Kabinet pakt uit om digibeet achter computer te krijgen

Print
Kabinet pakt uit om digibeet achter computer te krijgen

Afbeelding: iStock

Het kabinet schiet Nederlanders te hulp die moeite hebben met smartphones en tablets. Zo komen er meer computercursussen en wordt de ouderenzorg ingeschakeld om digibeten aan het internetten te krijgen.

Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders vinden het moeilijk om te werken met digitale apparaten, zoals een computer, smartphone of tablet. ,,Iedereen kent wel zo iemand”, vertelt Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Zijn ministerie trekt vanaf 2019 ruim vijf miljoen euro per jaar uit om mensen digitaal vaardiger te maken. Dat is vijf keer meer dan nu aan dat doel wordt gespendeerd.

Gewone mensen
,,Je ziet vaak niet aan mensen dat ze moeite hebben met internet of digitale apparaten”, zegt Knops. ,,Het zijn gewone mensen. Die soms laaggeletterd zijn, maar vaak ook niet. Mijn eigen moeder is naar het gymnasium geweest, maar zij gebruikt geen smartphone of computer. Daar heeft ze geen behoefte aan. Toch kunnen mensen veel baat hebben bij digitale technieken.”

Het kabinet wil dat niemand achterblijft. Zo gebruiken de meeste scholen in Nederland tegenwoordig apps om ouders informatie te geven over hun kinderen, bijvoorbeeld over hoe laat ze hun kroost kunnen ophalen. Mensen die geen smartphone hebben, missen die informatie.

De Nationale Ombudsman klaagde vorig jaar dat de overheid er te gemakkelijk vanuit gaat dat iedereen over vaardigheden beschikt om digitale ontwikkelingen, zoals de berichtenbox van MijnOverheid, te volgen. Niet elke Nederlander kan met deze digitalisering uit de voeten en er is nauwelijks hulp voor deze mensen, aldus de Ombudsman.

Blauwe envelop
Volgens Knops is het zijn verantwoordelijkheid om iedereen mee te laten doen. ,,Dat betekent dat wij niet zomaar kunnen besluiten om de blauwe envelop af te schaffen. Nederland telt ruim 1 miljoen inwoners die nooit internet hebben gebruikt. Een deel daarvan zal dat ook nooit meer doen. We willen niemand dwingen.”


Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, wil digibeten helpen om te gaan met een computer, tablet of smartphone. © ANP

Maar een groot deel van de digibeten moet wél ondersteund worden bij de toenemende digitalisering, stelt de staatssecretaris. Dat gebeurt onder meer door een interne overheidscampagne om communicatie van de overheid toegankelijker en leesbaarder te maken. Ook breidt het kabinet het bestaande programma ‘Tel mee met Taal’ uit. Dat is nu alleen gericht op laaggeletterden, maar moet straks ook digibeten bereiken.

,,Sommige mensen schamen zich om hulp te vragen”, zegt Knops. ,,Die personen kunnen prima lezen en schrijven, maar vinden het wél eng om achter een computer te gaan zitten en op een toets te drukken. Als iemand uit hun omgeving hen zou helpen – denk aan een kleinkind of een buurman – wordt de drempel lager. Daarom komt er ook een publiekscampagne om dit probleem onder de aandacht te brengen.”

Verrijking
Knops bejubelt het Overijsselse initiatief ‘Dag en Doen’, dat ouderen via een tablet de mogelijkheid geeft om eenvoudig te chatten en zich in te schrijven voor activiteiten in het dorp. ,,Ouderen die nog nooit een computer hebben gebruikt, verbazen zich vaak over het gemak van een tablet. Eerst gebruiken ze één of twee apps, daarna worden het er steeds meer. Zo zie je dat zo’n tablet een verrijking van het leven kan zijn.”

Verpleeghuizen en thuiszorginstanties worden straks ingeschakeld om ouderen te helpen. ,,Niet iedereen gaat naar de bibliotheek voor een cursus”, zegt Knops. ,,Om verschillende mensen te bereiken, moeten we met verschillende organisaties samenwerken. Met de ouderenzorg. Maar ook met bedrijven, zoals banken.”

Jip-en-janneketaal
Knops maakt zijn plannen bekend in een brief aan de Tweede Kamer die van a tot z in begrijpelijke ‘jip-en-janneketaal’ is geschreven. Knops: ,,Daarvoor hebben we speciale taalambassadeurs ingezet. Eigenlijk zou dit soort begrijpelijke Kamerbrieven de norm moeten worden. Maar het is heel moeilijk om simpel te schrijven. Daar kunnen wij zelf ook nog wat van leren.”