Parkstad

Communisten in de Mijnstreek

Print
Communisten in de Mijnstreek

Frits Dragstra in jonge jaren. Afbeelding: Archief Martin van der Weerden

Zuid-Limburg / Kerkrade / Eygelshoven / Brunssum / Landgraaf / Schaesberg / Nieuwenhagen / Rimburg / Heerlen / Hoensbroek -

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er in de Mijnstreek ruime belangstelling voor het communisme. Tien jaar later was de liefde over.

Vanwege hun stevige rol in het verzet tegen de Duitse bezetting was er omstreeks 1945 veel waardering voor de communisten. In Italië werd dit in films verpersoonlijkt door de rode burgemeester Pepone, tegenspeler van Don Camillo. In Nederland haalden de communisten 11 procent van de stemmen bij de verkiezingen van 1946. In de Limburgse Mijnstreek speelde de uit Amsterdam afkomstige Wim van Ekster een opvallende rol. Vanuit een onderduikadres in Treebeek vormde hij een goed georganiseerde verzetsgroep rond het blad “Glück Auf! Orgaan voor vrijheidsstrijders in Zuid Limburg”. Hij zocht daarbij nadrukkelijk de samenwerking met niet-communisten. Zijn ideaal voor na de oorlog was een onverdeelde mijnwerkersvakbond voor iedereen, van katholieken tot communisten. Met de oprichting van de Algemene Bond van Werkers in het Mijnbedrijf (ABWM) op 23 september 1944, zes dagen na de bevrijding van Heerlen, leek zijn ideaal uit te komen. Zeer veel mijnwerkers werden lid; in Hoensbroek telde men al bijna duizend leden. Zelfs de directie van de Staatsmijnen ging met de nieuwe bond in gesprek.

Ruim tien jaar later was, met dank aan de Koude Oorlog, van sympathie voor de communisten niet veel meer te merken. In 1956 uitte een anticommunistische meute op weinig verheffende wijze haar woede over het neerslaan van de Hongaarse Opstand, door bij het communistische gemeenteraadslid Frits Dragstra de ruiten in te gooien. Dat mevrouw Dragstra met haar kleine kinderen alleen thuis was, omdat Frits die avond in de gemeenteraad was, deerde de relschoppers niet.

Met dank aan Sjef Maas en Wil Klaassen.