Weerter oliebollenbakker mist helft omzet op nieuwe plek: ‘Meer pijn en minder geld’

Print
Weerter oliebollenbakker mist helft omzet op nieuwe plek: ‘Meer pijn en minder geld’

Oliebollenbakker Erik Verwijk Afbeelding: Peter Schols

Weert / Ospel / Leveroy / Nederweert / Nederweert Eind / Ospeldijk / Laar / Altweerterheide / Stramproy / Tungelroy / Swartbroek -

De Weerter oliebollenbakker Erik Verwijk heeft de helft ingeleverd van de omzet die hij normaal de laatste maanden van het jaar draait. Oorzaak is, stelt Verwijk, de slechte plek die de gemeente hem heeft toegewezen.

De gemeente Weert heeft zich met een nieuw toewijzingssysteem voor oliebollenkramen een hoop ellende op de hals gehaald waaraan zelfs de rechter te pas is gekomen. Inzet is een profitabele plek op het Stationsplein. Verwijk wilde daar staan, maar zijn concurrent oliebollenbakster Tanja Lindelauf ook. Er volgde een ingewikkelde juridische procedure voor de rechter die er uiteindelijk toe leidde dat Lindelauf dreigde met een schadeclaim en Verwijk op een plek terechtkwam waar hij niet wil staan: de Nieuwe Markt.

Deze plek heeft een aantal nadelen die hebben geleid tot een flink omzetverliest, zegt Verwijk aan het einde van het bakseizoen. Zo heeft hij geen stromend water en is er geen afvoer. „Ik heb hier veertig kannen met twintig liter water staan. Mijn rug is kapot en mijn knieën doen pijn van het sjouwen met het water”, zegt de 52-jarige oliebollenbakker die al dertig jaar in Weert staat. Daarnaast moest Verwijk, die sinds oktober op de Nieuwe Markt stond, iedere vrijdag plaatsmaken voor de zaterdagmarkt. Toen de Muntpassage wegens verbouwing op slot ging, bleven de mensen weg. Verwijk: „Mensen lopen niet om voor een oliebol, het volk moet de benen breken over jouw kraam. Voor een vlaai rij je om, niet voor een oliebol. Al met al heb ik meer pijn en minder geld. ”

Alle ellende ten spijt wil Verwijk volgend jaar toch weer present zijn in het centrum van Weert. Op de Nieuwe Markt zal hij echter, vanwege het ontbreken van water en afvoer, niet meer bakken. De kraam zal dan niet meer zijn dan een verkooppunt. „Ik ben dertig jaar oliebollenbakker, dat zit in de genen, in het bloed. Een vertrek zal ik niet kunnen verkroppen.”