Dertien stellingen voor Verstappen: ‘Ik weet wie echt om mij geeft, als persoon’

Print
Dertien stellingen voor Verstappen: ‘Ik weet wie echt om mij geeft, als persoon’

Afbeelding: ANP

Winst in Oostenrijk en Mexico, elf podium­plekken, vierde in de WK-stand en veel commotie na een duwtje aan een concurrent. Max Verstappen (21) zette in 2018 na een matig begin met veel kritiek weer een stap voorwaarts in de Formule 1. De F1-coureur kijkt terug aan de hand van stellingen.

Dit was mijn beste seizoen in de Formule 1. Max Verstappen: ,,Ja. Weer beter dan vorig jaar. En vorig jaar was al beter dan het jaar daarvoor. Het wordt gewoon steeds beter. Niet eens per se qua resultaat, maar dan kijk ik puur naar gevoel en snelheid. Resultaat zegt me niet altijd alles. Vorig jaar had ik bijvoorbeeld minder podiumplaatsen dan in 2016, maar ik vond wél dat ik beter was. Soms moet je niet alleen naar resultaat kijken. Daar lees ik het niet alleen aan af.’’

En tegelijkertijd heb ik er nog niet het maximale uit gehaald. ,,De eerste zes races natuurlijk niet, nee. Maar de rest van het seizoen soms wel méér dan maximaal. Die ommekeer na dat eerste deel, dat was gewoon noodzakelijk. Of dat mijn grootste verdienste van dit seizoen was? Nee, nee. Ik vond het niet wonderbaarlijk of zo. Het moést gewoon. Die eerste zes races, ik had het liever anders gezien natuurlijk. Maar het zal wel ergens goed voor zijn geweest. Voor mezelf, om beter te worden. Nóg beter. Het groeiproces, ja. Dat hoop ik wel.’’

In die auto van Hamilton was ik ook wereld­kampioen geworden. ,,Ja. Ja, absoluut... De meeste coureurs waren wel wereldkampioen in die auto geworden. Vooral als je een teamgenoot (Valtteri Bottas, van wie Verstappen geen groot bewonderaar is, red.) naast je hebt die niet zo snel is. Als je teamgenoot er zo vaak zo ver achter rijdt, is het wel heel makkelijk om de punten bij elkaar te rapen. Ik had natuurlijk Daniel Ricciardo veel dichter op mij zitten. Dan moét je echt wel voor je punten vechten. Daar bij Mercedes was het een heel ander verhaal. Hamilton vocht natuurlijk wel tegen Ferrari, moest altijd gewoon scherp blijven. Maar ik denk soms wel eens: hoe minder je teamgenoot is, hoe relaxter je zelf kunt rijden. En dan weet je ook dat het team volledig op jou is ingesteld. Dat maakt je alleen maar sneller.’’

Ik heb dit jaar geleerd dat het in deze wereld van snelheid soms goed is om iets minder gehaast te handelen. ,,Mwah, minder gehaast... Niet het goede woord. Ik wilde gewoon te graag een resultaat, die eerste wedstrijden. Dat was niet eens gehaast handelen. Ik was gewoon te, eh... Hoe zeg je dat? Te eager. Te gretig, niet te gehaast. Bijvoorbeeld in Sjanghai, daar had ik misschien een ronde kunnen wachten om Lewis in te ­halen. Maar ik wilde er in die ene bocht voorbij. Ik dacht: daar gaat het wel. Duwt hij me een beetje van de baan af, verlies ik mijn plek aan Daniel. Dan komt het allemaal niet uit, dat soort dingen waren het vaak. Misschien als we die race nu nog eens zouden doen, dat ik een andere plek zou kiezen om in te halen. Maar achteraf, hè... Dat is héél makkelijk praten, altijd.’’

Ik baal er stiekem toch een beetje van dat ik na vier jaar nog steeds geen poleposition achter mijn naam heb staan. ,,Nee... Nee, niet per se. Hoe goed je het ook doet op zaterdag, uiteindelijk geeft het je he-le-maal niks dat je vooraan mag starten op zondag. Dat bleek ook wel uit mijn eerste races. Zo’n pole veroveren, daarbij ligt het er ook maar heel erg aan hoe goed je materiaal is. Meer nog dan op zondag ben je daar heel erg afhankelijk van hoe goed je auto is.’’

