Bekkerveld Festival: vijftig jaar familiefestival

Print
Bekkerveld Festival: vijftig jaar familiefestival

Acts als SBMG en Bokoesam moesten donderdagavond vooral jongeren naar het festival trekken. Afbeelding: Bas Queadvlieg

Generatie op generatie werkte mee aan het Bekkerveld Festival. Aan anekdotes dan ook geen gebrek. Na vijftig edities is het moeilijker om de jeugd erbij te betrekken.

Zondagmorgen was de feesttent van het Bekkerveld Festival in Heerlen rond een uur of elf al zo goed als vol en kon het frühshoppenbeginnen. Als de Waltinakapel dan Die alte Dampf­eisenbahn (sjthh sjthh sjthh… ja, die hat’s mir angetan) inzette, kon de stemming niet meer stuk. Het zijn beelden die bij generaties bezoekers in het geheugen staan gegrift. Beelden ook waaraan weleens met weemoed wordt teruggedacht, nu het festival is verplaatst naar de multifunctionele voorziening van de voetbalclub in Bekkerveld.

Dreigend fiasco
Lei Spijkers (78) was vanaf de eerste editie betrokken bij het festival, dat jarenlang werd gehouden op het grote gazon naast de kerk. De eerste editie smaakte naar meer, weet hij nog. Toch dreigde de tweede een fiasco te worden, omdat de mensen naar het WK op televisie keken. „Op maandag, na de finale, ging het beter. Maar toen viel de stroom uit. De kabel vanuit de kerk bleek dwars doormidden gehakt. Met de koplampen van auto’s kregen we toch licht in de tent. Die maandagavond redde het festival. En dat was maar goed ook voor voorzitter Piet Masthof, toen hoofd van de school en later wethouder en uitbater van café ’t Duvelke. Hij had zijn huis in onderpand gegeven aan de tentverhuurder.”

Aardappelen
Het waren andere tijden, constateert de oud-penningmeester droogjes. „Bestuursleden verstopten de dagopbrengst onder de aardappelen. Het was hartstikke gezellig en de club heeft lang heel goed aan het festival verdiend, zoveel werd er in drie dagen omgezet aan de bar. Vooral op maandag, als het verenigingsleven groepsgewijs tegen elkaar op begon te drinken.”

Niet alle oudgedienden zijn nog ­onder ons, maar in verhalen leven ze voort. Spijkers kan met smaak vertellen hoe de onlangs overleden clubman Jan Mingels in aanvaring kwam met André Rieu. De stehgeiger was voor veel geld ingehuurd met zijn Salonorkest. „Hij was voor twee uur geboekt, maar speelde ­anderhalf. En dat voor ons dure geld. ‘Ik stop na het hoogtepunt’, had Rieu zich verweerd. ‘Dat doe ik thuis ook, maar hier willen we waar voor 17,50 gulden entree’, antwoordde Mingels. Achteraf bleek dat Rieu nog in Noord-Limburg moest spelen.”

Meulepieke
Vanzelfsprekend zijn er ook mindere herinneringen. Neem de vechtersbazen uit de naburige wijk Molenberg. Millhillers, in de woorden van de jeugd van toen. Spijkers: „De Meulepieke. Ruig volk dat de sfeer in de jaren tachtig een paar keer op rij enorm verziekte. Onder de bar pissen, niet genoeg afrekenen. Wie er wat van zei, kreeg de volle laag. Onze kinderen voelden zich geïntimideerd. Nu hadden wij een politieagent in de gelederen en die zei op zeker moment: ‘Volgend jaar heb ik dienst, bel me maar.’ Die kwam dus met een overmacht aan politieagenten. Een geweldige actie. Anders waren we er als Bekkerveld Festival beslist niet meer geweest.”

Remco Mattaar, spil van de huidige organisatie, rolde er als kind in. Zo verging het veel vrijwilligers. Ze kregen het festival met de paplepel ingegoten. Mattaar merkt dat dit verandert. Niet alleen omdat het oudste festival van Limburg tegenwoordig veel concurrentie heeft, maar ook omdat er minder vrijwilligers nodig zijn.

Geen tent meer
Mattaar: „Alleen al omdat we geen tent meer hoeven op te zetten. Daarom hebben we de donderdag met een grote trekker voor de jeugd eraan toegevoegd. Vorig jaar hadden we Boef. Zo ­leert de jeugd het Bekkerveld Festival kennen. Het zou mooi zijn als die jongeren over vier jaar met aanhang terugkomen.”

Het Bekkerveld Festival duurt nog tot en met zondag.

Praat mee over Heerlen

Discussieer mee en volg het laatste nieuws over Heerlen via onze speciale Facebook groep.

> Neem een kijkje