gaat. Maar na afloop van het gesprek kan slechts worden vastgesteld: het valt best mee. Helmut wordt niet doorlopend belaagd met anti-Duitse sentimenten, foute grappen en vervelende stekeligheden. "Ik ben in Nederland positief opgenomen", zegt hij. "Máár…. na een tijdje hier wonen merk je wel dat verschillende mensen toch falsch, zijn, niet oprecht", zegt hij in een mengelmoes van Duits, Nederland en vooral Noord-Limburgs dialect. "In je gezicht zeggen ze goede, normale dingen. Maar achter je rug vertellen ze soms iets heel anders."

Geen grap
Allemaal van de strekking: "Dae Pruus, wat môt dae heej?"

Eén keer ging het verder dan dat. Tijdens een etentje met vrienden zei een van de aanwezigen, recht in Helmuts gezicht: "Die Pruuse, die pakke ôs heej de beste vrouwen aaf." Het kwetste Helmut diep. "Het was geen grap. Hij meende het echt. Sommigen gunnen het je gewoon niet." Dat je, zoals in Helmuts geval, trouwt met een Nederlandse. Want dat was de reden dat hij in 2006 definitief de grens overstak.

Helmut werd in 1949 geboren in Piesteritz, vlakbij Wittenberg, halverwege tussen Berlijn en Leipzig. Voormalige DDR dus. Hij groeide deels op bij zijn grootouders. Op 12 augustus 1961 was de 12-jarige Helmut met zijn oma op bezoek in (West-)Berlijn. Op zondagochtend 13 augustus wilden ze terug naar Oost-Duitsland maar werden op een metrostation tegengehouden. Die nacht was totaal onverwacht het IJzeren Gordijn opgetrokken en een begin gemaakt met de bouw van de Berlijnse Muur. "Ik vergeet het nooit. Een metrobeambte zei: ‘Heute Nacht hat der Spitzbart die Grenze dichtgemacht’. Spitzbart, ofwel ‘sik’, was de bijnaam van partijleider Walter Ulbricht."

Sfeer
Helmut groeide verder op in Düsseldorf, waar zijn moeder al langer woonde. Daar studeerde hij en vond werk als ingenieur in de machinebouw. In 2005 leerde hij zijn huidige vrouw kennen en na driekwart jaar pendelen maakte hij de overstap naar Nederland. Ze belandden in Belfeld, iets ten zuiden van Venlo. "Ik was al wel vaker in Nederland geweest, aan de Noordzee, in Venlo, Roermond en Maastricht. Heel veel is hier hetzelfde als in Duitsland, maar ik merkte tijdens die eerdere bezoeken ook: de sfeer in Nederland is anders. Ontspannener, losser. In Duitsland is het allemaal wat stijver en gedwongener."

Voor zijn werk kwam Helmut ook vaker in Polen. "Daar had ik altijd het gevoel dat ik snel weer weg wilde. In Nederland had ik het tegenovergestelde. Het is hier unproblematischer dan in Duitsland. Dat gevoel had ik toen ik kwam en sindsdien ben ik er alleen maar in bevestigd."

Douane
Niet dat het in Nederland alléén maar hallelujah was. "Toen ik net in Belfeld woonde reed ik nog in een auto met Duits kenteken. Op een morgen, op weg naar mijn werk, werd ik vlak bij huis staande gehouden door de douane. Alles werd gecontroleerd. Ik denk dat het om de wegenbelasting of zo ging. Ik weet zeker dat de douane was getipt door buurtbewoners."

En hij kan zich herinneren een fietstochtje met de spaarkas van een café. "In Beesel, het drakendorp, kwamen we langs zo’n drakenkop, en iemand uit onze groep zei: daar hoeven we niet bang voor te zijn, die vreet allein Pruuse."

Kleine dingen
Het zit hem, wil Helmut maar zeggen, in kleine dingen. Kleine steekjes onder water, toch wel. Maar keiharde anti-Duitse agressie heeft hij nooit ervaren. Ook niet rondom voetbalwedstrijden Nederland-Duitsland. "Wat plagerijtjes over en weer, meer niet." En nee, hij voelt ook geen anti-Duitse sentiment in andere delen van Nederland. "In Amsterdam en overal is iedereen ook gewoon vriendelijk tegen mij. Wél hoor ik vaker dat in Rotterdam iets meer anti-Duits gevoel heerst."

Op de vraag of hij dat begrijpt kijkt Helmut even verbaasd. Nee dus, hij heeft geen idee. Bombardement van Rotterdam? 14 mei 1940? Helmut zet grote ogen op. "Door de Duitsers..?", vraagt hij nog. En of Nederlanders vaak tegen hem beginnen over de oorlog, nee, eigenlijk nooit.

"Iedereen merkt wel meteen aan me dat ik Duitser ben, en heel vaak gaan mensen dan onmiddellijk Duits spreken", zegt Helmut. "Is dat negatief bedoeld?", vraagt hij zich hardop af. "Doen ze dat omdat ze denken ‘Och, die Duitser verstaat toch geen Nederlands’?"

Dialect
Want dat is dus niet het geval. Helmut verstaat nagenoeg alles, zowel het Nederlands als het dialect. "Maar ik vind het wel unheimlich schwer om in het Nederlands of dialect terug te praten. Ik heb het nooit echt leren spreken, nooit een cursus gehad. Met mijn vrouw spreek ik Duits, ik ben ook altijd in Duitsland blijven werken, het is er nooit echt van gekomen. Heel onbevredigend eigenlijk."

Het gevolg is wel dat zijn woordenschat nu nog steeds te klein is, vindt hij zelf, om actief Nederlands te spreken. "Dus heb ik altijd van die komische gesprekken: ik in het Duits en de anderen praten terug in Nederlands of dialect."

Maar hij komt er altijd wel uit met zijn gesprekspartners. Rest de vraag: waarom toch wil hij anonimiteit? Omdat, zo legt hij nog eens uit, hij niet wil dat zijn vrouw zakelijk last krijgt met een interview als dit. En die ene persoon die hem ooit zo kwetste hoeft dat ook niet in de krant terug te lezen. Want voor het overige, benadrukt Helmut nog maar eens, heeft hij het prima naar zijn zin in Nederland. "Sterker nog: ik voel me hier beter dan in Duitsland!"

Dit was voorlopig het laatste artikel in de serie Allochtonen in Limburg. Zaterdag blikken we in het katern Horizon in de krant terug op het project. Online is het verhaal hier al te lezen.

Terug naar Wat beweegt Limburg