Politie mag vaker dna afnemen bij overleden mensen

Print
Politie mag vaker dna afnemen bij overleden mensen

Foto ter illustratie. Afbeelding: AD/Pixabay

De politie mag vaker dna afnemen bij overleden personen die verdacht worden van een misdrijf. Hierdoor kan worden voorkomen dat daders hun geheimen meenemen in het graf.

Na een jarenlange politieke discussie is er een doorbraak: het Openbaar Ministerie (OM) heeft de voorwaarden voor afname van dna bij overleden personen vastgelegd in een werkinstructie. Daarmee is voor de politie de weg geopend om deze methode makkelijker toe te passen.

Volgens het College van procureurs-generaal, de hoogste instantie van het OM, kan het afnemen van dna bij overledenen een doorbraak betekenen in onopgeloste zaken. "Dat kan belangrijk zijn voor slachtoffers en nabestaanden."

Overleden is niet vervolgd
Een vuurwapen, een bebloed mes of een briefje met wachtwoorden van kinderpornosites. Soms zijn er na iemands dood aanwijzingen dat een overleden persoon een ernstig misdrijf heeft begaan. Toch kan de politie niet zomaar dna afnemen. Dat is namelijk in strijd met een wetsartikel waarin staat dat overleden personen niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

Slechts in een enkel geval, bij voldoende verdenking, kan toch dna-onderzoek worden gedaan. Dat leidde in 2005 tot een doorbraak in het vastgelopen onderzoek naar de moord op Arthur Ghurahoo. De elfjarige jongen uit Utrecht was verkracht en vermoord, maar een dader werd niet gevonden. Tot de 54-jarige schooldirecteur Joop L. zich voor een trein wierp. Een druppel bloed bracht een match in de moordzaak van Ghurahoo en de verkrachting van een ander jongetje in 1983.

Zelfmoord
Na die doorbraak in 2005 pleitte de politie al voor ruimere toepassing van het middel. Zeker toen uit Deens onderzoek uit 2012 bleek dat bij mannen die zelfmoord plegen de kans twaalf keer groter is dat zij een misdrijf op hun geweten hebben dan bij niet-suïcideplegers. De politie wil daarom dna afnemen na elke zelfmoord, maar zover gaat de huidige instructie niet.

Volgens het College van procureurs-generaal moet de persoon bij leven verdacht zijn geweest, of moet na de dood die verdenking rijzen. "De inzet hiervan is mogelijk bij ernstige delicten zoals levens-, gewelds- of zedendelicten en kan mogelijk leiden tot een dna-match in de dna-databank.”