Dit artikel is exclusief voor abonnees van De Limburger
Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

Vijftig jaar Rockwool: de kracht van ‘suikerspin’

Vijftig jaar Rockwool: de kracht van ‘suikerspin’

Afbeelding: Archief Rockwool

Vijftig jaar ‘rockscience’ in Roermond. Rockwool, ’s werelds grootste steenwolfabriek, viert feest. En betreedt met een aantal innovaties tal van nieuwe markten. Zodat de continuïteit van de onderneming ook de komende vijftig jaar lijkt gegarandeerd.

De ovens bij Rockwool in Roermond draaien volcontinu. Ze spuwen een schier onophoudelijke stroom van gesmolten gesteente. Een gloeiend hete massa die onder hoge druk door een spinner wordt weggeslingerd, waardoor de vloeistof stolt tot ragfijne draden.

Daarna worden er met behulp van bindmiddel in een verhardingsoven, dikke matrassen steenwol van gemaakt. Nieuwe grondstof voor inmiddels een grote variëteit aan producten.

We kennen de traditionele steenwolplaten van de thermische isolatie, de brandpreventie, de akoestische isolatie en van de teeltmatten in de kassentuinbouw. Maar ze hebben inmiddels meerdere trans­formaties ondergaan. Zo is er nu ook Rockfon (akoestische plafondafwerking), Rockpanel (afwerking buitengevels) en Rockzero (prefab-bouwsystemen). De nieuwste loot aan de stam is Rockflow, een watermanagementsysteem dat bij extreem zware regenbuien het water eerst buffert en daarna netjes, gedoseerd afvoert. Dit ter voorkoming van wateroverlast in bijvoorbeeld straten, op pleinen, in wijken en van overbelaste rioleringen.

"De basis van dit alles is en blijft steen”, benadrukt directeur Dick Snellenberg. Eerst ­diabaas en inmiddels basalt om precies te zijn. Vulkanisch stollings­gesteente uit het Sauerland en de Eifel. "Er zit zoveel kracht en waarde in die stenen. En ze zijn na een bewerking zo veelzijdig te gebruiken. Bovendien, ze zijn er in overvloed op deze planeet.”

Inscriptie
Afgelopen woensdag was het exact vijftig jaar geleden dat de Steenwolfabriek in Roermond werd geopend. Slechts een inscriptie op de zonnewijzer bij het hoofdkantoor – geschonken destijds door het personeel - die aan de precieze datum herinnert. Maar dat betekent niet dat het gouden jubileum ongemerkt voorbij gaat. Vandaag vieren de werknemers samen feest.

De geschiedenis van Rockwool in Roermond voert verder terug dan die halve eeuw. Naar de Rotterdamse firma Pelt & Hooykaas, die in 1891 een handel in bouwstoffen (natuursteen, keien, wegenbouw) was begonnen. Die ontfermde zich in 1928 over een berg van ruim 500 kiloton ijzerslakken bij Hoogovens in IJmuiden; een bijproduct van het ijzersmelten. Pelt & Hooykaas verwierven de rechten om dat ‘afval’ te granuleren en te gebruiken voor de verharding van fiets- en wandel­paden.

Enkele jaren later opperde de Hoogovendirectie het idee om van slak steenwol te maken. Zoals dat destijds reeds in tal van fabrieken in de Verenigde Staten gebeurde. Zo bouwde Pelt & Hooykaas in 1949 de Nederlandse Steenwolfabriek op het terrein van Hoogovens in IJmuiden en werden de producten verkocht onder de merknaam Lapinus. Voornamlijk bestemd voor de industrie; isolatie van buizen en als alternatief voor asbest.

"Het moet in die begintijd smerig werk zijn geweest”, vermoedt Dick Snellenberg. "Veel pionieren, veel testen en ovens die om de haverklap uit gingen. Er werkten in die begintijd zo’n veertig man.”

Het waren de Denen Hendriksen en Kähler, die ruim tien jaar eerder al naar Amerika waren gereisd, om daar voor 5000 dollar een licentie te kopen om in hun moederland steenwol te mogen produceren. Zo ontstond in 1937 Hedehusene de eerste steenwolfabriek van Rockwool in Europa.

Ook in Nederland werd de productie geleidelijk opgevoerd. In 1957 kwam Fabriek II gereed, Hoogovens nam een 40 procent belang in het bedrijf, dat inmiddels ook veel exporteerde. Omdat Hoogovens het terrein claimde voor eigen expansie, moest worden omgezien naar een andere locatie.

Ligging
Een nieuwe fabriek in Brabant of Limburg? Gelet op de afzetmarkt – Benelux, Duitsland, Noord-Frankrijk – viel de keuze al snel op Limburg. Temeer omdat de slak werd vervangen door diabaas uit de Eifel. De vestiging in toen nog Melick/Herkenbosch werd strategisch gekozen vanwege de directe ligging aan de spoorlijn IJzeren Rijn. Een belangrijke aanvoerroute van het gesteente vanuit Duitsland.

Het was in de tijd rond de laatste mijnsluitingen, dat er ook nog wat Rijkssubsidie kon worden opgehaald. Tegelijkertijd was het een stukje ‘vervangende’ werkgelegenheid voor de Beatrix-mijn in het nabijgelegen Vlodrop, die wel zowat klaar was, maar nooit in bedrijf is genomen.

"De verplaatsing van Rotterdam naar Limburg was een grote operatie”, put Dick Snellenberg uit de ­annalen. "Er is begonnen met 120 man en twee productielijnen.” Productie en handel tierden welig onder leiding van directeur Aat Kuijs. Maar er was ook concurrentie vanuit Denemarken. Van de ‘A/S Rockwool-vikingen’ die Europa in trokken.

‘Beter met elkaar samenwerken, dan elkaar tegenwerken’, was al snel het adagium. "De eerste samenwerkingsgesprekken dateerden al van 1971”, weet Snellenberg. "In ruil voor kennis en expertise, verkreeg Rockwool de helft van de aandelen. En zo is Rockwool Lapinus geboren.” In 1975 kwam de Roermondse fabriek geheel in handen van Rockwool.

Een schoorsteen van vijftig meter hoog, nieuwe lijnen. De fabriek expandeerde snel en werd groot. Van ooit een bescheiden 13.000 vierkante meter tot de circa veertig hectare van nu. "Het is wel altijd een echt ­familiebedrijf gebleven”, zegt Snellenberg, met inmiddels zelf 31 dienstjaren op de teller. "Veel aandacht voor mens, milieu en moeder aarde.”

Volcontinu
Vroeger bestond het proces veel uit handenarbeid. Tegenwoordig is de productie deels geautomatiseerd. In Roermond branden nog vier ovens volcontinu. "Steenwol is eigenlijk niet meer dan een gesponnen vezel met lucht erin”, verduidelijkt Dick Snellenberg. Maar daar kun je wel heel veel verschillende dingen mee doen. Waar het merendeel van de Rockwoolfabrieken ­wereldwijd vooral basisproducten (isolatie) maakt, daar onderscheidt Roermond zich met een groot aantal zogeheten specialtiesen met Rockpanel en de losse Lapinusvezel is men zelfs uniek.

Veel van die innovaties vinden hun oorsprong in Roermond. Directeur Snellenberg is er trots op. "We zijn de crisis relatief goed doorgekomen. Met name omdat we niet alleen afhankelijk zijn van nieuwbouw, maar ook veel producten hebben voor de renovatie van woningen en gebouwen. Daarnaast maken wij ook een substraat voor de glastuinbouw, maar leveren we ook veel producten aan de auto-industrie.”

Inmiddels is de productie weer opgeschaald van drie of vier ploegen de afgelopen jaren, naar vijf. "De laatste twee jaar draaien we weer als een tierelier met zo’n 1300 à 1400 medewerkers.” Rockwool was heel lang een van de grootste werkgevers in de regio. Deels door automatisering en verbeteringen aan de productielijnen, is dat contingent werknemers redelijk stabiel.

"Maar ook hier is de personeelskrapte voelbaar”, aldus Snellenberg. Reden ook waarom we met Gilde en Leeuwenborgh een eigen bedrijfsschool zijn gestart. Het wordt nog een hele uitdaging om de ruim 200 medewerkers die in de komende vijf jaar met hun welverdiende pensioen gaan, te vervangen.”

Boeien en binden. Een reeks van nieuwe producten biedt nieuwe kansen. Om ook de komende vijftig jaar weer met vertrouwen tegemoet te treden.