Dertigers schoppen het minder ver dan hun ouders

Print
Dertigers schoppen het minder ver dan hun ouders

Foto ter illustratie Afbeelding: iStock

De kans dat kinderen het qua baan en salaris beter verder schoppen dan hun ouders neemt af. De huidige generatie dertigers doet het zelfs minder dan hun vader en moeder, blijkt uit nieuw onderzoek van de Tilburgse universiteit en het ministerie van SZW in economenblad ESB.

De onderzoekers vergeleken de inkomens van ouders in 1985 met die van hun kinderen twintig jaar later. Ze deden dat eveneens voor het salaris van ouders in 1995 en dat van hun kinderen in 2015. Wat blijkt? Het aantal kinderen dat een hoger inkomen heeft dan hun ouders is tussen 2005 en 2015 gedaald van 54 naar 49 procent. Minder dan de helft van de kinderen doet het dus beter dan hun ouders.

Hoge inkomensmobiliteit
Een hoge inkomensmobiliteit tussen de generaties wordt gezien als teken voor een rechtvaardige(re) samenleving. Dat laat zien dat je het ook als kind uit een eenvoudig milieu het ver kan schoppen. De zogenaamde 'sociale verheffing' van de lagere klassen waar met name linkse partijen vaak op hameren.

Recent onderzoek toont aan dat het in de VS lastiger is voor kinderen om hun ouders te overtreffen. "Hoe zit dat met Nederland?" wilden de onderzoekers weten. "Is het nog steeds mogelijk om een kwartje te worden als je voor een dubbeltje bent geboren?

Impact
De conclusie luidt: ja, ook in Nederland neemt de mobiliteit af. De daling doet zich bovendien voor in alle klassen, niet enkel in kinderen van ouders met lage inkomens. Uiteraard heeft het verwerven van een hoger inkomen wel het meeste impact voor wie uit een gezin met weinig geld komt.

Belandde in 2005 nog 27 procent van de kinderen uit een laag inkomen gezin zelf ook in de laagste inkomensgroep, tien jaar later was dat gegroeid naar 33 procent.

De onderzoekers van Tilburg University, waaronder hoogleraar Daniël van Vuuren, en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben geen sluitende verklaring voor de afnemende mobiliteit. 

Economische situatie
Mogelijk valt het verschil te verklaren door de economische situatie op het moment van meten. De ouders in 1985 kampten met de naweeën van de economische crisis begin jaren '80. De werkloosheid lag toen met 8,2 procent beduidend hoger dan in 2005 (5,9 procent), het meetjaar voor hun kinderen.

Tegelijk was de werkloosheid bij de tweede gemeten groep ouders en kinderen vrijwel gelijk en is er dan nog steeds een daling. "Dit suggereert echter dat er sprake is van een structurele ontwikkeling."

Overheidsingrijpen
Het zou kunnen dat kinderen het minder snel beter doen dan hun ouders omdat het niveau in de vorige eeuw een tijd relatief hoog lag. Dit omdat kinderen uit lage inkomens in de 20e eeuw ineens gemakkelijk toegang kregen tot hoge scholen en universiteiten.

De economen adviseren daarom goed uit te zoeken wat de oorzaak is van de gedaalde inkomensmobiliteit tussen ouders en kinderen. Die "kan aanleiding geven tot overheidsingrijpen, bijvoorbeeld via aanpassing van de sociale zekerheids-instituties. Het is immers van maatschappelijk belang [...] om kinderen eerlijke kansen te geven met hun inkomen hun ouders te overtreffen."

Desalniettemin blijft de samenhang tussen het inkomen van kinderen en ouders in Nederland relatief klein. In landen als Frankrijk, de VS en Groot-Brittannië doet afkomst er veel meer toe dan hier.