'Toen Bruce Springsteen het Onze Vader inzette, viel alles op zijn plek'

Print
'Toen Bruce Springsteen het Onze Vader inzette, viel alles op zijn plek'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Columnist Leon Verdonschot schrijft over wat hij meemaakt, ziet en observeert tussen Amsterdam en Maastricht. Het goede leven met een vleugje rock-’n-roll.

Mijn muziekliefde begon toen mijn buurman Jack me op mijn tiende meenam naar Little Steven and the Disciples of Soul in de Hanenhof, recht tegenover onze flat aan de Markt in Geleen. Ik herinner me de zenuwachtige, opgewonden kriebels die ik toen vooraf voelde nog heel precies. Mijn hele leven hoop ik al dat dat gevoel nooit helemaal verdwijnt, dat niet alles went of normaal wordt.

Afgelopen donderdag voelde ik precies die kriebels, toen ik plaatsnam in een van de 975 stoelen van het Walter Kerr Theatre op Broadway. Mijn vrienden en vriendin hadden me voor mijn verjaardag een pop van Bruce Springsteen gegeven, die meer leek op een mislukte Madame Tussauds-versie van René Shuman. Met de beste wil van de wereld kon ik niet acteren dat ik er blij mee was, maar gelukkig hoefde dat ook niet: het bleek de verpakking van het échte cadeau – twee kaartjes voor de theatershow van Springsteen op Broadway. Maanden waren ze er mee bezig geweest, allemaal hadden ze me voorgelogen, en ik had niets doorgehad. Het kan betekenen dat ik grenzeloos naïef ben, of blind vertrouw op mijn dierbaren. Ik ga maar uit van het tweede, al kan dat het bewijs zijn van het eerste.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik me realiseer dat ik mijn leven lang al surrogaatvaders zoek, bij gebrek aan een echte. Sommigen woonden gewoon naast me, zoals buurman Jack. Anderen woonden in New Jersey en zongen me toe vanaf hun albums. Het is alleen voor mensen die zelf ook heel erg van muziek of literatuur houden te bevatten hoe een zanger of schrijver kan aanvoelen als een vriend of vaderfiguur. Mensen die niet heel erg van muziek of literatuur houden, vinden dat al snel pathetisch – misschien voel ik daarom altijd afstand tot die mensen.

Maar dat ik nu op Broadway naar Springsteen zat te luisteren en de tranen onophoudelijk over mijn wangen stroomden, lag niet alleen aan zijn liedjes, of aan het besef dankzij wie ik in dit theater zat. Het kwam op toen hij aan zijn piano vertelde hoe het geheugen van zijn moeder steeds slechter wordt, maar ze tot zijn vreugde nog steeds houdt van dansen. Toen hij later in de show vertelde dat hij terug was gegaan naar de buurt waar hij was opgegroeid en zag dat de oude boom die die buurt bij elkaar hield was omgekapt, een verhaal dat hij hier al het hele jaar avond aan avond had verteld, schoot hij opeens zelf vol toen hij zei hoe hij zijn vader mist, hoe hij wilde dat hij deze show had kunnen zien, hoe hij zijn overleden vrienden en vader levend probeert te houden door aan ze te denken, over ze te praten, over ze te zingen. Hoe hij hoopte hun aanwezigheid weer te voelen, als het ooit zijn eigen tijd was. En Bruce, ook opgevoed als katholiek, zette het Onze Vader in.

Opeens viel het op zijn plek. De man die mij al mijn hele leven stay hard, stay hungry, stay alive voorhoudt, de man die zojuist samen met zijn vrouw stond te zingen en zo verliefd naar haar keek als ik op mijn 69ste ook nog naar mijn vriendin wil kijken, de man die ik tegen beter weten in onsterfelijk heb gemaakt, die stond hier op het podium zijn testament op te maken.

Toen ik naar buiten liep, wist ik dat ik Jack een selfie zou hebben gestuurd en mijn moeder zou hebben gebeld – als ze er nog waren geweest. Zo stuurde Bruce Springsteen me de nacht in. Niet met levenslust, maar met een diep besef van eindigheid en betekenis. Niet met kriebels in mijn buik, maar met een steen.