'Er moet nu wat gebeuren om burn-outs bij jongeren tegen te gaan'

Print
'Er moet nu wat gebeuren om burn-outs bij jongeren tegen te gaan'

Foto ter illustratie. Afbeelding: Thinckstock

Geestelijke problemen bij jongeren worden onvoldoende herkend en daarmee niet goed voorkomen. Dit komt door een gebrek aan data. Dat stelt hoogleraar Marloes Kleinjan van de Universiteit Utrecht, die oproept tot meer onderzoek.

Kleinjan heeft zich als hoogleraar Mentale Gezondheidsbevordering Jeugd de afgelopen vijftien jaar verdiept in het onderwerp. Zij constateert dat doordat er te weinig kennis is over de geestelijke gezondheid van de jeugd de behandelingen tekort schieten. 

"Als je nu aan mij vraagt hoeveel jongeren in Nederland een depressie hebben, kan ik je dat antwoord niet geven," vertelt Kleinjan. "We missen hele belangrijke gegevens." Ze roept daarom op tot een studie naar de geestelijke gezondheid van de jeugd. Volgens de hoogleraar kunnen preventiemiddelen en behandelingen zo worden verbeterd. "Voor volwassenen zijn dergelijke onderzoeken er al, maar voor de jeugd nog niet."

Onderzoek
Er zit een belangrijk gat in de kennis over de gezondheid van de Nederlandse Jeugd, vindt Kleinjan. "Hoewel de adolescentie een cruciale periode is voor het ontstaan en de ontwikkeling van bijvoorbeeld depressie, hebben we hier juist geen goed beeld van." Het is daarom heel belangrijk dat er een stevige kennisbasis komt over de geestelijke gezondheid van de jeugd, vind Kleinjan. "Willen we het aantal jongeren met burn-out of depressie of het aantal suïcidegevallen naar beneden krijgen, dan moet er nu wat gebeuren."

Het aantal suïcidegevallen is de afgelopen jaren gestegen. Volgens de laatste cijfers van het CBS waren er vorig jaar 1917 zelfdodingen in Nederland. In 2010 waren dit er 1600.

Volgens Kleinjan is er niet genoeg zicht op het vóórkomen van geestelijke gezondheidsproblemen. "We weten niet goed welke preventiemiddelen worden gebruikt en waarom sommige wel werken en andere niet." Kleinjan acht het daarom van groot belang dat er een studie komt. "We moeten beter zicht krijgen op preventiemiddelen en kwetsbare groepen," vertelt Kleinjan. "Zo kunnen we preventiemiddelen en behandelingen beter aan laten sluiten en op maat maken voor ieder kind."

Er worden al wel eerste stappen genomen om dit te verwezenlijken. Kleinjan: "Ik ben momenteel in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en een aantal andere partijen om te verkennen welke mogelijke strategieën er zijn om mogelijke negatieve gevolgen van mentale druk bij kinderen en jongeren te verminderen.”

Europa
Het gebrek aan informatie over de gezondheid van jongeren speelt door heel Europa, zo concluderen 42 Kinderombudsmannen uit 34 verschillende Europese landen. Zij kwamen vandaag bijeen in Parijs voor hun jaarlijkse top. Zij zien dat het vooral dat het bij de behandeling van psychologische aandoeningen mis gaat. 

De kinderombudsmannen concluderen dat er te weinig data beschikbaar is en dat er geen duidelijk beeld is over hoe groot de psychologische problemen zijn. Verder is er een gebrek aan coördinatie tussen hulpverleners. Zij kunnen elkaar niet de juiste informatie geven. Opvoedondersteuning voor ouders is vaak niet beschikbaar of komt veel te laat. 

De Nederlandse kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer stelt dat deze problemen ook hier spelen. Met name de lange wachtlijsten in de jeugd-ggz zijn haar een doorn in het oog. "Kinderen zakken steeds dieper weg. De weg terug omhoog wordt moeilijker, de kans op volledig herstel kleiner."

Om psychische problemen bij kinderen en jongeren aan te pakken en te voorkomen, pleiten de Europese Kinderombudsmannen onder meer voor een nationale strategie voor kinderen en jongeren.