'Als ik ergens een punt van maak, wordt het een olievlek'

Print
'Als ik ergens een punt van maak, wordt het een olievlek'

Afbeelding: Peter Schols

BLOG - Ik krijg een appje van mijn moeder. Of ik nog wensen heb voor mijn verjaardag. Het hele focking jaar heb ik wensen, maar in december zijn ze op.

Ik stuur terug dat ik in ieder geval niets voor in huis wil. Daarin investeren is zinloos, aangezien het huis volgend jaar tegen de vlakte gaat en we een nieuw gaan bouwen. De enige uitzondering is een hond. Een Australische herder. Springerig en met een vacht als een kleurenpalet. Het is mijn grootste wens. Als ik zou moeten kiezen tussen een vaatwasmachine en een hond, zou ik de hond nemen. Dan maar een week eten van dezelfde teljoor. Moet een hond ook.

Mijn moeder houdt van honden. Toch vindt ze het geen goed idee. Of ze dat zegt omdat ik dat van die teljoor meen of omdat ik hun blaffer ooit bij de slager ben vergeten (er bestaat slechtere plekken om een hond te vergeten), weet ik niet. Ik besluit iets anders te bedenken.

Vier dagen later app ik mijn moeder terug. Een cadeaubon van een elektronicazaak kan altijd. Helaas, ik vang bot. Ze heeft al een cadeau. Ik vrees met grote vrezen. De vorige keer dat mijn moeder een cadeau verzon, kreeg ik een wafelijzer. Dat ik een identiek exemplaar al twee jaar ongebruikt in de kast had liggen, wist ze niet.

Een dag vóór mijn verjaardag komt mijn moeder spontaan langs. Ze heeft het cadeau al bij zich. Het staat beneden in de gang. Ik huiver en loop richting de gang. Voorzichtig doe ik de deur open. Het is geen hond. Het is geen wafelijzer. Het zijn twee moeilijk te doden kamerplanten. „Voor in die lege potten voor het raam. Het is zo ongezellig hier. Ik dacht dat je dat wel leuk zou vinden.”

De meeste mensen zeggen dankjewel als ze een cadeau krijgen. Een klein percentage voegt er nog wat superlatieven aan toe. Dan heb je ook nog die huichelaars die hun dankbaarheid tonen en hun cadeau de volgende dag op Marktplaats pleuren. Mijn reactie was vrij uniek. In ieder geval voor iemand van 29. Het ‘En wat zeg je dan?’, waar mijn moeder vroeger zo geoefend in was, werd niet beantwoord. Ik was furieus. „Wat moet ik in godesnaam met vredeslelies?”, spuugde ik uit. „Wat een ontzettend zinloos cadeau. Ik heb je nog zo gezegd dat je niets voor in huis moet kopen!” En daar bleef het niet bij. Mijn moeder weet het en ik weet het ook: als ik ergens een punt van maak, wordt het een olievlek.

Het beetje gezelligheid in huis sloop via de achterdeur naar buiten. Mijn moeder was gekwetst. Terwijl ik mijn moeder en de vredeslelies weg zie rijden, schakel ik mijn hulplijnen in. Was ik echt zo’n ondankbaar wicht, zoals mijn moeder zei? Ja, zei de vriend beslist. Al vond hij het vooral leuk dat hij mijn bijnaam ‘heks’ weer eens kon gebruiken. Ik probeerde het bij mijn vader, de pief die mij leerde eerlijk te zijn. Ook hij zei dat ik verkeerd zat. Ook al was het geen handig cadeau, ik mocht mijn moeder het plezier van het geven niet ontnemen.

Een dag later vier ik mijn verjaardag. Mijn moeder accepteert de wiedergutmachungsschitzel en ik staar naar mijn pakketje. Het blijkt geen bon van een elektronicazaak, geen wafelijzer en geen hond. Het blijkt een schoenendoos. Een lege. Ik ben bang dat ik er niets voor krijg op Marktplaats.
 

Wil je niets missen van L-magazine?

Volg ons dan ook op Facebook en Instagram!