Zo’n duw als ik aan Esteban Ocon gaf in Brazilië, dat zal ik in de toekomst nooit meer doen. ,,Eh... Daar ben ik het niet mee eens. Kom, een duwtje, waar hebben we het nog over? Hoe vaak dat in andere sporten niet gebeurt. Dat de een de ander naar de keel grijpt en daar dan een gele kaart voor krijgt (Verstappen kreeg een taakstraf van auto­sport­federatie FIA, red.). Ik vind het wel redelijk streng, hoor. Het waren niet eens de emoties, ik vond het een heel rustige reactie van mijn kant. Van heel veel mensen kreeg ik te ­horen dat ik hem op zijn bakkes had moeten slaan. En ik had hem ook net zo makkelijk een klap kunnen geven, maar dat heb ik niet gedaan. Voor mezelf was ik super rustig, maar ik wilde wel even verhaal halen, zo van: wat deed jij nou? Toen begon hij me een beetje uit te lachen. En als je net die wedstrijd hebt verloren, dan vind ik dat een heel ongepaste reactie. Dus duwde ik hem van: waar ben jij mee bezig? Begon hij meteen te schreeuwen van ‘haal de camera’s erbij’. En hij zei ‘duw me dan, duw me dan’. Ja, dan houd ik natuurlijk niet in. Mij maakt die camera niks uit. Ja, dan vind ik dat een heel normale reactie.’’

Al die kritiek, het motiveert me alleen maar. ,,Nou, het demotiveert zeker niet. Het is niet dat ik er van wakker lig of er slechter van ga rijden. Nee... Ik vind het mooi als het daarna wél goed gaat, en dat alle critici dan fout zitten. Dáár geniet ik van.’’

Ik heb genoeg mensen in mijn omgeving die me een spiegel voorhouden. ,,Ja. Gelukkig is dat niet echt nodig geweest. Maar ik heb wel altijd mensen om me heen van wie ik weet dat ze altijd de beste bedoelingen met me hebben. Vooral mijn vader. En Raymond (manager Vermeulen, red.) ook. Mijn moeder is daarin minder belangrijk, maar ze blijft natuurlijk altijd mijn moeder, ze heeft altijd de beste bedoelingen. Het is alleen niet dat ik met haar in gesprek ga over hoe een seizoen verloopt. Mijn vriendin? Nee, met haar praat ik niet zo heel veel over Formule 1. Natuurlijk heb je er wel eens gesprekken over. Maar ik vind dat meer iets voor mijn vader, die me altijd heeft bijgestaan. Die weet hoe ik van jongs af aan alles heb aangepakt.’’

Ik ga mijn teamgenoot Daniel Ricciardo, die naar Renault vertrekt, nog missen, volgend jaar. ,,Mwah, niet persoonlijk missen. Het was leuk en gezellig om hem als teamgenoot te hebben. Ik denk dat het niet vaak voorkomt dat je zo’n goede relatie hebt met iemand. Misschien komt het wel nooit meer voor, inderdaad. Maar missen? Ik denk eerder dat Daniel gaat missen wat hij hier had.’’

Dertien stellingen voor Verstappen: ‘Ik weet wie echt om mij geeft, als persoon’
Foto: AFP

Voor een jongen van 21 jaar verdien ik best wel belachelijk veel geld (naar verluidt tientallen miljoenen per jaar). ,,Ja, nou ja... Weet je wat het is? Het is zeker heel veel geld, ja. Maar het is alleen maar mooi, want dat betekent dat we het gewoon heel goed doen. Anders kom je niet in die positie terecht. Of ik gekke dingen doe met geld? Nee, nee. Ik spaar, absoluut. Maar om het gewoon op mijn bankrekening te zetten, daar heb je niet zo veel aan. Ik ben altijd wel met dingen bezig. Ik vind auto’s ook mooi, maar ik ga niet zomaar een auto kopen waarvan ik weet dat-ie straks niks meer waard is. Dat houd ik altijd wel in mijn achterhoofd.’’

Ik heb een vriendin, maar moet als populaire F1-coureur soms de vrouwen van me afslaan. ,,Weet je, ik ben daar eigenlijk niet zo heel veel mee bezig. Natuurlijk heb je altijd wel op Instagram die reacties ertussen zitten. Maar ik weet wie écht om mij geeft en niet om de ­Formule 1-coureur Max. En bij de meesten gaat het natuurlijk om de Formule 1-coureur Max. En dat moet je wel kunnen onderscheiden. Gelukkig ben ik er nog nooit tegenaan gelopen. Ik heb altijd heel snel kunnen inschatten wie écht om mij als persoon geeft.’’

Die Nederlandse grand prix, het interesseert me werkelijk niets of die er komt of niet. ,,Mwah, het zou mooi zijn als die er wel komt, natuurlijk. Maar er is nog helemaal niks concreet. Het hangt er maar gewoon van af hoeveel geld er beschikbaar komt. Of een Nederlandse grand prix mijn carrière mooier zou maken? Nou, ik vond het al heel mooi om op het podium te staan in Spa, met al die Nederlandse fans. Dus ik kan me natuurlijk wel inbeelden dat zoiets in Nederland nog mooier moet zijn.’’

Binnen twee jaar ben ik met die nieuwe Honda-motor minimaal één keer wereldkampioen. ,,Dat is wel het doel van het hele team, dus daar gaan we als Red Bull Racing natuurlijk wel voor. In 2019 of 2020? Hopelijk dat we komend jaar al een kans maken.’’