Een afspraak voor een nieuwe poes

Print
Een afspraak voor een nieuwe poes

Afbeelding: Peter Schols

BLOG - "Ga je eigenlijk nog iets aan die neus laten doen?”, vraagt de oude bekende. Na een gesprek over koetjes en kalfjes weet ik ineens weer waarom dit serpent een oude bekende is. En moet blijven.

Ik wil de sigaret die tussen haar vingers rust op haar neus uitdrukken. Uiteraard nadat ik eerst haar perfect gemanicuurde nagels heb bewerkt. Toch doe ik het niet.

„Hè, hoe bedoel je?”, hoor ik mezelf zeggen. „Dat heb ik vorig jaar toch al laten doen?” Serpent krijgt blosjes op haar wangen en valt even stil. „Heb je dat al laten doen?”, zegt ze, zichtbaar teleurgesteld in het eindresultaat. Nu moet ik doorpakken. Ik kijk haar strak aan en trek mijn wenkbrauwen omhoog. „Ja”, zeg ik vastberaden. „Vind je het niet mooi dan? Hij is een stuk kleiner.” Serpent is nu voorrood. De kleur vloekt met haar donkergroene jas. „Ehh ja”, stamelt ze. Ze slikt, slaat haar ogen neer en zegt dan dat ze het mooi vindt. Ik onderdruk een dansje, maar kan niet voorkomen dat er rimpels om mijn mond verschijnen. Haar gestamel is als botox voor mijn zelfvertrouwen. De twijfels die ik had over deze aanpak, dit koekje van eigen deeg, zijn gladgestreken.

Ik geniet. Ik geniet van haar leugen en haar rode toet. Ik geniet dat het me niks meer doet. En dat voelt heerlijk. Vroeger had ik het lef niet. En dat weet serpent. Zij kent me als een onzeker meisje; een meid die wilde opgaan in de menigte. Helaas bleek dit gezien mijn lengte (heel lang), mijn haren (rood) en mijn neus (groot) lastig. Ik viel op en dat viel zwaar. Want alleen zelfverzekerde pubers willen opvallen. En dat was ik niet.

Nu sta ik in een steegje tegenover een geest uit mijn verleden. Een geest die me aan het wankelen probeert te brengen, maar daarin faalt. Ik ben niet meer het onzekere meisje van vroeger en heb mijn imperfecties omarmd. Ik zal nooit iets laten doen aan mijn neus. Nooit. Die neus maakt mij uniek en laat zien dat ik een dochter van mijn moeder ben. En juist op haar wil ik lijken. Want uitgerekend zij gaf me vroeger zelfvertrouwen. Mijn moeder vertelde dat ze me mooi vond tot ze geen stem meer overhad.

Serpent heeft een mooi gezicht. Zonder oneffenheden en met een perfect gebit. Het is een gezicht dat ik al vaker heb gezien en ik niet snel zal onthouden. Dit in tegenstelling tot dit moment. Haar twijfelende houding, het ongemak en haar rode gezicht, ik zal het niet vergeten. Ik laat de oude bekende nog even bungelen, decoreer mijn leugentje met nog wat details en taai dan af. „Sorry, maar ik moet nu écht weg”, zeg ik. „Waar ga je heen?”, vraagt ze, een beetje verbaasd over het plotselinge einde van het gesprek. „Ik heb een afspraak voor een nieuwe poes”, floep ik eruit.  Zonder omkijken vervolg ik mijn weg. Ik voel me onoverwinnelijk.