Waarom tot tien tellen soms geen zin heeft

Print
Waarom tot tien tellen soms geen zin heeft

Kristel probeert zich nog in te houden, maar het lukt niet echt. Afbeelding: iStock

BLOG - Als je beiden fulltime werkt en de tuin een slagveld is, is een conflict snel gevonden. Nadat ik zaterdag het hele huis had uitgemest en zijn collega van het vliegveld had gehaald - hij zou orde scheppen in de tuin - trof ik hem slapend aan. Gelukkig weet ik - extravert type, vulkaan bij conflicten - dat ik tot tien moet tellen.

Ik telde tot duizend. Bleef tellen toen ik ‘s middags alleen naar een verjaardag vertrok omdat meneer nog moest grasmaaien. Ik passeerde de 34.000 toen meneer - ‘Nee schat, we gaan een andere keer uiteten’- aankondigde even naar een vriend te gaan om tuinafval de ozonlaag in te blazen. Om 04.00 uur kwam hij met zijn fietsje thuis. En ik maar tellen.

Tuurlijk had hij - ook al was hij zo zat als een aap - iets in de gaten. Ik deed een perfecte Doornroosje-imitatie, ook al flikkerde de lampen en gaf ik geen krimp toen hij me fijnkneep. Toen ik in slaap viel, droomde ik over hoe ik hem de volgende dag zou confronteren. Op rustige toon vertelde ik dat ik me niet gezien voelde. Niet gewaardeerd. En dat ik dat toch echt anders wilde. In mijn droom werd ik toegejuicht door vrouwen, uitgejoeld door mannen.

Haha ja tuurlijk. Zo ging het dus niet. Harstikke leuk dat tellen, maar in mijn geval totaal niet lucratief. ’s Morgens zette ik de toon door koffie te maken voor mezelf. Gewoonlijk doe ik dat voor ons beiden. Maar vandaag niet; het zonnetje had verlof. Na bezoekjes aan beide vaders, want Vaderdag, reden we zwijgend naar huis. Thuis kon ik de stilte niet meer horen. "Kan ik even met je praten?”

Vriend - tandenpoetsend - begon te lachen. Ik begon te pruttelen. Hij spuugde de tandpasta tegen het keramiek, ik spuugde gal door de hele badkamer. Na vijf minuten waren yin en yang getransformeerd in Johan Derksen en Wilfred Genee. Ik, op snor en voetbalkennis na, sprekend Johan. Elk tegeltje in de badkamer moest het ontgelden. Mijn voornemen alleen vanuit mezelf te spreken mislukte faliekant. Woorden als ‘nooit’, ‘altijd’ en combinaties als ‘jij denkt’ vulden de ruimte. Mijn kwik steeg naar de honderd, dat van hem daalde beneden nul. Van de enorme voordelen die je hebt als tegenpolen, was geen sprake meer. Vriend, conflictvermijdend, zette het op een lopen. Ik bleef achter. Mijn patronen waren op.

Ik word wakker op de bank. Zeven muggenbulten vullen de gaten in mijn betoog van de vorige avond. De neiging een paardenhoofd in ons bed te leggen, heb ik niet meer. Onze ruzies kennen hetzelfde patroon. Ik tier en loop leeg, hij verstijft. Niets liever zou ik willen dat hij flink tegen me te keer gaat en terugvecht. Maar dat doet hij niet. Nooit. Boven me hoor ik beweging, even later voetstappen op de trap. Mijn vriend opent de deur. "Koffie?”, vraagt hij. "Ja lekker.”

L-Magazineverslaggeefster Kristel Schreurs blogt over wat haar bezighoudt.
 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →