'Elke tatoeage heeft zijn eigen soundtrack'

Print
'Elke tatoeage heeft zijn eigen soundtrack'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Woensdagmiddag was ik in Tilburg. Daar zit mijn tatoeëerder. Op tattoogebied ben ik zeer monogaam: mijn tatoeëerder is voor mij de enige en de ware, al vele jaren.

Je hebt mensen die, bijvoorbeeld op reis, bij een andere tatoeëerder kunnen binnenlopen alsof ze even wisselen van zorgaanbieder. Ik kan dat niet. Ik zie heel veel tatoeages waarvan ik denk: die had mijn tatoeëerder veel beter gezet. Of vaker nog: die had hij niét gezet.

Woensdag moest ik terug, omdat een tattoo nog niet af was. De lijnen stonden, maar het schaduwwerk nog niet. Het was nog ongeveer een uur werk, zei hij de vorige keer. Dat is tatoeëerderstaal voor: nog een dikke twee uur werk. Maar mijn linkerkuit stond al ruim twee uur in brand.

Er resteert dan nog een optie: verdoven. Eén keer heb ik dat gedaan. Mijn tatoeëerder spoot er een spray op en na tien minuten had ik die wonderlijke ervaring die je ook bij de tandarts hebt na dat spuitje: je ziet dat iemand aan je staat te wrikken, je hersenen registreren het, maar je lijf voelt het niet meer.

Ik vroeg me af waarom ik hier niet vele sessies en jaren eerder om had gevraagd. ’s Avonds, al lang weer thuis, kreeg ik het antwoord: er stak alsnog een binnenbrand op in mijn huid, maar dan vele malen harder en heviger dan normaal. Het voelde als een straf: dit krijg je er dus van, wanneer je wel de beloning wilt, maar niet de ontberingen.

Dus liep ik een paar weken rond met lijnen zonder invulling: een kleurplaat op mijn been. Ik heb één keer eerder een tattoo niet in één keer afgemaakt, omdat hij simpelweg te groot was: ik liet mijn favoriete schilderij, Guernica van Picasso, op mijn rug zetten. Mijn tatoeëerder, afgestudeerd aan de Kunstacademie, was heel enthousiast, en zei erbij dat hij niet de geschiedenis wilde ingaan als die gast die een Picasso had verknald. Hij lachte wel net iets te hard na die opmerking. Ik ging op vakantie naar Thailand na de eerste sessie, met alleen de lijnen van die chaos van een huilende moeder, een paard in paniek en vluchtende mensen op mijn rug. In Thailand vonden ze het maar eng. Een masseuse vroeg of ik bij de maffia zat. Jaren later, toen hij al lang was ingekleurd, zei iemand in een sauna in Eindhoven: “Da’s wel een aparte. Heddege da zelf bedacht?”

Mijn tatoeëerder had woensdag een A Perfect Circle-dag: hij ging verder aan mijn been terwijl die band door zijn shop galmde. Elke tattoo heeft zijn eigen soundtrack. Om vier uur stond zijn volgende afspraak bij de balie. Het was een vrouw van mijn leeftijd, en haar dochter. Ze kwamen voor de dochter. Het leek haar eerste tattoo te worden. De tattoo waarvan veel mensen zich voornemen: hier blijft het bij, één is genoeg. Een voornemen dat iedere tatoeëerder glimlachend aanhoort. 

De vrouw was enthousiast, zo te zien bleef ze er bij tijdens de sessie. Een zeldzaamheid. Tattoos en moeders hebben vaak een moeilijke verhouding. Mijn moeder vond tattoos ook verschrikkelijk. Ze vond het zelfverminking: ging ik alsnog om zeep helpen wat zij zo puntgaaf op deze wereld had gezet.

Ik hoorde mijn tatoeëerder vragen van wat voor muziek het meisje hield, dan kon hij dat opzetten tijdens de sessie. Ze gaf het perfecte puberantwoord, terwijl ze haar schouders optrok: “Van alles.”