Fakkele met Sinte Merte

Print
Fakkele met Sinte Merte

Afbeelding: Antoine Bongers

Neer - Het verhaal van de heilige Martinus, bisschop van het Franse Tours zal bij de meeste mensen wel bekend zijn. Hij leefde in de vierde eeuw na Christus en was in zijn jonge jaren soldaat. Volgens de overlevering heeft Martinus ooit zijn soldatenmantel in tweeën gesneden om een verkleumde bedelaar te kleden. Na zijn diensttijd kwam hij in een droom tot het besef dat hij zich tot het Christendom moest bekeren.

Sint Martinus is vooral in Limburg een populaire heilige, patroonheilige van veel kerken en parochies, onder meer Neer. Het kerkelijke feest van St. Martinus wordt ieder jaar op 11 november gevierd. Op de avond vóór het feest wordt op veel plaatsen nog altijd het St. Maartensvuur ontstoken. Voor de kleinere jeugd altijd spannend, die grote brandende vuurstapel in het donker van de novemberavond.

 

Feestvuur

Tegenwoordig is de organisatie rond dit feestvuur goed geregeld en moet aan allerlei milieu- en veiligheidsvoorschriften worden voldaan.

Dat was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw wel anders. Van milieu- en brandweervoorschriften had nog nooit iemand gehoord. De jeugd zorgde zelf voor de brandstapel. Alles wat brandbaar was sleepte men bij elkaar om een zo groot mogelijke hoop te maken. Dat zorgde in de maand vóór Sint Merte vaak voor heel wat commotie in de dorpen. Er ontbrandde ieder jaar een verbeten strijd wie de grootste brandstapel had.

Weken vóór St. Merte begon men met het verzamelen van alles wat brandbaar was. Vooral dozen en verpakkingsmateriaal van winkeliers waren erg gewild. Daarbij probeerden dorpen elkaar de loef af te steken. Aan het milieu werd niet gedacht. Van zure regen en CO2 uitstoot had nog niemand gehoord. Vooral oude autobanden waren geliefd omdat ze lang brandden en voor mooie zwarte rook zorgden. Op de avond van Sint Merte trok de jeugd naar de brandstapel. Vooral het in brand steken was iedere keer weer een plechtig en spannend moment. Soms weigerde de hoop vlam te vatten, niet zo gek natuurlijk gezien het natte jaargetij in november. Een emmertje benzine, petroleum of zelf afgewerkte olie deed dan goede diensten.

 

Lampionnen

Tegenwoordig hebben de meeste kinderen een lampion mee als lichtje. Vroeger had de kleinste jeugd een uitgeholde biet met een kaarsje. Voor de oudere jeugd was dat natuurlijk niet ruig genoeg. Zij bonden een blok turf aan een stevige ijzerdraad, doopten de blok in de petroleum en legden de doordrenkte blok turf in het vuur. Als de turf goed brandde zwaaide men de blok turf steeds sneller rond, het zogenaamde fakkelen. Dat gaf prachtige vuurcirkels, zeker als een groepje met hun fakkels een eindje buiten de lichtcirkel van de brandende houtstapel ging staan. Dat daarbij nooit ernstige ongelukken zijn gebeurd, mag waarschijnlijk toegeschreven worden aan St. Martinus die op zijn feestdag zijn beschermende handen boven de jeugd hield. Sint Merte was en is nog steeds een mooie traditie die, zij het in aangepaste vorm, nog steeds in ere wordt gehouden.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →