Expositie leesplankjes: van 'batsegeziech' tot 'zeiverklaos'

Print
Expositie leesplankjes: van 'batsegeziech' tot 'zeiverklaos'

De bijzondere leesplankjes van Leonie Robroek. Afbeelding: Bas Quaedvlieg

Valkenburg - Aap, noot, Mies. Of in het Maastrichts: 'Lótsj', 'tuut', 'hin'. In het Museum Land van Valkenburg is nog tot oktober een bijzondere collectie leesplankjes te zien. Afkomstig uit de collectie van Leonie Robroek, die er in totaal 230 verzameld heeft.

Het eerste plankje dat ze kocht was het Leesplenkske vaan de Mestreechter Taol. Ze kocht het "voor de leuk", zegt Leonie Robroek. "Dat was, denk ik, in 1983. Het was niet met de bedoeling om ze te gaan verzamelen. Maar het werden er steeds meer."

En toen ontwierp ze er zelf ook eentje. En nog één. Intussen telt haar collectie - die is ondergebracht bij de Stichting Dialect- en Cultuuronderwijs Limburg - liefst 230 leesplankjes uit het hele land, waaronder vier leesplankjes die ze zelf ontworpen heeft voor het dialectonderwijs in haar gemeente Landgraaf. Een deel van de collectie, ongeveer zeventig stuks, wordt nu voor het eerst tentoongesteld in een museum.

A tot z
Aap-bis-Zjwaam, is de titel van de expositie in Museum Land van Valkenburg en van het gelijknamige boek dat ze enkele jaren geleden schreef over de bonte verzameling leesplankjes . "Dat staat voor a tot z. En Zjwaam is dan Swalmen", legt ze uit. Ja, ze exposeerde al eerder. "Maar dat was dan in een gemeentehuis of in een bibliotheek. Nog niet eerder in een museum."

De meeste leesplankjes komen uit Limburg. En een enkel exemplaar uit Vlaanderen. Uit Maaseik bijvoorbeeld. Een kop koffie heet daar een zjat, een kers een kriek en vlooien zijn vluuë, leert de Mezeiker lieësplank. Waren die leesplankjes in eerste instantie vooral bedoeld voor het leesonderwijs, door de jaren heen hebben ze veelal een andere functie gekregen.

Uitgegeven door heemkunde- of carnavalsverenigingen. Soms op het randje. En soms ook een beetje eroverheen, lacht Robroek. Zoals het hilarische leesplankje vaan de Mestreechter sjamptaol. Met veelzeggende termen als batsegeziechkneejewikserzeiverklaos en slaojkut erop. Met bijbehorende tekeningen.

Voor het Museum Land van Valkenburg is het een noviteit. "Dit is niet onze corebusiness", zegt Jos Solberg, beeldend kunstenaar en lid van de expositiecommissie van het Valkenburgse museum. "Dat is toch vooral Limburgse kunst tentoonstellen. Maar dit leek ons een mooie gelegenheid om een wat jonger publiek naar hier te lokken. Schoolklassen bijvoorbeeld", legt hij uit. Bovendien is dit eigenlijk ook kunst met die fraaie tekeningen erbij. Solberg: "Daar komt bij dat streektaal hartstikke actueel is, nu de provincie wil dat meer kinderen met hun eigen dialect worden grootgebracht. Dat heeft talloze reacties uitgelokt en daar haken wij met deze expositie graag op in."

Te laat
Robroek trekt een grimas. "Ja, dat hebben wij als stichting 25 jaar geleden ook al geroepen. Maar toen werden we weggehoond. Dat was nergens voor ­nodig. Nu is het te laat. Veel woorden die wel nog op deze leesplankjes te vinden zijn, zijn al lang uit onze taal verdwenen."