Niet iedereen kan bikini's aan eskimo's verkopen

Print
Niet iedereen kan bikini's aan eskimo's verkopen

Kristel is duidelijk geen Jordan Belfort in The Wolf of Wall Street. Afbeelding: PR

BLOG - Het is zaterdag. AM komt de Ikea-kast halen die ik eerder op Marktplaats heb gezet.

De supermooie kledingkast - handleiding, handgrepen, tien legplanken en hanggedeelte incluis - kocht ik vier jaar geleden. Zo goed als nieuw had ik in de advertentie gezet. AM bood 180 ekkies. Deal. 

In de schuur kijk ik naar een kast die het predicaat ‘zo goed als nieuw’ niet verdient. Ook niet nadat ik hem heb schoongemaakt. De achterzijde bevat twee gaten en ook heeft ‘ie wat beschadigingen. Heb je goede ogen, dan zie je zelfs dat de deuren schrammetjes hebben. "Kijk eens hoe scheef die kast staat”, zegt mijn vriend, "helemaal kromgetrokken door de regen.”

Dat is waar ook. Toen een nieuwe huurder in november ons ex-flatje betrok en niets wilde overnemen, vertikte ik - de gier - hem deze kast cadeau te doen. Ik had ‘m verdorie betaald van mijn eerste grotemensengeld. Conclusie: we (mijn vriend) sloopten de kast en tilden alle onderdelen op een open kar. We zullen best een muurtje hebben geraakt toen we de kast naar beneden droegen. Dat het elf uur ’s avonds was en buiten regende, hielp ook niet echt.

In de schuur staat nu een kast die geen 180 euro waard is. Wat zeg ik tegen de man die een aanhangwagen heeft gehuurd en honderd kilometer heeft gereden? Even valt me het idee in al het materiaal in te pakken in noppenfolie. Ik doe het niet. Liegen is niet mijn sterkste punt. En waar haal ik zo snel noppenfolie vandaan?

Er rijdt een Peugeot Stationwagon de plaats op. AM stapt uit. AM blijkt geen afkorting te zijn van achteloos en meegaand. AM is een pseudoniem voor Pietje Precies, eentje in de ergste categorie. Zijn auto lijkt uit de showroom te zijn gereden en aan zijn voeten prijken Sebago Docksides (van die bootschoenen) uit 2000. Als ik de vijftien beschermdekens en vijf spanbanden zie, ben ik blij dat ik het zooitje niet in noppenfolie heb verpakt. "Even over die kast hè…”

Ik laat zien dat de kast enige gebruikerssporen heeft. AM is not amused. Hij wil hem niet meer. De kast is bedoeld voor de slaapkamer en dient puntjegaaf te zijn. Ik zeg dat het me spijt - dat doe ik ook echt. Als AM het emo-argument van de speciaal gehuurde aanhangwagen erin gooit, weet ik dat ik kansloos ben. "Je mag hem hebben”, hoor ik mezelf zeggen. AM doet nog even dwars - ‘dan is mijn probleem met de slaapkamerkast nog niet opgelost’ – maar accepteert mijn aanbod. Hij zet hem in de garage.

Wie het verkoop-DNA bezit, kan bikini’s verkopen aan eskimo’s en paraplu’s aan bewoners van de Atacama-woestijn. Het zijn types à la Jordan Belfort in The Wolf of Wall Street; types die moeiteloos een container pennen verkopen. Wie mijn DNA bezit, moet een pen niet verkopen maar er gewoon mee schrijven. Ik praat nog wat na met AM. Ze zijn verhuisd omdat AM dichter bij zijn werk wil wonen. "Wat doe je voor de kost?”, vraag ik AM. "Ik ben vertegenwoordiger”, antwoordt hij. Mijn vriend komt niet meer bij. Of course.

>> L-Magazineverslaggeefster Kristel Schreurs blogt over wat haar zoal bezighoudt

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →