‘DNA-schade en kinderen met afwijkingen door blootstelling chroom6’

Print
‘DNA-schade en kinderen met afwijkingen door blootstelling chroom6’

Beelden uit de straal- en spuitcabines op de voormalige POMS-sites waar werd gewerkt met kankerverwekkende CARC-verf (rechtsonder etiket). Afbeelding: De Limburger/Defensie

Chroom6-advocaat Rob Bedaux zet zijn strijd voor gerechtigheid voort in hoger beroep. Woensdag vroeg hij het hof in Den Bosch om een verhoor van deskundigen.

Die wil hij, onder meer, vragen of langdurige blootstelling aan kankerverwekkend chroom6-stof kan leiden tot wijziging van het DNA, en in hoeverre die schade kan zijn doorgegeven aan kinderen van oud-Defensie-medewerkers.

Bedaux schetst in zijn verzoek hoe volgens zijn cliënten de dagelijkse praktijk was op de POMS-sites van Defensie in onder meer Brunssum en Eygelshoven. “Vooral omdat het grit waarmee men de chroom6-verf van de tanks straalde eindeloos werd hergebruikt en zowel de ventilatie als de afscheiding van de straalcabines niet deugden, dwarrelde het stof door de hele werkplaats. Anders dan het RIVM stelt, is het dus niet zo dat het onbeschermd schuren en slijpen aan de voertuigen het grootste risico vormde”, claimt Bedaux.

“Dat chroom6-stof zat ook op de overalls van de medewerkers. In deze kleding gingen ze naar huis, waar hun echtgenotes eraan hebben geroken. Ze hebben de overalls uitgeklopt en gewassen. Diverse echtgenotes deden eerder een beroep op de in 2015 door Defensie ingestelde coulanceregeling, een tegemoetkoming voor ziek geworden personeel. Ook zij kampen met gezondheidsklachten. Vreemde tumoren”, hoorde de advocaat. Hij wil van de deskundigen horen hoe logisch dat is.

Deskundigen

De deskundigen die de raadsman bij het hof wil bevragen zijn immunoloog Jan Willem Cohen-Tervaert, toxicoloog Martin van de Berg en Hans Kromhout, milieu-epidemioloog. Cohen-Tervaert lichtte eind vorig jaar tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer al toe welke gevolgen langdurige blootstelling aan chroom6 kan hebben en dat er aanwijzingen zijn dat dit kan leiden tot DNA-schade en allerlei auto-immuunziekten.

Voortbouwend op die kennis wil Bedaux ook van de deskundigen horen of DNA-schade bij oud-POMS-medewerkers ertoe kan leiden dat hun kinderen worden geboren met afwijkingen. De raadsman schermt met, tot dusverre, twee voorbeelden. Een kind met aangeboren hersenletsel en een ander kind dat lijdt aan een zeldzame botziekte.

Kanker

Omdat er geen honderd procent hard wetenschappelijk bewijs is voor een directe relatie, werden de auto-immuunziekten op voorspraak van het RIVM van de aan de coulanceregeling gekoppelde lijst geschrapt. Ook voor keel- en slokdarmkanker, ziektes die in eerste instantie wél op de lijst stonden, achtte het RIVM het causaal verband uiteindelijk te mager. Zo hoeven honderden oud-POMS-medewerkers nu tóch niet te rekenen op een (ruimere) schadevergoeding van de overheid. Tijdens een emotioneel debat met verantwoordelijk staatssecretaris Visser van Defensie bleek onlangs dat een Kamermeerderheid vindt dat de overheid zich ruimhartiger moet opstellen jegens de ziek geworden medewerkers.

Met zijn deskundigenverhoor hoopt Bedaux in elk geval het hof, in zijn civiele procedure voor schadevordering, op andere gedachten te brengen. Eerder organiseerde de advocaat voor de rechtbank in Maastricht al een getuigenverhoor van oud-medewerkers. Die procedure eindigde in een deceptie. Het vonnis luidde dat Bedaux zich bij het foute loket had gemeld. Hij had zich moeten melden bij de bestuursrechter, in plaats van te kiezen voor een civiele procedure. Tot een inhoudelijk oordeel kwam het niet.