'Weinig ruimten waar blikken zo krampachtig zijn als in een mannentoilet'

Print
'Weinig ruimten waar blikken zo krampachtig zijn als in een mannentoilet'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

Columnist Leon Verdonschot schrijft over wat hij meemaakt, ziet en observeert tussen Amsterdam en Maastricht. Het goede leven met een vleugje rock-’n-roll.

Donderdagavond stond ik op een plek waar altijd veel ongemak samenkomt. De rij in het herentoilet. Dat toilet bestond uit twee keten, in de catacomben van een amfitheater in Berlijn, dat in 1936 is geopend in opdracht van Joseph Goebbels. Zonder die nu postuum een al te royaal compliment te willen maken: het is een prachtig amfitheater. Ik was er voor een concert, net als 22.288 anderen en die wilden allemaal nog naar de wc voor de band begon, dus het was daar nogal druk.

Er stond een enorme rij aan de rechterkant, en een korte aan de linkerkant: de mannen. Wat je geregeld ziet in zo’n situatie, is dat één vrouw dan opeens van rij wisselt, vaak snel gevolgd door een of twee andere, die dat al lang overwogen, maar een leider nodig hadden. Sommige vrouwen staan vervolgens in het mannentoilet te doen of ze zelf niet doorhebben dat dit een mánnentoilet is en zij een vroúw, of dat het genderdebat al lang is beslecht met als uitkomst dat biologie dood is, en iedereen gewoon alles. Er zijn ook vrouwen die in het mannentoilet gaan staan als statement, met een ‘Wie doet me wat?’-blik, alsof iedere man die meent te moeten opmerken dat dit een mánnentoilet is de toorn over het eeuwenoude patriarchaat in zijn volle blaas gestompt kan krijgen.

Ik liep de bloedhete keet in. Links drie urinoirs, rechts een kraantje, in het midden één toilet. De urinoirs waren bezet, er stonden drie mannen in de rij. Ze keken strak voor zich uit. Dat kon betekenen dat ze in de rij stonden voor het wc-hokje. Ook mogelijk was dat ze niet te nadrukkelijk wilden kijken naar de mannen die nog stonden te plassen. Voor je het weet voelen ze zich bekeken, en dan kunnen veel mannen helemaal niet meer plassen, en duurt het nog langer.

Ik ken weinig ruimten waar blikken zo krampachtig zijn als in een mannentoilet. De meeste mannen kijken niet teveel naar beneden, omdat het dan kennelijk lijkt of ze verliefd zijn op hun eigen lul, of hem niet kunnen vinden. Ze kijken ook niet schuin, want dan lijkt het blijkbaar of ze zeer geïnteresseerd zijn in die van hun buurman. Dus staan mannen in een urinoir altijd belachelijk geïnteresseerd naar de tegels of het stucwerk recht voor zich te staren, terwijl hun straal die geschilderde vlieg mist.

De mannen voor me zuchtten diep. Ze stonden hier al een tijd, dat was duidelijk. Uit het hokje klonk keer op keer het geluid van afscheurend toiletpapier. Wat moet het soms toch fijn zijn om niét visueel ingesteld te zijn.

Uiteindelijk ging de deur van het hokje open. Er zijn vele manieren om zo’n hokje uit te komen, in de wetenschap dat iedereen hier op jou heeft staan wachten, en ongewild heeft moeten horen waarom. De man die naar buiten kwam, koos uit al die manieren voor de vlucht vooruit. Met een luide stem zei hij zo vrolijk mogelijk: „Zo, dat lucht op!”

De jongen voor me zei dat hij zich dat kon voorstellen. Ik wilde me helemaal niets meer voorstellen.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →