Dit artikel is exclusief voor abonnees van De Limburger
Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

Een bos witte rozen voor Tanja Groen. Dit jaar zijn het er 25

Ouders Corrie en Adrie Groen bij het herdenkingsmonumentje voor hun verdwenen dochter in hun tuin in Schagen. Afbeelding: Jean-Pierre Jans

Gronsveld -

In 1993 verdween de 18-jarige Tanja Groen, ’s nachts onderweg op haar fiets van Maastricht naar haar studentenkamer in Gronsveld. Nu, een kwart eeuw later, ontbreekt nog altijd elk spoor. Haar ouders en de kerk in hun woonplaats Schagen herdenken haar elk jaar met een bos witte rozen. Dit jaar zijn het er 25.

Het is woensdagochtend 1 september 1993. Even na middernacht. Tanja Groen, eerstejaars studente gezondheidswetenschappen aan de Universiteit van Maastricht, verlaat het slotfeest van de ontgroeningsweek bij studentenvereniging Circumflex. Studenten zien haar wegfietsen, de Herbenusstraat uit. Op weg naar haar studentenkamer in Gronsveld. Ergens onderweg lost ze op in het niets.

Een paar uur eerder, even voor achten, belt Tanja haar moeder Corrie. Ze doet dat via een vaste telefoon bij het postkantoor dat dan aan het Vrijthof ligt. Het gaat vlugvlug. Ze moet om acht uur bij Circumflex zijn voor het feest. Ze belt om te vertellen dat ze niet, zoals gepland, donderdag maar vrijdag naar huis komt in het Noord-Hollandse Schagen. Om twee uur zal ze arriveren, per trein. Er is donderdagavond ook nog iets te doen bij de studentenvereniging, vandaar de vertraagde thuiskomst.

Ontgroening

Ze vertelt kort over de ontgroening. Ze hebben in België overnacht, aardbeien geplukt, gehooid. Ze zijn vaak ’s nachts wakker gemaakt, allemaal onderdeel van het ritueel. Ze heeft haar was gedaan bij een studente in het Belgische Smeermaas. Dat is niet helemaal goed gegaan. Ze heeft wit en gekleurd bij elkaar gegooid. De was ziet nu dus grijs. Ze vraagt haar moeder hartsvriendin Francien in Schagen door te geven dat ze morgen zal bellen. Tanja klinkt verkouden en schor. Geen wonder, denk Corrie, ze heeft weinig geslapen. En het is fris en het heeft geregend. Of is Tanja niet helemaal lekker?

Vrijdagmiddag wacht Corrie haar op bij het station in Schagen. De trein vertrekt na een korte stop. Geen Tanja. Heeft ze de trein gemist? Corrie wacht op de volgende. Dit is begin jaren negentig. Niemand is permanent bereikbaar. Maar uit de volgende trein stapt geen Tanja. Niets voor haar jongste dochter, want die is altijd heel stipt. Als ze later thuis een telefoontje van een medestudente uit Maastricht krijgt met de vraag of Tanja in Schagen is – ze is al twee dagen niet op de universiteit geweest – weet Corrie dat het mis is. Tanja is weg.

Adrie, de vader van Tanja, komt thuis na een vermoeiende dag als chauffeur op de bus. De hele dag in de regen gereden, de ruitenwissers hebben niet uitgestaan. Inmiddels is duidelijk dat vriendin Francien het aangekondigde telefoontje niet heeft gehad. De ouders bellen de huisbaas van Tanja in Gronsveld en vervolgens diens ouders, die ernaast wonen. Tanja is er niet, haar fiets staat er niet. Verder geen bijzonderheden. Tanja’s huisgenoot Bram, die woensdag terugkeert naar Gronsveld, heeft haar niet gezien. Tanja zou een briefje voor hem achterlaten was de afspraak, maar er lag niks. Ze heeft vast een vriendje ontmoet of is bij een vriendin van de inkom of ontgroeningsweek blijven logeren. Corrie en Adrie bellen het ziekenhuis, maar er is geen Tanja of een onbekende binnengebracht. Dan de politie in Maastricht. Die ziet nog geen reden voor ongerustheid. Ze is 18 jaar – weliswaar net. Die komt wel weer. Ondertussen gaat ieder half uur iemand van hen naar het station, tot de laatste trein toe. Die rijdt achter hun huis langs. Geen Tanja.

Op kamers

Zaterdagmorgen doen de ouders aangifte van vermissing bij de politie in Schagen. Ga ‘als de sodemieter’ naar Maastricht, dit deugt niet zoals u het vertelt, krijgen Corrie en Adrie te horen. De ouders vertrekken, de twee andere dochters blijven bij de telefoon in het ouderlijk huis. Tanja is de jongste van vier, drie meiden en een jongen, maar de eerste die op kamers gaat om te studeren. Dat blokkeer je als ouders niet, daar ben je trots op. Dat ze de capaciteiten heeft, dat ze de kans grijpt. Ze hebben haar mee helpen inrichten, spullen naar haar kamer aan de Rijksweg in Gronsveld gebracht, helemaal aan het andere uiteinde van het land. Ze zal er slechts vijf nachten slapen.

In Maastricht neemt een agent de ouders mee in de politieauto en rijdt de routes die Tanja genomen kan hebben naar Gronsveld. Tanja’s huisgenoot komt ook met zijn ouders. Hij wijst de route die hij samen met Tanja nam. Een week eerder fietsten ze steeds gezamenlijk terug naar huis, maar die dinsdagavond is Bram er niet bij – hij is een paar dagen eerder ziek naar zijn ouders gegaan. Corrie gaat door Tanja’s spullen op haar kamer. Ze mist enkele ringen en een paar oorbellen. Die moet Tanja gedragen hebben, denkt ze. Het zwarte vest, dat Tanja die week veel aan had, hangt aan de kapstok. Ze heeft haar grijze T-shirt met col en lange mouwen aangehad en daarover het korte roze T-shirt met daarop haar voornaam en de cijfers 020, toebedeeld gekregen tijdens de activiteiten in de ontgroeningsweek. Daaroverheen een paars trainingsjack met strepen. Het is fris en nat voor de tijd van het jaar.

De zoektocht komt in een stroomversnelling. De kamer wordt doorzocht, routes worden nagereden, posters gemaakt, studenten ondervraagd. Tanja blijkt dinsdagnacht om kwart over twaalf de sociëteit aan de Herbenusstraat te hebben verlaten. Buiten kletst ze nog even, dan vertrekt ze, met de groene liederenbundel van Circumflex – onder haar trainingsjack gestopt denkt Corrie – lopend, vermoedelijk richting haar zwarte damesfiets. Die stond volgens getuigenverklaringen in de Capucijnenstraat. Vanaf daar ontbreekt elk spoor. Ze bevriest in de tijd.

Kerk

Een kwart eeuw later is er nog steeds geen enkel aanknopingspunt of spoor. Tanja. De zwarte damesfiets. De liedjesbundel. Nooit gevonden. Ongekend volgens de politie. Ze weten niet eens of ze links of rechtsaf is geslagen.

Niet te bevatten, zeggen Corrie en Adrie Groen. Vijftig jaar getrouwd en al een half huwelijk zonder Tanja. Zonder te weten waar ze is. Waar ze ligt, want de kans dat ze nog leeft is zo klein. Al blijft er hoop. Als je die opgeeft, geef je alles op, zegt Adrie. Ze kan toch niet in het niets verdwenen zijn? Meegenomen door marsmannetjes? Die bestaan niet. Geperverteerde lui wel. Wie doet z’n mond open, vertelt hen waar Tanja is? Als ze maar gevonden wordt. Iets, al is het maar een klein stukje van Tanja. Het verlangen is zo groot, dat Corrie bij wijze van spreken jaloers kan zijn op ouders wier kind is omgebracht. Die weten waar ze aan toe zijn, kunnen afscheid nemen. Zij niet. Zij weten niets zeker, behalve dat hun jongste dochter weg is. Er komt geen end aan. Vorig jaar wilde Adrie de jaarlijkse herdenking in de Christoforuskerk in Schagen overslaan. Komt niets van in, zei de pastoor. Ze is er toch nog niet? Vroeger zat de kerk op de dag van de herdenking vol, vooral met jonge mensen, studenten. Dat is in de loop van de jaren minder geworden, maar ze worden gesteund door de gemeenschap. Binnen en buiten de kerk. Dat geeft een fijn gevoel. In de Mariakapel hangt haar fotootje, geflankeerd door drie houten kruisjes. Vanochtend zijn ze er een kaarsje gaan aansteken, samen met journalisten van het Noord-Hollands Dagblad. Nagenoeg elke aandacht die ze kunnen krijgen voor de vermissing van Tanja nemen ze aan. Dat genereert mogelijk tips, sporen. Misschien is er iemand die na al die jaren toch iets gaat vertellen. Maar de tijd dringt, ze worden ouder. Hij is 75, zij twee jaar jonger.

Niet bang

Vanaf die zaterdag 4 september in 1993 worden posters gedrukt en in Maastricht en Gronsveld verspreid. Tanja’s foto hangt in bushokjes aan de Rijksweg, op lantaarnpalen, op aanplakborden op het Vrijthof, op het zeil van vrachtwagens. Bram geeft de fietsroute aan. Over de Kennedybrug, niet de oude Servaasbrug. Dan kom je vlak langs het junkenparkje en de rondhangende drugsverslaafden. Dat vond Tanja geen fijne plek. Bang uitgevallen is ze niet. In Schagen fietste ze vaak alleen van of naar het badminton, ook over onverlichte wegen in het donker. Thuis in de polder gebeurde nooit wat. De weg naar Gronsveld is een paar kilometer lang en slecht of niet verlicht. Studenten hadden er bij Tanja al op aangedrongen niet alleen te fietsen. Ze zal niemand hebben willen lastigvallen toen Bram ziek werd. Echt verlegen is Tanja niet, wel iemand die de kat uit de boom kijkt. Verder heel open en recht voor zijn raap. In haar herkent Corrie het meest van zichzelf. Gewoon een heerlijke meid, zegt ze.

Adrie gaat kijken bij de wegwerkzaamheden rond het Gouvernement. Hij praat met de vrachtwagenchauffeurs. Kijken ze goed voor ze een gat volstorten met kiezel, beton of asfalt? Nee, het is kiepen en wegwezen. Hij meldt dat bij de politie, die bij de uitvoerders aandringt op alertheid bij de werkzaamheden. Maar het zit de ouders niet lekker, het kan al te laat zijn. Zouden er geen bedrijven of instanties zijn, met voortschrijdende technieken, die nu wel tot op grote diepte kunnen meten, peilen of er iets ligt? Of wat er ligt?

Twee weken na de start wordt de zoektocht gestaakt en het onderzoek kleinschalig voortgezet. Er is geen enkele aanwijzing. Tanja’s vermissing krijgt geen aandacht bij Achter het Nieuws. Ondanks aandringen van de rechercheurs uit Maastricht, wil de NOS er niet aan. Tanja is 18, meerderjarig, ze kan uit vrije wil zijn verdwenen.

Gemiste kans

Dat, zegt Corrie, kan haar nog steeds boos maken. Hadden ze maar gelogen over haar leeftijd. Toen wisten ze niet hoe het werkte, nu zijn ze halve professionals tegen wil en dank. De vermissing was nog ‘vers’, dan telt ieder uur. Kansen om iemand terug te vinden, om erger te voorkomen, zijn hen zo ontnomen. Dat is een gemiste kans. Waarvan ze nooit zullen weten of die wel tot iets zou hebben geleid. Dat Tanja moedwillig is verdwenen, achten de ouders onmogelijk. Er is geen enkele reden, dat zou ze haar familie niet aandoen. De specialist vermissingen beaamt dat. Niet alleen de ouders, de hele familie en vriendenkring is gehoord, haar adressenboek uitgeplozen. Het beeld is consistent, Tanja is om onverklaarbare reden spoorloos. De politie gaat uit van een misdrijf. Een ongeluk – de Maas in gefietst bijvoorbeeld – is nooit uit te sluiten, maar de verwachting is, dat zij of haar fiets of boek dan inmiddels wel was aangetroffen.

Door de jaren heen komen honderden tips binnen bij de politie in Maastricht. De politie graaft onder meer in het Savelsbos, langs de Maas, onder een weg bij Centre Ceramique, in aanbouw op het moment van de verdwijning van Tanja. Er wordt gezocht in grotten, groeves, op de Sint Pietersberg, in de Maas. Helikopters, speurhonden, boten en duikers worden ingezet. TV wordt ingeschakeld: Deadline, Tros Vermist, Peter R. de Vries. Er wordt een beloning uitgeloofd.

Tanja wordt ‘gezien’ in Parijs, Lille, Marseille, op de Antillen, vlakbij Schagen. Recent nog in België. Een ‘ziener’ meende te weten dat Tanja leeft in België en twee kinderen heeft. Op de plek waar zijn gevoel hem heen leidde, maakte hij een foto van de vrouw in wie hij Tanja herkende en bracht die naar de politie. Corrie is meteen zeker: dit is Tanja niet. Tanja heeft bovendien donkere, diepblauwe ogen, geen bruine zoals op de door studenten gemaakte posters destijds werd vermeld. De politie spoort de vrouw in België toch op, om zeker te zijn. Dood spoor.

Wichelroedelopers, helderzienden, paragnosten en anderen die claimen contact met gene zijde te hebben, melden zich in overvloed. De tips, aanwijzingen en ingevingen zijn altijd vaag. Corrie en Adrie luisteren, ook al geloven ze er niet echt in. Als je niets hebt, hecht je aan iedere mogelijke aanwijzing. Ook de politie trekt ze – grotendeels – na. Adrie heeft ook spijt dat hij heeft geluisterd. Een ziener meent dat Tanja aan handen en voeten gebonden in de Maas is gegooid. Dat had hij liever nooit gehoord. Dàt maakt ook pijnlijk duidelijk waarom – ook goedbedoelde maar nergens op gebaseerde – suggesties van mensen die vrijwillig meedenken, een keerzijde hebben. De politie valt de ouders er liever niet mee lastig. Alleen serieuze zaken of zichtbare zoekacties worden hen gemeld. Maar goed ook, meent Corrie. Anders worden ze gek.

In 2012 wordt onder aanwijzing van een paragnost een fiets uit de Maas gevist. Niet die van Tanja, oordeelt de politie, ook al houden paragnost en een inmiddels oud-rechercheur daar om onduidelijke redenen wel aan vast. Framenummer en postcode die in de fiets waren gegraveerd, komen niet overeen. Maar kloppen die wel? Inmiddels slaat de twijfel toe, over alles, zegt Adrie. Controleren gaat niet meer. Via de buurman van wie hij de fiets kreeg, is de verkoper in Alkmaar destijds getraceerd. In zo’n dik boekwerk waar verkoop en bijzonderheden per fiets in staan, stonden die gegevens. Maar de man is inmiddels al lang overleden, zijn vrouw heeft de boekhouding weggedaan. Andere aanknopingspunten leveren niets op. Scepsis overheerst, succesvolle voorbeelden van ‘zieners’ zijn niet bekend. Niettemin voelt de politie de verplichting om niets te laten liggen, zegt Bob Willemsen, specialist vermissingen en cold cases van de politie in Limburg. Het gedicht dat Corrie twee jaar geleden schreef over haar verlangen naar Tanja, hangt op de werkkamer van de politieman. Dàt is zijn drijfveer om te blijven zoeken, verbanden te leggen met andere zaken, in de hoop de achterblijvers ooit duidelijkheid te kunnen geven.

Ik zie je ‘s morgens in de nevel
Soms je schaduw in de avondzon
Dan wilde ik dat we jou onze lieverd
Met beide handen pakken konden
Als ik dan goed luister, hoor ik je lach
Zo blijf je altijd om ons heen
Wij kunnen jou niet meer beschermen
Maar de heer laat jou ook niet alleen
We missen je zo maar we blijven hopen
Dat in mijn droom toch waarheid schuilt
Maar komt dan weer de kille morgen
Dan voelen we alleen ons hart dat huilt
Het huilt om jou, waar zou je wezen
Wie geeft ons antwoord, welk mens
Zal de rust weer in ons leven brengen
Want dat is onze grootste wens

Dutroux

Er wordt gekeken of de vermissing raakvlakken heeft met andere zaken. Zeker wanneer het seriemoordenaars, of vermeende seriemoordenaars, betreft. Marc Dutroux en Ronald Janssen in België, Michel Fourniret in Frankrijk, Egidius Schiffer in Duitsland. De ouders worden uitgenodigd door de politie in België om te komen kijken tussen de kleding en spullen die in de huizen van Marc Dutroux werden gevonden. Niets. Pas op de terugweg naar Schagen komt het besef. Ze hebben gestruind tussen sokken, shirts en onderbroeken van andere meisjes, op zoek naar een teken van Tanja. Adrie was ervan overtuigd dat Dutroux het was. Op een gegeven moment wil je als ouders zo graag een dader hebben, duidelijkheid. Je gaat iedereen verdenken. Zo ook Wim S. uit Geldrop. Hij wordt veroordeeld voor de moord op Rienja Shewpersadingh. De politie vermoedt dat hij meerdere moorden heeft gepleegd en brengt hem in verband met tal van vermissingen. Maar bewijs ontbreekt. Hij zou tegen een medegevangene hebben verklaard betrokken te zijn bij de verdwijning van Tanja. Opvallend is dat hij op een camping in Valkenburg verblijft ten tijde van Tanja’s vermissing. Eind jaren tachtig heeft de familie Groen er ook gekampeerd, mogelijk gelijktijdig met hem. S. geeft geen krimp. Adrie vraagt om een ontmoeting, hij wil hem zelf confronteren, vragen naar Tanja. Maar de politie wijst het af. Wim S. is inmiddels overleden. Zou hij geheimen hebben meegenomen in zijn graf?

De hoop flakkert weer op als in 2014 een wandelaar een menselijk bot vindt in een akker in Gronsveld. Onderzoek wijst uit dat het van een man is. Het bot is bovendien jaren ouder. Dat zijn zware momenten. Toch gaat het leven verder. Ook voor de andere kinderen in het gezin. Ze zijn een generatie verder. Opa en oma van kleinkinderen die al ouder zijn dan Tanja toen ze verdween. Ze fietsen graag. In de buitenlucht is het onderling praten over Tanja – het gemis, de frustraties, boosheid – anders. Makkelijker dan thuis op de bank. Boos is ze zeker zo nu en dan, zegt Corrie. Waarom zij? Maar evengoed, waarom zij niet? Het overkomt zo velen.

Herinneringen

Het boek dat Tanja’s medestudenten hebben gemaakt na haar vermissing komt op tafel. Verslagen van een ontgroeningsweek, herinneringen aan Tanja. Foto’s. Aan de biertafel, onder de modder. Tanja lacht. Ze heeft een geweldige tijd gehad. Dit is zo waardevol. Het vertelt hen een beetje over die laatste dagen van haar leven. Corrie wijst op een gedicht en vraagt het hardop voor te lezen. Over vriendschappen die ontstaan.

(...) We kenden elkaar en waren een geheel

En geen van ons allen was er een te veel

De groep is er, en toch is er wat

Want heel onverwacht, kwam er een gat

Een gat in de rij, daar waar Tanja stond

Een gat in de groep, waar Tanja een plek vond

We waren verbijsterd en stonden nog perplex

Net als de leden van heel Circumflex.

Dan is het stil. Adrie hoort het voor het eerst, hij heeft het boek niet kunnen lezen.

Althans niet in zijn geheel.

Te confronterend, te pijnlijk. Ook dit jaar wordt Tanja weer herdacht. En wordt een grote kaars aangestoken. De originele doopkaars is al lang opgebrand, dit is al de derde. En altijd staat er een bos witte rozen. Dit jaar 25, voor ieder jaar dat Tanja wordt gemist, eentje. De ouders weten dat aandacht tot nieuwe reacties leidt. Ze hopen dat er dan eindelijk een serieuze tip tussen zit. Zodat er geen 26ste roos nodig is.

Corrie had een droom. Dat was enkele dagen voordat Tanja naar Maastricht vertrok. Ze droomde dat Tanja verdween, lange tijd. Maar na een poos kwam ze uit een vliegtuig en zei: mam maak je geen zorgen. Ze heeft Tanja nooit over de droom verteld. Die zou ook gezegd hebben: mam doe niet zo gek.

Over eventuele tips kunt u mailen naar coldcase.limburg@politie.nl of bellen met 0900-8844 of 0800-7000 (anoniem).