Volgens Wakker Dier 'verspillen' we per jaar 81 miljoen dieren

Print
Volgens Wakker Dier 'verspillen' we per jaar 81 miljoen dieren

Afbeelding: iStock

Een kip die te weinig eieren legt, een haantje dat bij zijn geboorte al geen economische waarde meer heeft, of een moedervarken dat niet genoeg biggen krijgt naar de maatstaven van de Nederlandse veehouderij: volgens Wakker Dier worden jaarlijks 81 miljoen dieren ‘te vroeg’ gedood. Dierenverspilling, vindt de organisatie.

In totaal werden er in 2016 in Nederland 643 miljoen dieren geslacht. Ook daar is Wakker Dier niet blij mee. Maar dat 81 miljoen beesten ‘afgedankt’ worden, simpelweg omdat ze mannetje zijn of niet meer kunnen voldoen aan de hoge eisen, vindt de dierenwelzijnsorganisatie een ‘misstand’. Niet de boeren hebben de schuld, stelt Wakker Dier. ‘De ware oorzaak ligt bij de lage prijzen in de winkel.’ "De veehouderij is zo’n centenkwestie geworden dat dierenlevens niets meer waard zijn", oordeelt woordvoerder Anne Hilhorst. "Met dit onderzoek willen we Nederland een spiegel voorhouden."

Haantjes vergast
Ruim 98 procent van de dieren waar Wakker Dier het over heeft, zijn kippen. Zo worden in de eierbranche jaarlijks 39 miljoen haantjes vergast, omdat ze geen eitjes kunnen leggen. De hennen, die dat wel doen, worden gemiddeld na 500 dagen geslacht omdat ze daarna minder productief worden. Zo’n 34 miljoen hennen komen zo te vroeg aan hun einde, stelt Wakker Dier.

Hetzelfde lot treft volgens de dierenwelzijnsorganisatie vleeskippen (bijna 5 miljoen), varkens en koeien (beide ruim een half miljoen) en een kleiner aantal geiten, schapen en konijnen. Wakker Dier baseert zich onder meer op cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Snacks
Dat dieren voortijdig gedood worden, betekent overigens niet per definitie dat er niets mee gebeurt. Zo belandt het laagwaardige vlees van geslachte leghennen bijvoorbeeld in kipsnacks of kippensoep. De vergaste babyhaantjes worden geregeld gebruikt als voer in de dierentuin. Supermarkt LIDL verkoopt sinds kort burgers met vlees van hanen die niet meteen bij geboorte gedood zijn. Tot dusver werd altijd gedacht dat dit hanenvlees niet economisch rendabel te maken was.

LTO Nederland, de grootste boerenorganisatie van Nederland, wil na het rapport van Wakker Dier te hebben gelezen niet reageren.

Unfair
Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, wel. Zij noemt de conclusies van Wakker Dier ‘unfair’ en stelt dat veruit de meeste pluimveehouders goed voor hun kippen zorgen. "Dieren onnodig doden, dat gebeurt echt niet.”

De Haan heeft vooral moeite met de conclusie van Wakker Dier dat 34 miljoen ‘verder gezonde’ leghennen te vroeg worden geslacht. "Dat van die haantjes, daar hebben ze een punt. Daar zijn we zelf ook niet trots op. Maar het verhaal van de leghennen is onzin. Op een gegeven moment worden ze inderdaad minder productief. Maar die dieren hebben een zwaar leven gehad, hebben soms gezondheidsklachten. Het is niet zo dat we kerngezonde dieren slachten. En: uiteindelijk gaan dieren toch een keer dood."

Vervangen
Pluimveehouders ‘vervangen’ hun leghennen doorgaans voor die in de rui gaan, waarbij de beesten hun veren verliezen en een nieuw verenkleed aanmaken. De stelling van Wakker Dier is dat de kippen na dat proces van drie tot zes weken best weer eieren zouden kunnen leggen, hoewel het er dan wel wat minder zijn.

De boeren die zijn aangesloten bij Demeter, het kwaliteitskeurmerk voor biologisch-dynamische boeren, zouden dat maar wat graag willen. "Dat kippen geslacht worden voor ze in de rui gaan, is ons een doorn in het oog", zegt Susan van ‘t Riet van Demeter. "Maar onze boeren doen het ook, noodgedwongen. Consumenten willen niet betalen voor een duurder ei, zo simpel is het."

Levenscyclus
Hans Hopster, onderzoeker dierenwelzijn aan Wageningen University & Research, bestrijdt de cijfers die Wakker Dier gebruikt niet, maar vindt enige nuancering wel op zijn plaats. "Dieren worden inderdaad gedood om economische redenen, dat is inherent aan het huidige productiesysteem. De kernvraag is: wie heeft daar last van? Uit het oogpunt van dierenwelzijn is het ongerief van het doden op zich voor het dier gering, mits onnodige pijn voorkomen wordt. Waar het vooral schuurt, is dat een deel van de bevolking vindt dat dieren hun levenscyclus moeten kunnen vervolmaken. Van dat laatste is in de veehouderij zelden sprake.''

De conclusie van Hopster: de betekenis die je hecht aan het getal 81 miljoen, hangt af van de morele positie die je inneemt ten aanzien van dieren. "Mag je dieren doden in het belang van mensen? Behandelen we dieren met respect als er zoveel uitval is? Dat is een andere discussie.''