'Pinkpop is de liveversie van de soundtrack bij mijn leven'

Print
'Pinkpop is de liveversie van de soundtrack bij mijn leven'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Zoals voor veel Limburgers is Pinkpop voor mij zoveel meer dan een muziekfestival. Het is de liveversie van de soundtrack bij mijn leven.

Pinkpop gaat mee terug, vér terug. Naar flarden van beelden in mijn hoofd, liggend voor het hek in Geleen, geen geld voor een kaartje, maar met goede wind toch in staat iets te horen van Doe Maar en een jaar later van Marillion. Naar het beeld van mijn opa, terwijl we al die The Cure-fans over de Rijksweg naar het Burgemeester Damenpark zagen wandelen. Zoveel mensen in het zwart had hij niet meer gezien sinds de mijnen. Hij keek er hoofdschuddend naar.

Pinkpop gaat terug naar mooie herinneringen, naar muziekliefdes die er begonnen en nooit meer over zijn gegaan (Pearl Jam) of juist wél (Live). Het festival maakt al zoveel jaren deel uit van mijn leven, dat het inmiddels een rouwrand heeft ontwikkeld: herinneringen aan Pinkpop zijn inmiddels ook herinneringen aan dierbaren die er niet meer zijn, aan verbroken relaties, verloren vriendschappen. Pinkpop bestaat zo lang dat ik me aan de hand van Pinkpop soms realiseer dat ik zelf ook al lang besta. Als ik iemand spreek die vertelt dat hij van 1992 is, denk ik meteen: „Dus je werd geboren toen ik Eddie Vedder in het publiek zag springen.”

De vaak beschimpte roze hoedjes van Pinkpop-gangers werden bedacht door de marketingman van het blad waar ik tien jaar werkte, Nieuwe Revu. Als wij over het veld liepen, wees hij naar ieder hoedje en vertelde dan weer wie ze had uitgevonden. We maakten ook de jaarlijkse Pinkpop-special. Ieder jaar kwam Jan Smeets naar de Revu-redactie in Hoofddorp om samen met ons de teksten door te nemen. Allemaal. Als hij om vier uur op de redactie zou zijn, belde Jan om vijf over vier om te zeggen dat hij onderweg was: hij reed net Einighausen uit. Dan wachtten we een paar uur, en wisten we wat ging komen. Bij elke regel uit de special van vorig jaar zou hij zeggen: „Er staat nu 1994. Dat moet dus 1995 worden.” En dan schreven we allemaal mee. Bij de meeste mensen is het onverdraaglijk dat ze zich overal mee bemoeien, sommige mensen maakt het juist charmant.

Ik ga vaak naar festivals, maar ik ken er maar één waar de organisator zelf de bezoekers elke avond op het podium komt vertellen dat ze zich warm moet kleden omdat het koud wordt, en voldoende moeten drinken, en niet moeten roken of aan de drugs, en wel op de PvdA moeten stemmen. Ook hier geldt: het zou bij veel festivals ondraaglijk zijn, bij Pinkpop is het juist charmant. Daar staat Jan Smeets weer, de bezorgde vader van het veld, al bestaat dat inmiddels ook uit drie generaties.

Zijn hart had Jan weer even in de steek gelaten, las ik. Gelukkig voor hem is hij er wel gewoon bij dit weekend. Gelukkig ook voor ons. Anders is het geen echte Pinkpop. En gaan we ons allemaal te koud kleden en roken en aan de drugs.