“Het is alweer zover”, zeiden vader en moeder Pleunis

Print
“Het is alweer zover”, zeiden vader en moeder Pleunis

Een familiefoto van het gezin Pleunis uit 1963, met rechts achter moeder Pleunis dochter Mia. Afbeelding: Familie Pleunis

Stramproy / Midden-Limburg -

Grote gezinnen waren vroeger eerder regel dan uitzondering. Maar 16 kinderen? Dat is wel héél uitzonderlijk. In gesprek met Mia Palmen-Pleunis (79), het oudste kind uit het kroostrijke gezin Pleunis. ‘Dat ging vroeger vanzelf.”

“Ton, Thei, Jac, de tweeling Toos en Truus, de tweeling Piet en Lies, Cor, Ann, Jeanne, Leen, Jan, Harrie, Lidwien en Tjeu. Heb ik ze nou allemaal” Mia Palmen-Pleunis moet lachen als ze de namen van haar broers en zussen opsomt. “Zóveel kinderen? Ach, dat ging vroeger vanzelf.” Vader en moeder Pleunis trouwden in 1938 en bouwden een grote boerderij net buiten Stramproy, waar in 1939 Mia als eerste kind het levenslicht zag. De daaropvolgende jaren kwam er bijna elk jaar gezinsuitbreiding bij. “Het is alweer zover”, zeiden de gelukkige ouders dan. Als oudste -na haar volgden eerst drie broertjes- kreeg Mia al snel zorgtaken toebedeeld. “Op je broertjes en zusjes passen hoorde erbij. En na school werken op de boerderij. Bieten schrappen, stro hakselen, enzovoorts. Opgroeien in zo’n groot gezin was plezierig. We speelden altijd samen -‘jullie zijn met genoeg’, zei pap- en op de boerderij viel er altijd wel wat te beleven. Bij het eten was er wel eens plaatsgebrek, er zaten kinderen aan tafel en op de bank. Klagen? ‘Als je later in de hemel zoveel plaats hebt, mag je blij zijn’, luidde het dan. Samen afwassen, óók de jongens, waarbij een ‘österke’, oftewel de rozenkrans werd gebeden. Op de slaapkamers stonden twee bedden, de kleintjes sliepen overdwars, om plaats uit te sparen. Moeder was een sterke, kordate vrouw en als vader naar je keek, wist je hoe laat het was. Er werd geluisterd. Klappen vielen er niet, hooguit moest je voor straf op je knieën zitten of werd je naar het kolenhok verbannen. Bovendien hadden we een ‘dienstmaagd’ in huis om uit te helpen en alles in goede banen te leiden. Armoede hebben we nooit gekend, al het eten kwam immers van de boerderij. Karig was het wel. Verjaardagen? Daar deden we niet aan. Als je geluk had, kreeg je een pepermuntje. Ook Sinterklaas werd sober gevierd. Je kreeg een autootje, een poppetje, een paar sokken of een muts. Maar we zijn opgegroeid in een harmonieus gezin.”

Kippenhok

Als oudste kind ging Mia als eerste het huis uit. “Pap kon ons niet veel meegeven toen ik trouwde. We kregen een lapje grond, half van m’n vader, half van m’n schoonvader, en hebben vijf jaar in een kippenhok geleefd, waar een woongedeelte was ingericht. Later konden we een huis bouwen”, vertelt Mia. Het gezin Pleunis kreeg ook te maken met tegenslag. “Twee broers zijn op jonge leeftijd, 39 en 49 jaar, overleden. Dat werd min of meer aanvaard. ‘Het is wat het is’, klonk het dan. Na de begrafenis ging het leven weer verder. We praatten veel met elkaar, dat maakte het mogelijk makkelijker om het verlies te verwerken.”

1000 jaar

De nog levende kinderen van het gezin Pleunis onderhouden sinds jaar en dag een warm contact. Verjaardagen en Nieuwjaar gaan niet onopgemerkt voorbij en de broers en zussen gaan elk jaar samen een paar dagen naar Duitsland of de Ardennen. “Zonder aanhang”, verduidelijkt Mia. “Anders wordt het wel érg druk, zeker nu de familie nog altijd wordt uitgebreid met kleinkinderen.” Zaterdag 15 december vieren de broers en zussen Pleunis dat ze samen 1000 jaar oud zijn. “We komen dan bij elkaar voor het maken van een foto, gaan familiefilmpjes kijken en samen uit eten. Dat volstaat”, aldus Mia, moeder van vier kinderen. “Een huis vol met ‘wichter’ is mooi, maar vier kinderen vond ik zelf wel genoeg.”

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje