'In zijn beleving praatten ze allemaal bot en snauwend, met die harde klanken'

Print
'In zijn beleving praatten ze allemaal bot en snauwend, met die harde klanken'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Leon Verdonschot schrijft over wat hij meemaakt, ziet en observeert tussen Amsterdam en Maastricht. Het goede leven met een vleugje rock-’n-roll.

Deze week had ik een Limburgse logé, en merkte ik weer hoe ik ongemerkt vergrootstedelijkt ben. Ver-Amsterdamd ook, denk ik.

Toen ik nog in Utrecht woonde, kwam mijn toenmalige schoonvader uit Urmond wel eens op bezoek. Hij vond mensen in Utrecht onvriendelijk. In zijn beleving praatten ze allemaal bot en snauwend, met die harde klanken. Hij miste de zang.

Ik moet er nog wel eens aan denken als op mijn kickboksschool een ruimte verderop alleen maar Surinaamse jongens en mannen trainen: nieuwelingen kijken soms verschrikt op als vanuit die ruimte hard geschreeuw klinkt. Ruzie! Nee hoor. Integendeel: lol. Alleen niet de ingehouden poldervariant ervan.

Mijn schoonvader vond ook dat mensen in Utrecht ongeduldig en opgefokt waren in het verkeer: ze toeterden zo snel. Toen ik er nog geen half jaar woonde, deed ik precies hetzelfde bij mensen als mijn schoonvader, die op het moment dat het stoplicht op groen sprong eens even rustig de koppeling intrapte, op zijn dooie gemak de auto van de vrij in de één zette, en eindelijk begon te bewegen als het inmiddels alweer oranje werd. Als in Utrecht iedereen Urmonds zou rijden, stond de stad permanent vast.

Ik kwam met mijn logé terug van een concertzaal in de Bijlmer. We stapten uit de metro op de Nieuwmarkt, en liepen over de Wallen terug naar mijn huis. Mijn logé vloekte op een taxi die hem niet voor liet gaan, terwijl hij rechtdoor liep en dus voorrang had. Hij had gelijk, maar ik heb me al lang neergelegd bij het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen bij taxichauffeurs in Amsterdam. Het komt er eigenlijk op neer dat ik geen enkele verwachting meer van ze heb. Soms voorkomt je verwachtingen bijstellen naar beneden of ronduit naar nul gewoon veel ergernis. Of ongelukken.

We hadden nauwelijks gegeten, dus nog honger. Mijn logé wees naar de bakker bij mij om de hoek, elke dag open tot twee uur ’s nachts. Het is geen beste bakker, maar het is er altijd druk, want wie ’s nachts honger heeft, is blij met alles. Hij zei: "Ik betaal wel." Hij moest even omschakelen toen het personeel hem in het Engels aansprak en bestelde twee chocoladecroissants. Ik zag dat hij een briefje van vijf in zijn hand hield. Daar heb je er hier één voor.

We liepen door de steeg tussen het bakkertje en mijn appartement. Iets verderop zagen we een vrouw de deur van mijn appartementencomplex openen. Net voor ze naar binnen liep, keek ze even over haar schouder, en toen viel de deur dicht. "Lekker lomp", zei mijn logé. Ik snapte niet wat hij bedoelde, tot ik me realiseerde dat hij in Spaubeek al zijn buren kent. En dat die vast ook allemaal de deur voor elkaar openhouden. Maar deze vrouw had ik nog nooit gezien. Ze was vast een Airbnb-gast van één van mijn buren. Die blijven nooit langer dan twee, drie dagen. Te weinig om vaste bewoners te herkennen.

Mijn logé vroeg aan mijn keukentafel, etend van zijn chococroissant, of het een beetje bevalt, dat leven zo in de stad. Ik zei dat het enorm bevalt.