Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee van De Limburger te lezen
Plus-artikelen zijn exclusief voor abonnees van De Limburger. Verder lezen?

‘De’ allochtoon bestaat niet, ook Limburg is zeer divers

Afbeelding: De Limburger

Allochtonen van Limburg, vertel ons hoe het is om als ‘nieuwkomer’ te leven in het zuidelijkste stukje Nederland. Dat was, vier weken geleden, de oproep van De Limburger. Een maand later en tientallen gesprekken verder concludeert verslaggever Sjors van Beek: ‘de’ allochtoon bestaat niet, ook Limburg is zeer divers.

Limburg telt bijna een kwart miljoen mensen met een migratieachtergrond – van wie ruwweg eenderde uit niet-westerse landen. Een bont gezelschap dus, qua herkomst. En valt er over zo’n diverse groep iets te zeggen in algemene zin? Het antwoord moet luiden: nee. Net zomin als er iets valt te beweren over ‘de’ Limburger, kunnen algemene uitspraken worden gedaan over ‘de’ allochtonen binnen deze provincie. Mook is geen Vaals en Marokko is geen Slovenië. Toch deed De Limburger op 7 mei een oproep aan ‘alle allochtonen in deze provincie’ om zich te melden, hun verhaal te doen: hoe is het om als (nazaat van een) migrant hier te wonen, werken, leven? Waar loop je tegenaan? Wat valt je op? Wat maak je mee, in positieve én negatieve zin? Het leverde veel reacties op. Tientallen mensen meldden zich zelf of tipten over andere mensen. Met achttien mensen zijn vervolgens gesprekken gevoerd. Het heeft geleid tot een serie online-verhalen. In die verhalen vallen wel enkele zaken op. Geen algemeen geldende waarheden, wel een paar observaties.

Taal/dialect
Misschien wel het meest in het oog springend: in vrijwel alle gesprekken komt het thema ‘taal’ spontaan en ongevraagd aan bod. Enerzijds logisch: taal is communicatie, mensen leven van taal. Maar het gaat toch verder dan dat. De ene na de andere gesprekspartner ‘hamert’ op het immense belang van taal. "Taal, taal, taal, het is echt het allerbelangrijkste! Want wat doe je zonder taal? Je kunt niet werken, je kunt geen vrijwilligerswerk doen, niks”, zegt Syriër Wessam Al Halabi. En niet alleen het leren van Nederlands is belangrijk. Ook de eigen taal van de migrantenouder(s) telt. Zo zegt Milena uit Slovenië dat ze het enorm jammer vindt dat ze thuis nooit Sloveens heeft geleerd. "Dan valt toch een deel van je identiteit weg”, is haar ervaring. En dan is er specifiek in Limburg ook nog de bijzonderheid van het dialect. Syriër Wessam vertelt hoe hij hard heeft gestudeerd op het Nederlands en dan bij de plaatselijke toneelclub alsnog met de mond vol tanden staat omdat er dialect wordt gepraat. "Ik kan er dus niks doen”, constateert hij met spijt.

Taboes
Een volgende conclusie moet zijn: (im)migratie en alles wat ermee samenhangt is een heikel thema. Nog steeds. Ook in Limburg. Het blijkt menigmaal op eieren lopen, laveren tussen gevoeligheden, onderhandelen over formuleringen en wat er wel en niet mag worden opgeschreven. Maar daarnaast: gesprekspartners die alleen anoniem hun verhaal willen doen, geïnterviewden zelfs die achteraf hun medewerking intrekken. De Colombiaanse Jenifer Linssen wil ná het interview toch niet dat het verhaal wordt gepubliceerd. "Iedereen om me heen zegt dat ik beter kan afzeggen. Iedereen hier kent me en zal een oordeel klaar hebben”, schrijft ze. Een paar dagen later wil ze alsnog wel anoniem meedoen. En wéér later wil ze alsnog haar naam en foto erbij. "Het is allemaal beter verwoord dan ik het zelf kan zeggen”, meldt ze opgelucht. "Ik was onzeker, bang dat het een negatief stuk zou worden.” Iets anders verloopt het met een Marokkaanse. Na lezing van de tekst heeft ze een waslijst aan wijzigingen en opmerkingen. Kort gezegd: alles wat maar gevoelig ligt, moet eruit. Het dragen van een hoofddoek, al dan niet vrije partnerkeuze, discriminatie op de arbeidsmarkt: alles wordt, als het aan haar ligt, geschrapt. Besloten wordt een nieuw stuk te maken en verslag te doen van de perikelen, waarin ze wordt opgevoerd onder de fictieve naam Aïcha. Achter de schermen vinden er wel meer onderhandelingen plaats. En worden dingen gezegd die niet met naam en toenaam naar buiten kunnen. Zoals een Marokkaanse moslim die ‘opbiecht’ dat hij wel eens sterke drank drinkt. "Maar dat hoeft niet in de krant. Moslims vinden het belangrijk dat je het goede voorbeeld geeft. Als ik in de krant zeg dat ik zondig, geef ik het slechte voorbeeld. Een Marokkaans gezegde is: beschut jezelf zodat God jou zal beschutten. Daarmee bedoelen we: iets verkeerds kan je vergeven worden, maar loop er niet mee te koop dat je zondigt. Want daarmee zet je een ander óók aan tot zondigen.” Een andere moslim vertelt dat hij homo is. Niemand weet het. Ook zijn eigen familie niet. "Ze zullen het nóóit accepteren. Ik ben moslim, ik mág geen homo zijn.” Hij worstelt er flink mee. "Ik ben een echte moslim, ik doe alles wat goed is voor de religie, behalve dus dat homo zijn. Alleen: dat laatste heb ik niet zelf gekozen. Ik probeer voor mezelf hier een balans in te vinden.” En dan nog die Duitser die wel wil vertellen hoe hij hier regelmatig voor ‘dae Pruus’ wordt uitgemaakt. Maar zijn naam en foto wil hij niet in de krant.

Discriminatie
Een begrip dat tijdens de gesprekken vaak ter sprake komt, is discriminatie. Is die er wel, is die er niet en hoe tastbaar is het allemaal? Is het een feitelijk waarneembaar iets, hebben de gesprekspartners het zelf ervaren? Of zit het (ook) tussen de oren? Als een Marokkaanse met een hoofddoek wordt afgewezen voor een baan, is dat dan vanwege die hoofddoek? De meeste geïnterviewden zeggen zelf niet echt discriminatie te hebben ervaren. Al blijkt dat, verder pratend, soms toch weer iets genuanceerder te liggen. De Chinese schrijfster Lulu Wang munt tijdens het interview de term ‘smaakvolle discriminatie’: de manier waarop ze – volgens haar – door literatuurcritici extra hard wordt aangepakt ómdat ze Chinese is. En Marokkaan Amine Oulad LMaroudia bedenkt het woord ‘ervaringsdiscriminatie’ voor werkgevers die vijf keer slechte ervaringen met een Marokkaan hebben gehad en de zesde keer denken: laat maar zitten. Toch komen er ook wel voorbeelden van echte discriminatie langs. Marokkaan Ilias T. Alami vertelt hoe hij is geweigerd in discotheken en in zijn ‘dikke’ Audi 4 meermaals langs de kant is gezet door de politie. Maar, voegt hij er eerlijkheidshalve aan toe: "Het stomme is dat ik hetzelfde denk als ik een jonge Marokkaan in zo’n dure auto zie rijden.”

Marokkanen
Ze zijn veelbesproken in de serie: Marokkanen en Marokkaanse Nederlanders. En dan vooral in negatieve zin: de probleemjongeren van Marokkaanse komaf. Ze zijn al jaren oververtegenwoordigd in de statistieken over criminaliteit, werkloosheid en schooluitval. Gekeken is of er eenstemmigheid is over de oorzaken daarvan. Geconcludeerd moet worden: nee, zo’n eenstemmigheid is er niet. Al komt de opvoeding regelmatig aan bod. Daarbij valt op: de Marokkaanse gesprekspartners wijzen vaker op externe factoren: te weinig discipline op school, achterstelling op de arbeidsmarkt, discriminatie. Of ontbreken van hulp bij de opvoeding, hulp die in Marokko wél aanwezig is (ooms, buren, leraren). Niet-Marokkanen leggen het soms wat scherper op het bordje van de Marokkaanse ouders zelf. De Marokkaanse psycholoog Ilias wijst op de grote diversiteit binnen de Marokkaanse gemeenschap: Arabieren (zoals hijzelf) en Riffijnen, elk met hun eigen gebruiken. Hij stipt ook een gebrek aan incasseringsvermogen aan. "Precies dát kunnen veel Marokkaanse jongeren niet: even iets wegslikken.” De hardste kritiek op Marokkanen komt van een Algerijn en een Irakees: "Als er iets aan de hand is met moslims, betreft het vaak Marokkanen”, zegt Fadhel Al Hassouni (Irak). En Marokkaanse jongeren willen "allemaal snel, snel, snel een dikke auto en dure kleren”. Volgens hem zijn Marokkaanse gezinnen te veel gericht op geld verdienen.


Diversiteit
 Diversiteit binnen ‘de’ allochtone gemeenschap, het uit zich op allerlei manieren. En niet alleen qua herkomstland, maar ook qua ‘status’. De een is naar Nederland gekomen voor huwelijk of gezinshereniging. Een volgende is vluchteling. Een derde is hier geboren uit buitenlandse ouders. De een komt voor werk, de ander voor studie, een derde voor veiligheid. De een heeft een soort permanente heimwee en wil ooit terug, de ander is er totaal niet mee bezig. Maar ook zijn er verschillen tussen de generaties. De tweede generatie, de kinderen van de ‘gastarbeiders’, ze zijn duidelijk assertiever en zelfbewuster dan hun ouders. "Op vrijdag ga ik in een djellaba, zo’n traditioneel gewaad, naar de moskee. En wie dat niet aanstaat, heeft pech”, zegt Marokkaan Amine onomwonden. En eerdergenoemde Ilias: "De eerste generatie was heel inschikkelijk, zo van: kunt u me alsjeblieft helpen? De tweede generatie is in dat opzicht op en top Nederlands: assertief! Oók de meiden!” Iets dergelijks schrijft ene Ibish in de commentaren onder een van de artikelen. "Meneer zegt feitelijk dat er geen problemen zijn, het vooral aan de moslims/Marokkanen zelf ligt, je je vooral gelukkig moet prijzen dat je in dit paradijs genaamd Nederland mag verblijven. Erg generaliserend, vooral wegkijkend, maar bovenal getuigend van een minderwaardigheidscomplex. Als kind van migranten heb ik deze attitude van dichtbij meegemaakt. Je moest dankbaar zijn, een laag profiel aanhouden en vooral je mond houden. Want we zijn hier immers te gast. De generaties daarna zetten zich hiertegen af. Willen als volwaardig burger worden gezien en daarbij hoort ook af en toe dat je zaken in onze maatschappij ter discussie stelt of meepraat. Dat je als individu wordt beoordeeld en niet als lid van een bepaalde groep. Dat je afkomst/religie er niet telkens wordt bijgehaald.” De in Nederland geborenen laten zich ook niet zomaar in een hokje duwen: Nederlander of Marokkaan? Marokkaanse Venlonaar Zakaria Bouders: "Degene die me dwingt te kiezen is diegene die me verliest. Ik kan Nederland niet boven Marokko zetten, maar ook niet andersom. Het is alsof je moet kiezen tussen je vader en je moeder.”

Debat
 Het maatschappelijk debat over migranten in Nederland is zwaar gepolariseerd. Links verwijt rechts islamofobie, racisme en xenofobie. Rechts verwijt links ‘theedrinken’, ‘moslimknuffelen’ en ‘wegkijken’. Een lekker overzichtelijk zwart-witschema. Minder overzichtelijk wordt het als migranten zélf andere migrantengroepen de maat nemen. Dat is precies wat is gebeurd. De Maastrichtse Algerijn Nanou Medjadji trekt hard van leer tegen zijn Marokkaanse stadgenoot Hassan Es-Sadki. "Ík, als migrant, mag dat zeggen. Als Algerijn ben ik in een betere positie om deze meneer de waarheid te zeggen dan u als autochtone Nederlander”, zegt hij tijdens het interview. Waarna hij – kort samengevat – stelt dat Hassan ‘niet moet zeuren over discriminatie’. En dat de Marokkaanse gemeenschap èn de moslimgemeenschap maar eens goed naar zichzelf moeten kijken, de hand flink in eigen boezem moet steken. "Nederland begint nu ook intolerant te worden. En dat is logisch. Nederlanders zijn het gewoon beu. Ze waren altijd zó tolerant, maar ze zien dat dieven, drugsdealers, criminelen vaak moslims zijn. Liquidatie? Vast weer een Marokkaan. En zodra moslims ergens in de meerderheid zijn, ontstaat er een intolerante no-go-area. Kijk naar de Schilderswijk in Den Haag, of Molenbeek in Brussel.” Het artikel wordt honderden keren gedeeld op social media. En, opvallend: Nanou krijgt vele honderden ‘likes’ van – aan de namen te oordelen – autochtone Nederlanders. Eindelijk wordt hardop gezegd wat zovelen denken, is de teneur. En ditmaal komt het uit ‘onverdachte’ hoek, de mond van een allochtoon zelf, wordt welhaast opgelucht vastgesteld. Nu horen ‘ze’ het ook eens van een ander. "Als autochtonen dit zeggen, wordt meteen ‘discriminatie’ gegild en is geen enkele discussie mogelijk”, schrijft Nanou’s dochter op Facebook. Ene Hans: "Wát een verademing is dit interview. Het zou verplicht leesvoer moeten zijn voor alle Marokkaanse en Algerijnse allochtonen. Misschien verandert er dan iets. Maar laat ook onze volksvertegenwoordigers hier lering uit trekken”, schrijft hij. "Geen woord van gelogen! Deze meneer is een voorbeeld van hoe het moet, steek je handen uit je mouwen, leer de taal en integreer!”, meldt Bianca. Wendy: "Wow, kunnen ze deze meneer niet eens laten praten op bijvoorbeeld scholen en/of buurthuizen?” De bijval voor Nanou is dagenlang overweldigend. Mart: "Wat een goed verhaal en wat een heerlijke man, die Nanou Medjadji. Geweldig dat hij Hassan de maat neemt. Chapeau.” José: "Petje af voor deze meneer die eens onze kant ziet. Hoop dat de rest er van leert en zich netjes gaat gedragen. Goed voorbeeld doet goed volgen.” En Nicole schrijft: "Een man naar mijn hart.” Kennelijk heeft Nanou een uiterst gevoelige snaar geraakt.

Autochtone allochtonen
Tijdens de loop van het project komt er nóg een pijnpunt aan het licht: de ‘autochtone allochtonen’. Menig autochtoon Nederlander reageert op de oproep aan allochtonen om zich te melden. Met de strekking: als niet-Limburgers voelen wij ons óók een soort allochtonen in deze provincie, het is lastig om als ‘Hollander’ een plekje te verwerven. Ene Frans mailt: "Als Brabander in Limburg ben ik ook allochtoon, al 38 jaar en nog steeds ‘uitgescholden’ voor ‘stomme Hollander’.” Robert: "Of ze zeggen ‘jij bent niet van hier hè?’ in de straat waar je je hele leven hebt gewoond.” Ingrid: "Woon als autochtoon al bijna mijn hele leven in Limburg. Geboren in de Randstad, kom er al mijn hele leven niet tussen. Limburgers hebben ‘iets’ tegen Hollanders. Zal heel moeilijk voor menig allochtoon zijn, zeker als de eigen mede-Nederlander al op muren stuit. Wellicht is het zaak het probleem niet alleen in de opvoedingsstijl van de allochtoon te zoeken, maar ook in eigen parochie. Ook de Maastrichtse GroenLinks-wethouder Gert-Jan Krabbendam mengt zich in de online-discussies. "Iedereen die in Limburg woont maar er niet geboren en getogen is, heeft een migratieachtergrond en wordt nooit 'eine vaan us' ”, schrijft hij onder een artikel op Facebook. "Het is geen verwijt en ik zit er niet mee, maar ik zal nooit als Limburger beschouwd worden. En als het zo uitkomt, krijg óók ik door sommigen naar mijn hoofd gesmeten dat ik beter terug kan gaan naar waar ik vandaan kom. Van de Marokkaanse Venlonaar Zakaria krijgt hij de reactie: "Jij voelt je inmiddels Limburger toch? Daar gaat het om.” Krabbendam: "Goh, met welke identiteit ik me afficheer, vind ik een lastig te beantwoorden vraag. Ik heb mijn jeugd in De Liemers doorgebracht, woon sinds 2000 in het Zuid-Limburgse grensgebied (met uitzondering van een jaartje Spanje, waar ik me nooit méér Nederlands heb gevoeld), ben getrouwd met een Vlaamse en mijn kinderen zijn Nederbelg. Ik ben chauvinistisch geraakt op Maastricht en zet al mijn tijd en energie in om die stad beter en mooier te maken. Maar ik hoef niet te proberen één woord Mestreechs te spreken, want dan val ik door de mand.”

Scheldpartijen
Vooraf bestond op de redactie de vrees – althans, er werd rekening mee gehouden – dat de artikelenserie zou leiden tot scheldpartijen en racistische, onfatsoenlijke taal op social media of de website. Dat bleek uiteindelijk enorm mee te vallen: er zijn géén reacties verwijderd – al waren sommige kreten op het randje. "Hele zooi opladen en de grenzen over terug naar land van herkomst” bijvoorbeeld. En: "Iedereen terug naar Afrika sturen. Ja, Afrika en ja, iedereen, want uiteindelijk komen we allemáál uit Afrika.” Sarcasme is er ook: "Wat interesseert het mij wat die moslim doet, nul, nul.” Of, na uitspraken over moskeebezoek op vrijdag: "Ik werk meestal op vrijdagmiddag” en "Begint zijn weekend lekker vroeg”. Regelmatig ontstaan felle discussies in de comments. Als schrijfster Lulu Wang vertelt over verschillende vormen van discriminatie, reageert ene Joffery dat discriminatie soms ‘puur aanstel’ is. Cubaan João antwoordt: "Als witte man heb jij nooit, maar dan ook nooit met discriminatie of racisme te maken, het is dan ook niet aan jou om te oordelen of wat mensen ervaren ‘aanstel’ is of niet.” Waarop Joffery hem stevig van repliek dient: "Ik heb wel degelijk met discriminatie en racisme te maken gehad. Mijn voorouders zijn opgejaagd en uitgemoord door de Duitsers omdat ze in een woonwagen woonden. Ik heb het vroeger vaak genoeg meegemaakt: dat kinderen niet met ons mochten spelen omdat we uit de wagen kwamen.” Bij het verhaal over de Afghaanse ex-moslima Zahra Husseini die vertelt hoe ze als 13-jarige is uitgehuwelijkt, melden veel lezers met niet-westerse namen dat uithuwelijken ‘niets met islam te maken heeft’, maar dat het louter een culturele kwestie is'. "Anders waren alle andere miljoenen moslima’s allemaal op hun 13de getrouwd, inclusief ikzelf”, schrijft Youssra. En Reshad weet zeker: "Ze wil islam zwartmaken om paspoort te krijgen. Waarom moet zij überhaupt christen worden? Omdat zij snel Nederlandse paspoort kan krijgen.” Lezers met allochtone/islamitische achternamen nemen trouwens vaak deel aan de discussies tijdens de serie. Ze schuwen daarbij het van-dik-hout-zaagt-men-planken-werk richting de autochtone Nederlanders net zomin. "Ga jij maar eerst goed rondkijken wat jouw soort doet, uitkering trekken en hele dag bier drinken en nog eens profiteren van de voedselbank zodat ze van hun eigen geld meer bier en wiet kunnen halen. Sukkeltje”, schrijft ene Cheb aan een – kennelijk – autochtone lezer. En een boze Abu: "De kuffar (ongelovigen, niet-moslims, red.) zullen nooit tevreden zijn met ons totdat jij hun geloof volgt.”

Multicultureel
Terugkijkend op een maand ‘Allochtonen in Limburg’: het onderwerp blijkt té breed en té divers om in enkele weken ‘af te handelen’. Tal van interessante mensen zijn (nog) niet benaderd, diverse ‘doelgroepen’ zijn (nog) niet aan bod gekomen en boeiende thema’s zijn (nog) niet belicht. Maar het is gebleken: de ‘multiculturele samenleving’ houdt de gemoederen flink bezig, óók (of juist?) in ‘PVV-provincie Limburg’. Veel mensen hebben een mening en de emoties lopen snel hoog op – van beide kanten, autochtoon én allochtoon. En menig onderwerp blijkt nog steeds omgeven met een sluier van taboes. Kritiek op de islam is moeilijk bespreekbaar, het zelfkritisch vermogen is niet bij iedereen even sterk, de neiging steekt snel de kop op om naar ‘de samenleving’ of ‘de ander’ te wijzen als zaken – ook in eigen kring – niet helemaal soepel verlopen. Omgekeerd krijgt ook de Limburgse samenleving meermaals vegen uit de pan: het mag soms wat opener, directer, minder ‘ons kent ons’, zeggen de ‘nieuwkomers’. Kortom: in Limburg wonen is één. Limburger worden of zijn, dat is een ander verhaal. En hele, halve en nieuwe Limburgers, ze moeten het samen zien te rooien.